5
min leestijd
A- A+

Liefde in tijden van dictatuur

Liefde in tijden van dictatuur

Op een lenteavond in april wacht Maarten Zeegers op het centrale plein van Arbin op een taxi die hem terug zal brengen naar Damascus. Hij noteert: ‘Tegen het hek rond de fontein staat ondersteboven het bord dat een van de demonstranten vanmiddag nog zo vrolijk omhoog had gehouden: Ik geef mijn leven voor de vrijheid. De letters zijn uitgelopen door de regen.’ Een rake metafoor voor de opstand in Syrië.

Wij zijn Arabieren

De lezer heeft dan al tweederde van Wij zijn Arabieren. Portret van ondoordringbaar Syrië achter de rug. Vanwege de protesten in het land moet Zeegers nu iedere maand zijn visum verlengen. Voorheen was dat eens in de drie maanden. In juli 2011 gaat het mis. Zeegers wordt in Syrië tot ongewenst vreemdeling verklaard. In het geheim bericht hij al maanden over de opstand voor NRC Handelsblad en de Standaard. Op het hoofdkwartier van de Syrische marechaussee mag hij van de adjudant één telefoontje met een vriend plegen om een ticket te regelen. ‘Ik pak mijn telefoon aan en ga op zoek naar het nummer van de ambassadeur.

Als ik hem aan de lijn krijg, vertel ik hem wat er gebeurd is. De ambassadeur zegt dat hij met de adjudant wil spreken. De adjudant pakt verbaasd de telefoon aan, spreekt enkele minuten met de ambassade en hangt dan op. Vervolgens legt hij mijn telefoon op zijn bureau en draait zich langzaam om. “Had ik jou verdomme toestemming gegeven om naar de ambassade te bellen?” schiet de man uit zijn slof. Hij vloekt en mompelt kwaad dat dit zo weer veel te lang gaat duren. Ook in Syrië zit geen enkele ambtenaar ook maar een minuut langer op kantoor dan noodzakelijk. Inmenging van de ambassade betekent overwerk. En aan overwerk heeft de adjudant een broertje dood.’ ‘Hij kijkt me strak aan en zegt geïrriteerd: “Ik had je toch gezegd dat je alleen maar een vriend mocht bellen.”’ ‘“Maar de ambassadeur is een vriend van mij,” leg ik de adjudant triomfantelijk uit. “Dus heb ik hem gebeld.”’ Typisch Zeegers.

Zijn boek bevat tientallen prachtige, vlot geschreven scènes. En Zeegers heeft dus humor. De humor redt hem in dit geval niet. Zeegers wordt op het vliegtuig naar Istanbul gezet. Onderweg naar het vliegveld, zo schrijft hij, overvalt hem een gevoel van melancholie. Twee jaar eerder is arabist Zeegers naar Syrië vertrokken om er onderzoek te doen naar het ‘lichaam’ van de Arabieren. In de proloog legt hij het als volgt uit: ‘Het Arabische woord voor lichaam is jasad en de medeklinkers vormen een acroniem dat staat voor de drie zaken waar men in het Midden-Oosten in het openbaar niet over praat: jins, siyasa en dien, oftewel seks, politiek en religie.’ Is het een verschrijving of bedoelt Zeegers daadwerkelijk het hele Midden-Oosten? Zelf heeft hij als student en reisleider langere tijd in de Arabische wereld doorgebracht. Maar nooit kreeg hij het gevoel echt deel uit te maken van de samenleving. Hij kiest om drie redenen voor een verblijf in Syrië. Ten eerste omdat het land een mozaïek is van religieuze groeperingen.

Zelf wil Zeegers islamitisch recht gaan studeren. Zijn pogingen om zich in te schrijven bij een particulier instituut lopen op niets uit. Het eerste instituut, Fath, heeft onder druk van de Verenigde Staten een verbod voor buitenlandse studenten ingesteld. Te veel buitenlandse studenten zijn de afgelopen jaren direct na aankomst in Syrië de grens met Irak overgestoken om zich daar op te blazen. Het instituut Badreddin stuurt hem van het kastje naar de muur, en ook op het instituut Aboe Noer krijgt hij te horen dat buitenlanders niet welkom zijn. De drie afwijzingen zijn illustratief voor de controle van het Syrische regime op islamitische instellingen die worden beschouwd als broeinesten van oppositie. Zeegers belandt uiteindelijk op de Faculteit Sharia van de Universiteit van Damascus. Hilarisch is dat hij om zich te kunnen inschrijven een diploma van een Syrische middelbare school moet overleggen. Anders heeft hij geen recht om deel te nemen aan tentamens en kan hij ook geen diploma behalen. Dat deert Zeegers niet. En na een kopie en vertaling van zijn paspoort, een kopie van het visum, een kopie van zijn universiteitsdiploma’s, een gewaarmerkte brief van de ambassade waarin zij stelt geen bezwaar te hebben tegen zijn aanwezigheid op de universiteit, een officieel huurcontract, een geldige verblijfsvergunning, veertien pasfoto’s, een aidstest en een tuberculosetest, is het wachten alleen nog op toestemming van de geheime dienst. Als twee maanden later de geheime dienst nog niets van zich heeft laten horen, besluit Zeegers zich met de voorgeschreven boeken op de eerste dag van het nieuwe schooljaar in de collegezaal te melden.

