12
min leestijd
A- A+

Het Jozefverhaal en de Perzische mythe van de wijnbouw

Het Jozefverhaal en de Perzische mythe van de wijnbouw

In het Midden-Oosten reikt de traditie van wijnbouw meer dan achtduizend jaar terug. Uit opgravingen blijkt dat het gisten van de geplette druiven en het rijpen van de wijn oorspronkelijk niet in houten tonnen gebeurde maar in—vaak meer dan manshoge—aardewerken vaten, die tot vlak onder de rand waren ingegraven. Aan wijn werd een heel scala van symbolische betekenissen toegekend. Het werd gezien als de drank waarmee de beschaving van gevestigde landbouwers zich onderscheidde van die van rondtrekkende herders, jagers en verzamelaars. Het ‘bloed van de druif’ was de dorstlesser van koningen, en werd bovendien beschouwd als een drank van goddelijke oorsprong die levenskracht verleent.

Jozef als slaaf verkocht, Takiyya Muawin al-Mulk, 1879, Kermanshah, Iran

​De Joodse, Griekse, Arabische en Perzische culturen putten alle uit dit gedeelde Midden-Oosterse erfgoed. Hier wijs ik op de opvallende overeenkomsten tussen het verhaal van Jozef, zoals bekend uit Bijbel en Koran, en een mythe over de wijnbouw uit de Perzisch-islamitische wijnpoëzie. De parallellen tussen het Jozefverhaal en deze wijnmythe leiden tot de volgende vraag. Werd het verhaal van Jozef gelezen als een allegorie van de wijnbouw; een allegorie waarin Jozef symbool staat voor de wijn, die in de afzondering van de gevangenis rijpt van nederige slaaf tot de droomuitlegger van Farao?

Jozef is (het kind van) de wijnstok

Het Jozefverhaal wordt verteld in het Bijbelboek Genesis, en in een kortere en soms licht afwijkende vorm in de twaalfde soera van de Koran:

​De zeventienjarige Jozef is knap en aantrekkelijk. Van al zijn zoons houdt Jozefs vader het meest van hem en geeft hem een gewaad met bonte kleuren of—volgens een andere lezing van de Bijbeltekst—met lange mouwen, zoals koningsdochters dat dragen. Jozef droomt van schoven graan en van de zon en de maan die zich voor hem buigen, waarbij de zon en de maan symbool staan voor Jozefs ouders. Om deze voorspelling ongedaan te maken proberen Jozefs broers hem uit de weg te ruimen. Ze besluiten hem niet te doden maar in een leegstaande cisterne of waterreservoir te gooien (Gen. 37:20). Wanneer er een karavaan kooplieden langskomt hijsen de broers Jozef uit de cisterne en verkopen ze hem als slaaf. Als substituut voor Jozefs bloed vergieten ze het bloed van een geitje, en dompelen daar zijn gewaad in, zodat hun vader denkt dat Jozef door een wild dier in stukken gescheurd is.

​Jozef belandt in Egypte waar hij wordt gekocht door Potifar en zijn vrouw; volgens de Koran adopteren zij de Hebreeër als hun eigen kind (Q 12:21). Jozef is zo begeerlijk dat Potifars vrouw hem tot overspel probeert te verleiden, maar als hij haar afwijst zegt ze tegen haar man dat Jozef had geprobeerd haar te verkrachten. Potifar gelooft haar beschuldiging en Jozef wordt opgesloten in de gevangenis van de koning.

