Actieonderzoek met een maatschappelijke missie. In memoriam Laila al-Zwaini (1965-2025)

Gepubliceerd op Gecategoriseerd als Politiek & Samenleving

Onvermoeibaar wist Laila al-Zwaini onderzoek en duiding te combineren met haar maatschappelijke visie over de ontwikkeling van een civiele staat met gelijke rechten voor iedereen.

Gepubliceerd in 2025/2 Sektarisme ontrafeld

Als Laila belde, wist je dat het een lang telefoongesprek ging worden. Het ging nooit over koetjes en kalfjes, altijd over een onderwerp dat haar na aan het hart lag. Eerst was dat de bevordering en de opbouw van de rechtsstaat in landen als Jemen en Afghanistan, waar ze als onderzoeker en plaatsvervangend hoofd van een VN-missie had gewerkt. Na 2011 werd het madaniya, een woord dat ze voor het eerst hoorde bij een optreden van de Egyptische zanger Ramy Essam tijdens de demonstraties op het Tahrirplein in Caïro. 

Voor Laila betekende madaniya een civiele staat met waardigheid en gelijke rechten voor iedereen. Deze moest zijn geworteld in lokale waarden, culturen en religies waarbij de kracht en het initiatief vanuit de eigen maatschappij komen. Hiervoor moest er eerst een ‘civil state of mind’ worden ontwikkeld, en daar droeg ze aan bij door in lezingen, artikelen en in de media keer op keer het concept uit te leggen en erover in dialoog te gaan.

Zaadjes planten 
In 2022 betrok ze ook Leidse studenten met wortels in verschillende MENA-landen bij wat ze zelf actieonderzoek noemde. Samen onderzochten ze de verspreiding van het concept madaniya in onder meer Jordanië, Irak en Jemen: wie gebruikte het en in welke context? Laila’s passie en haar toewijding om zaadjes te planten en te streven naar positieve verandering in vaak lastige omstandigheden maakten indruk op de studenten. Voor Laila was onderzoek niet vrijblijvend of theoretisch: het moest verandering teweegbrengen en bijdragen aan haar maatschappelijke visie en missie. 

Laila zag madaniya ook als een vrije civiele ruimte: het was haar droom om daadwerkelijk een fysieke plek te creëren waar mensen uit allerlei geledingen met elkaar van gedachten zouden wisselen. Het doel was om een alternatieve taskforce of denktank op te zetten, zodat ongehoorde stemmen het debat zouden verbreden en versterken. En natuurlijk moest daar een café bij met heel goede koffie, want ook op dat punt legde ze de lat hoog. Dat bleek ook uit de instructies die ze via WhatsApp stuurde voor de laatste koffie die ik voor haar haalde: ‘Wil je vragen of ze de melk barista-stijl kunnen schuimen, dus zonder luchtbelletjes, als een fluwelen laagje dat ook (deels) door de koffie gaat in plaats van er als een luchtkussen op te drijven.’  

Islamitisch recht 
Laila groeide met haar Nederlandse moeder, Irakese vader en zus Samira op in Den Haag. Nieuwsgierig naar haar Arabische achtergrond studeerde ze eerst Arabische Talen en Culturen (1983-1989) aan Universiteit Leiden. Omdat ze verder wilde met islamitisch recht volgde ze aan dezelfde universiteit een studie Nederlands Recht (1990-1993, 1994-1995) en een postdoctorale studie Islamic and Middle Eastern Law and Politics aan het SOAS in Londen (1993-1994). In 1994 publiceerde ze samen met Ruud Peters de Bibliography of Islamic Law, 1980-1993.i Haar groeiende belangstelling voor rechtsantropologie deed haar besluiten hierin een onderzoekstraineeship te volgen aan het CEDEJ en het NVIC in Caïro. Het jaar erop, in 1996, startte ze haar promotieonderzoek The Rule of Shari’a in a State of Tribes. Understanding Islamic Legal Pluralism and Criminal Justice in Yemen aan de onderzoeksschool CNWS in Leiden.  

