7
min leestijd
A- A+

Land van de wolf

Land van de wolf

Ze noemt het zelf een 'getuigenis van een insider, ter illustratie van de mentaliteit binnen het Israëlische leger': het verhaal van Galit Saporta, medeoprichter en directeur van gate48, en voorzitter van de Palestijnse Kinderrechten Coalitie.

gate48

Mijn feministische en linkse geest heb ik te danken aan het Israëlische leger. Zes maanden op een kantoor van een gevechtseenheid hebben meer invloed gehad op mijn wereldbeschouwing dan welke pedagogische instelling ook, zowel ervoor als erna. Mijn persoonlijke wraak op dat seksistische, machtsbeluste apparaat nam ik ruim tien jaar geleden, toen ik de eerste tentoonstelling van Breaking the Silence[1] naar Amsterdam bracht.[2] Deze organisatie bestond toen nog maar kort en had pas besloten haar verhaal ook buiten Israël te gaan vertellen. De tentoonstelling was zeer succesvol, trok dagelijks honderden bezoekers en werd praktisch in alle media besproken. De militairen die over hun eigen misdaden vertelden, werden door het Nederlandse publiek niet misprezen, integendeel, er werd aandachtig geluisterd naar hun verhalen over wat ze als dienstplichtigen in het Palestijnse Hebron hadden aangericht en ze werden juist geprezen en omarmd omdat ze de moed hadden hun verhaal te vertellen. Hoe ironisch: terwijl de getuigenissen van de Palestijnen zelf over wat er in de bezette gebieden gaande was jarenlang genegeerd werden, kregen de verhalen van de boosdoeners nu alle aandacht. Mijn wraak bleek minder zoet dan ik gehoopt had.

Omdat ik gevraagd ben over vijftig jaar bezetting, ofwel vijftig jaar van onderdrukking van een ander volk, vanuit een persoonlijk perspectief te vertellen, wil ik beginnen met mijn persoonlijke ervaringen in het Israëlische leger. Mijn verhaal is bedoeld als een getuigenis van een insider, ter illustratie van de mentaliteit binnen het Israëlische leger

Monsters

Mijn militaire dienst deed ik vlak voor de eerste Intifada: Drie maanden in een trainingskamp en nog eens drie maanden aan de Libanese grens. Ik was een van de twintig jonge vrouwen in een eenheid die honderden jonge mannen telde. Zelf heb ik geen politietaken onder de Palestijnse bevolking vervuld, maar ik heb wel met eigen ogen gezien hoe het goed geoliede legerapparaat de jongemannen in monsters veranderde door hen te veel macht te geven. Op de Palestijnen na, waren de vrouwen van de eenheid de allerlaatsten in de voedselketen. De mannen richtten hun machtswellust op hun vrouwelijke collega’s. De enige manier om de mengeling van overmatige macht en barstende hormonen van deze tieners te overleven was meewerken en aan de mannelijke grillen gehoorzamen: beginnend met een glimlach en eindigend met seksuele diensten, hetzij ‘uit vrije wil’, hetzij onder dwang. Zo werd je positie langs deze lijn bepaald aan de hand van je overlevingstechniek[3]. Deze gewelddadige, seksistische werkelijkheid wordt dan ook weerspiegeld in het militaire jargon: vrouwen heten daarin ‘eenden’, een vrouw die seksuele diensten verleent is een ‘compagniematras’, de bus waarin wij reden om de militairen tijdens hun oefeningen met lekkernijen te komen verwennen, heette ‘de rode bus’, naar het voorbeeld van de bus waarmee, zo wilde het gerucht, prostituees naar de Syrische soldaten over de grens waren gestuurd. Een vrouw die weigerde deel uit te maken van dat onderdrukkende stelsel, werd door haar meerderen aan de kaak gesteld. Het minste wat er van je verwacht werd, was een glimlach bij het dienen van de koffie.

Wij vrouwelijke dienstplichtigen werden bij aankomst al gerangschikt, en wel uitsluitend op grond van ons uiterlijk: de allerknapste werd benoemd tot compagniesecretaresse (de vrouw die het moreel van de mannen hoog moet houden), nummer twee op de ‘schoonheidsladder’ werd secretaresse van de commandant en de rest waren voor de rest. Vervolgens mochten we gaan douchen – in een krakkemikkig barak midden in de woestijn. Vijf minuten later werd deze al belaagd door een groep soldaten met zaklantarens. Men moet ze nageven dat ze niet binnenkwamen maar ons alleen van buitenaf bekeken. Na de douche droogden we ons en gingen zwijgend terug naar onze tenten. Van deze gebeurtenis is nooit melding gemaakt. En waarom niet? Omdat zoiets in die tijd binnen de normen viel, en omdat je er nergens een klacht over kon indienen. De lange reeks hoge heren die de laatste jaren in de Israëlische gevangenis zijn beland, met voormalig president Katzav en voormalig minister van Defensie generaal Mordechai voorop, is het gevolg van tientallen jaren feministische strijd om dit verschijnsel tot onderwerp van het publieke debat te maken.