​Jozefs medegevangenen zijn de bakker en de wijnschenker van de Farao, die hem hun dromen voorleggen. Jozefs verklaring van deze dromen komt uit: de bakker wordt ter dood veroordeeld maar de schenker wordt vrijgelaten en in zijn ambt hersteld; hij hervat het aanreiken van Farao’s beker. Als Farao droomt over graanhalmen die elkaar opeten en niemand in Egypte deze droom kan uitleggen, stelt de wijnschenker voor Jozef te laten halen. Jozef wordt vrijgelaten uit de plaats waar hij zat opgesloten (Gen. 41:14). De Bijbeltekst gebruikt hier hetzelfde woord als waarmee eerst de cisterne werd aangeduid waar Jozefs broers hem in hadden gegooid. Jozef verklaart dat Farao’s droom Gods plan met Egypte aankondigt: zeven jaren van overvloed zullen worden gevolgd door zeven jaren van hongersnood. Omdat Jozef vervuld blijkt van Gods geest stelt Farao hem aan als onderkoning van Egypte en opzichter over de graanvoorraad. De Koran vertelt dat Potifars vrouw nu toegeeft dat Jozef inderdaad onschuldig was (Q 12:51).

​Als de voorspelde hongersnood uitbreekt worden ook Jozefs broers getroffen. Zij trekken naar Egypte en wenden zich om hulp tot hun broer die hen graan verkoopt en in Egypte laat wonen: dat zij Jozef ooit hadden opgeofferd blijkt nu hun redding.

​Merk op dat landbouw, en dan vooral het verbouwen van graan en wijn, een belangrijke rol speelt in dit verhaal. Jozefs broers zijn net als de rest van de Hebreeërs veehoeders, maar hijzelf en het land Egypte zijn verbonden met de landbouw. Jozef droomt over graanschoven, de bakker en de schenker dromen over brood en wijn, en Farao droomt over rijpe en door de oostenwind verschroeide graanhalmen. Jozefs plan om de opbrengst van het land op te slaan en vrij van bederf te bewaren voor slechte tijden, redt niet alleen de Egyptenaren maar ook zijn broers van de hongerdood en garandeert het voortbestaan van hun nageslacht.

​Met name is er een relatie tussen Jozef en wijn. Jozefs medegevangene de schenker droomt over een miraculeus versnelde wijnproductie: hij ziet een bloeiende wijnstok waaraan in een ogenblik rijpe trossen groeien die hij uitperst in de beker van Farao en aan zijn vorst te drinken geeft. Jozefs lot echoot dat van de wijnschenker: beiden worden uit de gevangenis vrijgelaten, en net als de schenker verwerft nu ook Jozef een hoge positie aan Farao’s tafel. In de Koran vertelt de schenker dat hij zich in zijn droom wijn ziet persen (inni arani aʻsiru khamran Q 12:36), en voorspelt Jozef dat na de zeven magere jaren de Egyptenaren weer wijn zullen maken: ‘Dan komt er daarna een jaar waarin de mensen regen zullen krijgen en waarin zij [wijn] zullen persen’ (wa-fihi yaʻsirun Q 12:49). Als Jozefs broers hem bezoeken in Egypte geeft hij ze zoveel wijn te drinken dat ze dronken worden (Gen. 43:34), en om hen op de proef te stellen verbergt hij zijn eigen wijnbeker of - volgens de Koran - die van Farao tussen hun bezittingen.

Bovendien zegt de Bijbeltekst dat Jozef zelf de (zoon of de dochters van de) wijnstok is. Genesis 49:22 leest in de Nieuwe Bijbelvertaling: ‘Een vruchtbare wijnstok is Jozef, een vruchtbare plant bij een bron, met takken die reiken tot over de muur.’ Letterlijk vertaald staat er: ‘Zoon van de vruchtdragende, Jozef, zoon van de vruchtdragende, bij een bron, dochters die over een muur lopen.’ ‘Zoon van de vruchtdragende’ wordt vaak vertaald als ‘wijnstok’, en ‘dochters’ als de ‘takken’, maar ‘de vruchtdragende’ zou ook de wijnstok zelf kunnen zijn, en dan is Jozef niet de wijnstok maar de zoon van de wijnstok. In dat geval zou je zelfs kunnen zeggen dat Jozef niet alleen gelijk wordt gesteld aan de zoon, maar ook aan de dochters van de wijnstok.

