Na haar bevrijding in 2017 lag de stad Mosul grotendeels in puin. Terwijl sommige sites inmiddels zijn herbouwd, liggen andere er nog steeds verwoest bij. Achter de wederopbouw schuilen niet alleen technische, logistieke en politieke uitdagingen, maar ook sektarische belangen die de verdeling van middelen en invloed bepalen.
Gepubliceerd in 2025/2 Sektarisme ontrafeld
Na de militaire nederlaag van de Islamitische Staat (IS) in 2017 bleef Mosul, de op twee na grootste stad van Irak met circa twee miljoen inwoners, in puin achter. Tussen 2014 en 2017 was het de grootste stad die onder de controle van IS stond; zowel de bezettingsjaren als het bevrijdingsoffensief lieten diepe sporen achter. Ongeveer vijftien wijken in West-Mosul, waar zo’n 230.000 mensen woonden, werden volledig verwoest; 23 andere raakten (zwaar) beschadigd. De Verenigde Naties schatten de meest urgente wederopbouwkosten in 2017 op 1,1 miljard dollar. Sindsdien is de wederopbouw uitgegroeid tot een miljardenindustrie. Tot op heden worden delen van de stad herbouwd, terwijl andere gebieden nog in puin blijven liggen.
Wederopbouw is een ingewikkeld proces dat technische, logistieke, humanitaire, politieke en economische inspanningen vergt. In Mosul spelen ook sektarische dimensies mee: de stad is overwegend soennitisch, terwijl zo’n twee derde van de Iraakse bevolking sjiitisch is. Bovendien zijn de meeste inwoners van Mosul etnische Arabieren, terwijl de provincie Nineveh, waarvan Mosul de hoofdstad is, etnisch en religieus divers is, met onder andere christenen, Yezidi’s, Turkmenen, Koerden en Shabakken.
Verder lezen? Bestel het nummer op onze webshop.

