Honderd jaar na WO 1

Als we het in Nederland over ‘de oorlog’ hebben, bedoelen we eigenlijk altijd de Tweede Wereldoorlog. Maar in België en Frankrijk leven de herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog nog volop en in Groot-Brittannië staat die oorlog bekend als ‘the Great War’. Ook in het Midden-Oosten heeft de Eerste Wereldoorlog diepe wonden nagelaten. De oorlog leidde ertoe dat het Osmaanse Rijk, dat de kant van Duitsland koos, grotendeels onder het bestuur kwam van de Britten en de Fransen, die de regio in 1916 opdeelden via het beruchte Sykes-Picot-Verdrag. In datzelfde jaar begon, aangemoedigd door de Britten, onder leiding van Husayn b. Ali, de emir van Mekka, de Arabische Opstand tegen het Osmaanse centrale gezag in Istanboel. De Europese inmenging, de Arabische Opstand en de pogingen van de Osmaanse leiders om te redden wat er te redden viel hebben gevolgen gehad die tot op de dag van vandaag voelbaar zijn. Vandaar een themanummer van ZemZem over deze oorlog, die zo’n honderd jaar geleden begon.

Umar Ryad gaat in op de jihad die, gestimuleerd door Duitsland, in het Osmaanse Rijk afgekondigd werd tegen de Britten en de Fransen. Ali Al Tuma richt zich op de Duitse jihad, de steun aan de Marokkaanse strijd tegen de Fransen. De ingrijpende veranderingen in het Midden-Oosten ten gevolge van de Franse en Britse overwinning zijn het onderwerp van het artikel van Richard van Leeuwen, terwijl Sophie Spaan het Franse ‘eerbetoon’ aan de koloniale soldaten middels de Grande Mosquée de Paris analyseert. Sommige episodes uit deze periode zijn bekender dan bovenstaande zaken, zoals de genocide op de Osmaanse Armeniërs en de Slag bij Gallipoli. Annemarike Stremmelaar en Gülhan Demirci gaan in op respectievelijk de historiografie over de genocide en de herdenking van Gallipoli.

Ook bevat dit nummer weer de vertrouwde rubrieken als de column van Asis Aynan, Afscheid van een generatie met Paul Aarts, deel zes uit Luitgard Mols’ serie over islamitische kunstcollecties in Nederland, de Proefschriftrubriek, Veldnotities en Abdelkader Benali’s favoriete boek in Op het nachtkastje.