Het personifiëren van de wijnstok of de druif is een oude Midden-Oosterse traditie. Het ‘bloed’ van wijnstok of druif is dan de wijn (Gen. 49:11; Deut. 32:14), en een onrijpe druif is een nog niet huwbare maagd. Ook de wijn zelf wordt gepersonifieerd. Het Arabische woord voor wijn, khamr, is tweeslachtig: het heeft een mannelijke uitgang maar wordt vaak als vrouwelijk behandeld. In de klassieke Arabische en Perzische poëzie is de wijn de ‘dochter’ van de wijnstok, of de wijn is de dochter van de druif en de druif de dochter van de wijnstok. De lezing dat Jozef tegelijkertijd de zoon én de dochters van de wijnstok is benadrukt zijn androgyne status van begeerde, aantrekkelijke jongeling.

Aangezien het ‘kind van de wijnstok’ een gebruikelijke metafoor voor de wijn is, en als we aannemen dat Jozef in Genesis 49:22 gelijk wordt gesteld aan het kind van de wijnstok, volgt daaruit dat Jozef gelijk wordt gesteld aan de wijn. Een ander Midden-Oosters personage dat gelijk wordt gesteld aan de wijn is de androgyne wijngod Dionysus, die vaak in lange vrouwengewaden wordt afgebeeld. Als je wijn drinkt, drink je Dionysus. Dat de jonge Dionysus door de Titanen in stukken werd gescheurd en gekookt in een ketel, maar daarna weer tot leven werd gewekt, interpreteerden de Grieken als een allegorie van de druiventeelt of de wijnproductie, waarbij Dionysus symbool staat voor wingerd, druif en wijn. De wijnstok moet gesnoeid worden om ’s zomers weer vrucht te dragen, en de druif moet tot bloedens toe geplet en in een vat begraven worden om tot wijn te transformeren.

Droomuitlegger en wijnschenker

Dat wijn een belangrijke rol speelt in het verhaal van dromer en droomuitlegger Jozef is niet verbazend. Zowel wijn als droom bieden toegang tot goddelijke kennis die niet via de ratio of de zintuiglijke waarneming verworven kan worden. Dromen werden beschouwd als berichten afkomstig van de goden, en in de droom treedt de mens in onmiddellijk contact met God. Het hemelse domein, het bovenaardse dat met de ratio of de zintuigen niet gekend kan worden, kan wel in de droom worden gezien. Hetzelfde geldt voor wijn: het bloed van de wijnstok werd beschouwd als een drank van goddelijke oorsprong met hemelse eigenschappen. Wijn geeft de drinker niet alleen levenskracht, maar brengt hem ook in contact met God: net als de droom leidt de roes tot visioenen van dat wat met het nuchtere verstand of de zintuiglijke waarneming niet gekend kan worden.

De droomuitlegger is vergelijkbaar met de wijnschenker: beiden bemiddelen tussen tegenstellingen, tussen God en mens, tussen hemel en aarde. In de islamitische mystieke wijnpoëzie staat de wijnschenker symbool voor de soefi-leraar, die voorgaat, bemiddelt en uitlegt op het pad van extase. De Arabische term voor droomuitlegger is muʻabbir, ‘degene die overbrugt’. Om hun rol van overbrugger van tegenstellingen te benadrukken zijn dit soort tussenpersonen vaak androgyn, zoals Jozef of de als meisjes verklede schenkers van de islamitische wijnpoëzie. Om hun rol van grensfiguur te benadrukken zijn dergelijke bemiddelaars bovendien vaak vreemdeling. In de culturen van het Midden-Oosten zijn zowel de droomuitlegger als de wijnschenker dikwijls van een ander geloof of volk dan de dromer of de drinker. De joodse Jozef en Daniël zijn de enigen die de dromen van de Egyptische en Babylonische heersers kunnen uitleggen, en de Arabische waarzegger Satih is de enige die de droom van de Perzische keizer kan verklaren. Islamitische drinkgenoten hadden christelijke, joodse of zoroastrische wijnschenkers, Perzische drinkers lieten zich bedienen door Turkse schenkers. Zoals de wijnschenker in de Griekse Oudheid, het koranische paradijs en de islamitische wijnpoëzie vaak een knappe jongeling is, is ook Jozef beroemd om zijn schoonheid, en Jozef wordt dan ook wel vergeleken met Ganymedes, de wijnschenker van de Griekse goden.