Hoewel ze de dissertatie tot haar spijt niet afmaakte, legde haar jarenlange veldwerk, waarbij ze in Jemen rechters en advocaten interviewde over stammenrecht en shari’a, wel de basis voor haar verdere loopbaan. Zo trad Laila op als moderator bij leiderschapstrainingen voor vrouwelijke rechters uit Jemen en Jordanië. Ze was trots dat Jemenitische rechters en advocaten haar Rule of Law scan Yemen, die ze in 2012 schreef, in 2025 nog steeds als handvest gebruikten. Daarnaast bleven verbinding en contact met professionals uit de MENA-regio belangrijk in haar carrière. Zo haalde ze bij het duiden van situaties in het Midden-Oosten in de media altijd voorbeelden of uitspraken van professionals uit de regio zelf aan, en bleef ze kwesties onvermoeibaar, scherp, humorvol en genuanceerd uitleggen. Ook het in 2013 door haar opgerichte RE: ORIENT, een bureau voor toegepast onderzoek met de Arabische en moslimwereld getuigt van het belang dat ze hechtte aan verbinding. 

Uitdagende persoonlijkheid 

In de eerste aflevering van de achtdelige documentaireserieii die we afgelopen herfst samen maakten over de Oosterse Collecties van de UB Leiden kijkt Laila met Kasper van Ommen in de Senaatskamer van het Academiegebouw naar de portretten van hoogleraren aan de muur. Ze dragen allen een zwarte toga, behalve hoogleraar Scaliger die een rode toga draagt. De kleur valt Laila op, want zij draagt op dat moment ook een prachtig flitsend rood pak. Kasper legt uit dat Scaliger zijn rode Parijse toga mocht dragen vanwege zijn hoge wetenschappelijke status en bekendheid. Waarop Laila zegt: ‘Oh zo, dus de écht belangrijke wetenschappers mogen in het rood.’ Daarop draait ze haar hoofd en kijkt lachend en betekenisvol direct in de camera.  

Over haar positie als zelfstandige was ze ambivalent. Aan de ene kant sloot de vrije rol goed aan bij haar vrijgevochten, autonome, ideeënrijke en creatieve persoonlijkheid. Aan de andere kant verlangde ze naar institutionele inbedding, maar dan wel zonder de hiërarchische lijnen of de voorwaarden die zo’n instituut je oplegt. Dergelijke voorwaarden wilde ze uiteindelijk zelf bepalen. 

Zelfs tijdens haar laatste weken in het LUMC bleef ze strijdbaar en was ze nog volop bezig met haar missies van emancipatie, menswaardigheid en recht. Ze wees vrouwelijke verpleegkundigen op hun rechten en moedigde hen aan om voor zichzelf op te komen tegenover mannelijke artsen. Ook vroeg ze zich af wie haar nalatenschap zou kunnen voortzetten. De wie werd een wat. Ze richtte het Fonds Al-Zwaini-Vermeulen op, vernoemd naar haar beide ouders. Het fonds zal instellingen en individuen ondersteunen op het terrein van emancipatie, educatie, onderzoek en activiteiten op het gebied van madaniya.  

Met dank aan Fee A’mema, Jenne Jan Holtland, Salma Nasser, Joëlle van ’t Wout en Samira al-Zwaini. 

Afb. 1. Laila Al-Zwaini met het Gilgamesh epos. Schermopname uit de documentairereeks Sleutel tot het Midden-Oosten. Met dank aan Garrelt Verhoeven. 

Luitgard Mols

Luit Mols is oprichter van Sabiel, Onderzoeksbureau op het gebied van Midden-Oosterse materiële cultuur en erfgoed. Ze werkt als gastconservator en publicist en adviseert particulieren over het herbestemmen van hun collecties.

More Posts

Door Luitgard Mols

Luit Mols is oprichter van Sabiel, Onderzoeksbureau op het gebied van Midden-Oosterse materiële cultuur en erfgoed. Ze werkt als gastconservator en publicist en adviseert particulieren over het herbestemmen van hun collecties.

Wat leuk dat u geïnteresseerd bent in ZemZem!

Vaste lezer worden? U kunt in onze webshop een jaarabonnement afsluiten (22,50 per jaar). Ook kunt u hier losse nummers bestellen.