Leed

Het is niet mijn bedoeling om mijn persoonlijke ervaringen te vergelijken met het leed van de Palestijnen, hoewel in beide gevallen overheersing en onderdrukking de norm zijn. Ook al leek mijn diensttijd me destijds eeuwigdurend, er kwam wel een eind aan, in tegenstelling tot de vijftig jaar bezetting waarvan het einde nog altijd niet in zicht is. Het voorval in de douche was voor mij traumatisch, maar het gebeurde maar één keer en was bovendien niet te vergelijken met de dagelijkse invallen in huizen en slaapkamers, vaak midden in de nacht, met de bedoeling om de Palestijnen voortdurend in angst te laten leven. Bovendien, en bovenal, ben ik gedurende mijn hele diensttijd nooit met een wapen bedreigd en verkeerde ik nooit in levensgevaar.

De vele getuigenissen die in de loop der jaren door Palestijnse, Israëlische en internationale organisaties zijn verzameld bewijzen dat het het leger is gelukt om het morele besef bij de meeste militairen, zo niet geheel uit te wissen, dan op zijn minst te verzwakken. Er valt tenslotte geen morele (noch militaire) rechtvaardiging te bedenken voor het neerschieten van een meisje met een schaar in de hand, een stervende terrorist, iemand die vastgebonden op de grond ligt of voor het bombarderen van een woonhuis waarin hele families wonen. Aangezien Israël een dienstplicht kent, heeft het overgrote deel van de Joodse bevolking in dienst gezeten. Daarbij gaan mannen onder de vijfenveertig jaarlijks gedurende één maand op herhaling. Dat houdt in dat de meeste Israëli’s hetzij zelf betrokken zijn geweest, hetzij iemand kennen die zo niet medeplichtig aan, dan op zijn minst getuige van dergelijke daden is geweest. Weten dat jijzelf of je partner enkele dagen geleden een kind midden in de nacht uit zijn bed haalde of een Palestijn neerschoot, is een ondraaglijke realiteit. Om met dergelijke excessen te kunnen leven, hanteert Israël een fysieke en mentale scheiding tussen het militaire gebied waarin de Palestijnen leven en de burgermaatschappij (het gebied binnen de grenzen van 1967 en de Joodse nederzettingen in bezet gebied). In de Israëlische verbeelding heeft het betreden van de militaire gebieden dezelfde invloed als de maan op de weerwolf: het verandert je in een bloeddorstig beest dat zo goed als niets te maken heeft met de persoon die je in je burgerleven was. Dit excuus-mechanisme plaatst het kwaad niet alleen binnen afgebakende grenzen, maar zorgt er vooral voor dat de schuld niet bij het individu wordt gelegd maar bij een onpersoonlijk apparaat.

De vraag is of de Israëlische burgermaatschappij werkelijk een verzameling is van weerwolven die, wanneer ze aan het licht van de bezetting worden blootgesteld, niet verantwoordelijk zijn voor hun daden. Of anders gezegd: laat het kwaad zich werkelijk tot de bezette gebieden beperken? Laat de militair bij terugkeer in de burgermaatschappij zijn wolfskleren achter, of leert hij zich alleen maar te camoufleren? Zowel uit mijn eigen ervaring als uit de honderden getuigenissen die ik gehoord heb in mijn jaren als vrijwilligster bij een crisiscentrum voor slachtoffers van seksueel geweld, meen ik te weten dat de meeste vrouwen in Israël tijdens hun militaire dienst seksueel misbruikt of geïntimideerd zijn.[4] Als een mannelijke, hiërarchische organisatie en een broeikas van seksueel geweld[5], vormt het leger op dit punt de voedingsbodem voor de mannen- en vrouwenrol in de Israëlische samenleving. Anders dan in het leger, gebeurt de seksuele intimidatie in de burgermaatschappij stiekem en achter gesloten deuren. Dat blijkt de laatste jaren uit het onbevattelijke aantal gevallen van seksuele intimidatie en seksueel geweld in het parlement, aan de universiteit, bij de politie, bij de media, ja, bijna op alle werkplekken. Het leger heeft een absolute invloed op de seksistische trekken van de Israëlische samenleving. De gedachte dat een soldaat enkele dagen nadat hij een inval in een Palestijns huis heeft gedaan of een Palestijns kind heeft gearresteerd zich weer aan de gewone omgangsnormen kan houden – als broer, partner of vader die geen misbruik maakt van zijn fysieke of maatschappelijke macht – die gedachte is wel erg verleidelijk, maar allerminst realistisch. In een bundel getiteld An Army That Has a State[6] stellen de samenstellers dat het machtige Israëlische militaire apparaat de staat en zijn burgers niet alleen beschermt, maar ook vormt, en dat het leger zowel het politieke, als de sociale, economische en culturele stelsels beïnvloedt.