Dat Jozef net als de wijnschenker uit de gevangenis wordt vrijgelaten en een hoge positie bereikt aan Farao’s hof, legt een bijzondere relatie tussen Jozef en de wijnschenker. De droom van de schenker voorspelt niet alleen diens lot maar ook dat van Jozef, dus de droom gaat niet alleen over de schenker maar ook over Jozef. In zijn droom ziet de schenker zichzelf in zijn rol als wijnschenker, wat zou betekenen dat de wijnstok, druif en wijn uit de droom symbool staan voor Jozef. Dit is in overeenstemming met de passage waarin Jozef inderdaad wordt vergeleken met de wijnstok, of met het kind van de wijnstok, dat wil zeggen de druif of de wijn. Zoals de wijnstok bloeit en vrucht draagt, ontpopt Jozef zich tot droomuitlegger. Zoals de schenker wijn haalt voor Farao en hem deze aanbiedt zodat hij hem kan drinken, haalt hij Jozef uit de gevangenis en stelt hem voor aan Farao zodat hij diens dromen kan uitleggen.

In de Arabische en Perzische poëzie zijn wijn en schenker inwisselbaar: wijn maakt dronken van alcohol, en de aantrekkelijke schenker maakt dronken van liefde. Zowel wijn als schenker staan daarom symbool voor de geliefde. De begeerde Jozef kan zowel wijnschenker als wijn zijn.

Overeenkomsten tussen het Jozefverhaal en de Perzische wijnmythe

In de tiende tot de twaalfde eeuw na Christus schreven Perzische dichters een aantal gedichten waarin ze herhaaldelijk verwijzen naar een mythe over de productie van wijn. In deze mythe wordt de wijn gepersonifieerd als het (onterecht van overspel beschuldigde en door gevangenschap getransformeerde) kind van de wijnstok. De meest uitgewerkte versie van deze mythe vinden we bij de dichter Manuchihri, die stierf in 1040. Hij schreef zijn verzen ter gelegenheid van het Perzische oogst- en wijnfeest Mihragan, dat in zijn tijd vlak voor of na het islamitische Slachtfeest werd gevierd. De versies van de mythe verschillen in details en er wordt niet altijd scherp onderscheid gemaakt tussen de personificaties wingerd, druif en wijn; kennelijk worden ze beschouwd als dezelfde entiteit in verschillende gedaantes. In grote lijnen gaat de mythe als volgt:

De wijnstok baart druiven, haar dochters, die opgroeien tot begeerlijke maagden. De wijnboer adopteert de druiven als zijn eigen kinderen. Als hij op een dag weer terugkeert bij zijn wijngaard ontdekt hij dat de wijnstok of de druiven zwanger zijn en beschuldigt hij hen van overspel. Wijnstok en druiven beweren dat ze onschuldig zijn, de wijnstok zegt dat ze zich niet aan een mens heeft gegeven maar dat haar kinderen (de druiven of de wijn) de kinderen van de zon en de maan zijn. De wijnboer gelooft niet in hun onschuld en bestraft de wijnstok en de druiven voor hun overspel door de druiven te plukken en ze zo van hun moeder te scheiden, en ze te koop aan te bieden op de markt. Het sap of bloed van de druiven wordt vergoten en opgesloten in een koninklijk wijnvat, dat met een gevangenis wordt vergeleken.