‘Niemand deed moeilijk,’ schrijft hij. De faculteit blijkt een zeer conservatieve omgeving. De jongens in de collegebanken kijken de zwaargesluierde studentes aan de andere kant van het lokaal niet aan. Als Zeegers eens zijn tas op de grond zet, wordt hij daar op aangesproken met de opmerking dat profeet Mohammed dat ook niet deed. En met enige regelmaat wordt hem gevraagd wanneer hij nou moslim wordt.

Prostituee

Zeegers koos ook voor een verblijf in Syrië omdat de dynastie van de familie Assad met behulp van de geheime diensten al decennia de bevolking onderdrukt. ‘Politiek gezien interessant.’ Al snel komt Zeegers er achter dat hij door diverse geheime diensten in de gaten wordt gehouden. ‘Ik ben bang. Straks doen ze mij nog iets aan.’ Hij begint steeds geïsoleerder te raken. ‘Vrienden die ervan op de hoogte zijn dat de veiligheidsdienst me in de gaten houdt, nodigen me niet meer uit op feestjes, of bellen zelfs helemaal niet meer terug.’

Op een avond krijgt Zeegers een hijgende vrouwenstem aan de lijn die zegt dat ze seks met hem wil. Hij reageert enthousiast en wil wel een afspraak maken. Bij het tweede telefoontje krijgt hij door de vragen die de vrouw stelt in de gaten dat het een door de geheime dienst ingeschakelde prostituee is. Zijn eerste Syrische vriendinnetje wordt zelfs opgepakt en urenlang ondervraagd over zijn verblijf in het land. En daarmee zijn we ondertussen bij de derde reden waarom Zeegers voor een verblijf in Syrië koos. ‘Ten slotte liet ik mij leiden door een stemming op Facebook waar Syrische vrouwen waren verkozen tot de mooiste ter wereld.’ Het is de enige keer dat Zeegers een verkeerd woord gebruikt. Niet ten slotte, maar bovenal heeft hij zich laten leiden door de stemming op Facebook.

Hij maakt graag duidelijk dat hij erin is geslaagd om Syrische vrouwen te versieren, iets dat hem verbazingwekkend gemakkelijk af gaat. Zeegers beleeft verschillende amoureuze avonturen. En afgelopen maart is hij getrouwd met de Syrische Sarah. ‘Arabische vrouwen’, noteert hij dan ook, ‘verschillen nauwelijks van westerse vrouwen. Ook Syrische meisjes worden verliefd en hebben behoefte aan seks.’ Tegelijkertijd is volgens Zeegers seks in Syrië een taboe, een onderwerp waar je met niemand over kan praten. Daarom hebben Syrische mannen, zo stelt hij, een obsessie voor seks. ‘Dat is niet zo raar, omdat ze nooit met vrouwen direct in contact komen. Meer dan de helft van de Syrische mannen heeft dan ook voor de eerste keer geslachtsgemeenschap tegen betaling, ze bezoeken een prostituee.’ Het is tekenend voor zijn werkwijze dat hij op basis van uitspraken van zijn gesprekspartners verregaande conclusies trekt.

Gevaar

Als de opstanden uitbreken, bevindt Zeegers zich midden tussen de demonstranten. Door zijn sfeervol weergegeven ontmoetingen met vrienden, medestudenten en geestelijken, informatief van aard, schetst hij onder meer een rijk beeld van de opvattingen die er leven onder delen van de bevolking over het hardvochtige Syrische regime. Omwille van de privacy heeft Zeegers sommige namen veranderd. Toch de vraag: hij is toch voortdurend geschaduwd door de geheime diensten, lopen zijn gesprekspartners gevaar?

Interessant is Zeegers’ opvatting over de oppositie: ‘De seculiere activisten mogen in de buitenlandse media dan wel het intellectuele gezicht van de opstand vormen, maar tussen hen en de gemiddelde demonstrant gaapt een diepe kloof.’ Een antwoord op de vraag, hoe moeilijk ook, of het regime uiteindelijk zal vallen, geeft Zeegers niet in Wij zijn Arabieren. Portret van ondoordringbaar Syrië. Dat is misschien ook koffiedik kijken. Zeegers maakt het echter wel erg bont door zijn verslag te besluiten met een epiloog waarin hij concludeert dat in Syrië elke vader een dictator is, iedere echtgenoot een president Assad. En: ‘Arabieren zullen eerst moeten afrekenen met hun innerlijke dictatuur. Zij zullen de gelaagde structuren van sociale en economische afhankelijkheid moeten doorbreken en een einde maken aan impulsen als blinde gehoorzaamheid, machtsmisbruik, onderdrukking, wantrouwen en angst. Anders krijgt Syrië na de Arabische Lente wat het al veertig jaar heeft: een regering die het verdient.’ Curieus. Niet alleen in het licht van de melancholie die de auteur overviel bij zijn gedwongen vertrek.