Moreel besef

Dat de militaire gedragsnormen in de Israëlische burgermaatschappij doorsijpelen, is niets nieuws. Toch lijken deze normen de laatste jaren steeds gangbaarder en worden ze open en bloot gehanteerd. Dat blijkt zowel op bestuurlijk niveau als in de publieke mentaliteit. Zo wordt het slopen van huizen binnen Israël – vooral, maar niet uitsluitend, van Palestijnse burgers – al jaren toegepast als bestuurlijke maatregel[7]. Een ander voorbeeld is het agressieve optreden van de politie tegen demonstranten, wat een paar keer met de dood van een demonstrant eindigde.[8] Of het, nu al twee jaar durende huisarrest van een Palestijns-Israëlische dichteres vanwege een post op Facebook.[9] Weer een ander voorbeeld zijn de normen die gehanteerd worden door minister van Cultuur Miri Regev, die in haar vorige functie legercensor was. De minister, die veel populariteit geniet wegens haar uitspraken tegen vluchtelingen, past de militaire normen toe op het gebied van cultuur en dreigt instellingen die ‘disloyaal’ zijn aan de staat en haar symbolen niet langer te financieren.[10] Tot slot nog het geval van de soldaat Elor Azaria, ‘ons aller zoon’, zoals hij genoemd werd nadat hij in Hebron een stervende terrorist doodschoot, in plaats van hem eerste hulp te bieden, zoals hij als hospik had moeten doen: de brede publieke steun die hij kreeg, onder andere ook door de premier[11] en verschillende ministers en parlementsleden, getuigt evenzeer van het verlies van enig moreel besef in de Israëlische burgermaatschappij.

De Israëlische samenleving lijdt niet aan het weerwolfsyndroom maar is zelf de wolf. Israël, dat sinds Bijbelse tijden het Land van de Gazelle (Eretz haZvi) genoemd wordt, is in werkelijkheid het Land van de Wolf. Bij terugkeer in het burgerleven leggen de militairen hun wolfsvel niet af, ze leren zich alleen maar te vermommen. Zij zijn geen slachtoffers maar vormgevers van het systeem en daarom de oorzaak van de fascistische trekken en vreemdelingenhaat die de laatste jaren steeds verder om zich heen grijpen.

In de jaren dat ik in Nederland leef, ben ik actief bezig de misstanden van de bezetting bloot te leggen, zowel aan het brede publiek als in gesprekken tussen Israëli’s en Palestijnen met Nederlandse opiniemakers. Hierbij merk ik steeds weer dat de aandacht die de leden van Breaking the Silence bij de eerste tentoonstelling kregen niet eenmalig was. Zowel het Nederlandse publiek als de Nederlandse media en politiek luisteren graag naar de verhalen van Israëli’s, vooral als ze in het leger hebben gezeten. De getuigenis van degene die de werkelijkheid tot stand brengt, wordt om de een of andere reden gezien als geloofwaardiger dan de getuigenis van het slachtoffer van diezelfde werkelijkheid. En ook hier schijnt men te geloven dat de Israëli een weerwolf is die zich, eenmaal buiten het verblindende licht van de bezetting, laat leiden door mensenrechten, humanisme en democratie. Israël is tenslotte de enige democratie in het Midden-Oosten.

Vertaling: Shulamith Bamberg.

Noten

[1] http://www.breakingthesilence.org.il – organisatie van Israëlische militairen die over hun ervaringen tijdens hun diensttijd in bezet gebeid vertellen.
[2] Deze tentoonstelling initieerde en organiseerde ik voor Een Ander Joods Geluid.
[3] Hoewel in Israël zowel mannen als vrouwen dienstplichtig zijn, is het Israëlische leger een mannenwereld waarin vrouwen bijna uitsluitend als dienstverleners optreden
[4] Uit gegevens van de Israëlische Beweging voor Vrijheid van Kennis blijkt dat er in het Israëlische leger in 2015 1000 klachten wegens seksuele intimidatie zijn ingediend, ofwel: drie per dag. Laat ik hierbij toevoegen dat de meeste vrouwen geen klacht indienen.
[5] Bij een intern onderzoek in het leger in 2016 noemt 60% van de duizenden ondervraagde vrouwelijke militairen de sfeer in hun eenheid ‘seksueel hinderlijk’. http://www.haaretz.com/israel-news/.premium-1.811412
[6] An Army that Has a State: New Approaches to Civil-Security Relations in Israel, red. Gabriel (Gabi) Sheffer, Oren Barak en Amiram Oren (2008).
[7] De politie evacueert gezinnen uit een arbeidersbuurt in Tel Aviv. https://972mag.com/photos-police-evacuate-families-from-working-class-t…
[8] Twee doden bij het slopen van een bedoeïenendorp dat plaats moet maken voor een joodse stad; Yael Marom en Keren Manor (2017). https://972mag.com/two-killed-in-bedouin-village-slated-to-be-demolishe…
[9] Israël, 2016: een Palestijnse schrijfster wordt aangehouden vanwege haar gedichten. http://www.haaretz.com/israel-news/.premium-1.720418
[10] Het Israëlische nationalistische 'wet op de culturele loyaliteit’ wordt goedgekeurd. http://www.haaretz.com/israel-news/.premium-1.705312
[11] http://www.al-monitor.com/pulse/originals/2017/08/israel-hebron-benjami…