​Als de wijnboer na een tijd het vat opendoet komt hij tot de ontdekking dat het druivensap veranderd is in wijn, een drank van goddelijke oorsprong met hemelse eigenschappen. Hij erkent nu dat de wijnstok en de druiven onschuldig waren en de waarheid hadden gesproken. Hij heeft berouw van zijn onterechte beschuldiging en bestraffing. De wijnboer brengt de drank naar zijn koning en geeft hem de wijn te drinken.

Deze mythe bevat een aantal opvallende overeenkomsten met het Jozefverhaal. Net als de kinderen van de wijnstok wordt ook Jozef door zijn adoptiefvader onterecht van overspel beschuldigd. Ook Jozef wordt als straf voor dit vermeende overspel onschuldig in de gevangenis opgesloten. Net als het eenvoudige druivensap dat in de afzondering van het vat transformeert tot wijn, een drank voor koningen die levenskracht schenkt, ondergaat ook Jozef in gevangenschap een transformatie. Als hij de gevangenis ingaat is hij nog een adolescent, een vreemdeling en een slaaf, beschuldigd van ontucht, verstoten door zijn broers en door zijn adoptiefouders. Zodra de schenker hem uit de gevangenis haalt ontpopt Jozef zich tot Farao’s droomuitlegger, opzichter over de graanvoorraden en onderkoning van Egypte, die heel het land en zijn eigen geslacht redt van de hongerdood.

​Zoals de druiven voorafgaand aan hun gevangenname van hun moeder worden gescheiden en op de markt verkocht, wordt ook Jozef vóór zijn gevangenschap van zijn ouders en zijn broers gescheiden en als slaaf verkocht. Niet alleen komen de gebeurtenissen die de hoofdpersonen in beide verhalen ondergaan overeen, ook vinden we in de twee verhalen dezelfde beeldspraak. Beide kennen het motief van het ouderschap van de zon en de maan. Jozef droomt over de zon en de maan, en de uitleg dat deze symbool staan voor zijn ouders wekt de woede van zijn broers. De wijnstok zegt dat haar kinderen de kinderen van de zon en de maan zijn, maar wordt niet geloofd. Ook kennen beide verhalen de uitdrukking ‘dochter van de wijnstok’, en worden in beide verhalen de wijnstok en haar kinderen gepersonifieerd. In de mythe van de wijnbouw spelen de wijnstok en haar kinderen de hoofdrol, in het Jozefverhaal wordt de hoofdpersoon gelijkgesteld aan de wijnstok of diens kinderen.

De wijn smaakt altijd naar de stok

Wat zou de verklaring kunnen zijn voor de opvallende overeenkomsten tussen het Jozefverhaal uit de Hebreeuwse bijbel en de wijnbouwmythe waarnaar wordt verwezen in het werk van islamitisch-Perzische dichters uit de tiende tot de twaalfde eeuw na Christus?

In dit licht is het interessant wat iraniste Christine van Ruymbeke opmerkt over frappante overeenkomsten tussen wijnmetaforen in ogenschijnlijk ongerelateerde teksten—in haar geval naar aanleiding van een parallel tussen het werk van de hedendaagse misdaadauteur Dorothy Sayers en middeleeuwse Perzische wijnpoëzie:

‘... Startling rapprochement is not so surprising after all. [...] East and West, wine poetry’s web of references, the imagery and the way in which it is presented contain similarities that transcend geographic and chronologic boundaries and challenge intertextuality.’

Volgens Van Ruymbeke is de fascinatie voor een metaforische beschrijving van wijn zo universeel is dat er juist op dit gebied overeenkomsten te verwachten zijn tussen teksten uit verschillende tijden en culturen.

Gezien het feit dat de Perzische wijnbouwmythe en het Jozefverhaal niet alleen een enkele wijnmetafoor maar een hele reeks aan motieven delen, die in beide verhalen voor een groot deel in dezelfde volgorde voorkomen, lijkt er bij deze twee teksten echter sprake te zijn van een nauwere verwantschap. Onderzoekers zijn er niet over uit hoe oud de Perzische wijnmythe is. Is hij gecreëerd door de Perzische dichters uit de tiende eeuw, of putten deze uit een traditie die veel verder teruggaat? ‘The question of the origin of this wine production myth looms large’.

​Als de mythe door de tiende-eeuwse wijndichters is geschapen, zouden de overeenkomsten met het Jozefverhaal te verklaren kunnen zijn door de hypothese dat zij het Jozefverhaal als voorbeeld hebben genomen. Waarom kozen zij juist het Jozefverhaal? Het verhaal van Jozef was buitengewoon populair in de islamitische wereld. In de tijd dat deze Perzische dichters over de wijnmythe schreven, dichtten hun collega’s over de liefde tussen Jozef en de vrouw van Potifar. Daarnaast was er al een verband gelegd tussen het Perzische wijnfestival Mihragan en een andere aartsvader, door de koppeling met het islamitische Slachtfeest, waar herdacht wordt hoe Jozefs overgrootvader Abraham zijn zoon offerde. De dichter Manuchihri verbindt oude wijn met Bijbelse profeten als Mozes, Jakob, en Jozef.

Zou het zo kunnen zijn dat de Perzische dichters de wijnbouwmythe modelleerden naar het Jozefverhaal, omdat zij dat Bijbelse verhaal als een allegorie van de wijnbouw lazen, net zoals de Grieken het levensverhaal van Dionysus als een allegorie van de wijnbouw lazen? Wellicht deed de jonge en aantrekkelijke buitenlandse slaaf Jozef de Perzische dichters denken aan de begeerde jeugdige schenker van de islamitische wijnpoëzie. Jozefs androgyne trekken corresponderen met het Arabische concept van de tweeslachtige wijn. Gewend aan de personificatie van de wijn als de dochter van de wingerd, lazen zij het Bijbelvers waar Jozef gelijk wordt gesteld aan de ‘dochters’ van de wijnstok als een sleutel tot de interpretatie dat de hoofdpersoon van dit verhaal de wijn symboliseert.

​Toen de Perzische gedichten over de wijnbouwmythe verschenen, werd er echter al meer dan zevenduizend jaar wijn gemaakt in het Midden-Oosten. Vandaar dat de meeste onderzoekers neigen tot de hypothese dat de wijnbouwmythe niet door de tiende-eeuwse dichters is gecreëerd maar teruggaat op veel oudere wortels. Zo vraagt de iraniste Julie Scott Meisami zich af of het feit dat het Arabische woord voor wijn grammaticaal vrouwelijk kan zijn louter toevallig is, of dat dat het gevolg is van een oeroude mythe waarin de wijn al als een vrouw werd gepersonifieerd. Tot nu toe waren er echter geen oudere varianten van de wijnbouwmythe aan het licht gekomen om de theorie van een vroeg ontstaan van deze wijnmythe te staven.

Als de mythe van de wijnproductie inderdaad veel ouder is, is een mogelijke verklaring voor de parallellen tussen de twee verhalen dat de Perzische wijnbouwmythe en het Bijbelse Jozefverhaal varianten zijn van een gedeelde Midden-Oosterse mythe over de productie van wijn. Dit zou betekenen dat het Jozefverhaal al in de tijd dat de Bijbelse variant tot stand kwam, gelezen kon worden als een allegorie van de wijnbouw. De sleutel tot deze lezing is te vinden in drie elementen van het verhaal. Ten eerste de parallellen tussen wijn - een drank voor koningen die levenskracht schenkt en in contact brengt met God - en Jozef - die de boodschappen van God aan de koning uitlegt en Egypte en zijn eigen geslacht doet overleven. Ten tweede de droom van de schenker over de miraculeuze wijnproductie, en tot slot het Bijbelvers dat aangeeft dat ‘Jozef (de zoon of dochters van) de wijnstok’ is.