Issam Kourbaj in het Tropenmuseum


Issam Kourbaj in het Tropenmuseum

Afbeelding 1. Issam Kourbaj tijdens de tour. Tropenmuseum.

In het Tropenmuseum is nog tot 3 oktober de tentoonstelling De duisternis ontvluchten te zien van de Syrische kunstenaar Issam Kourbaj (1963). Van 3 tot en met 5 september was hij in Nederland om een tour te geven en ZemZem was erbij.

Voordat we de tour beginnen, leidt Kourbaj ons even terug naar waar we de centrale hal van het museum zijn binnen gekomen. “Kijk wat er gebeurt als je hier binnenkomt. Je kijkt omhoog en om je heen. De ruimte is bijna helemaal vierkant in alle dimensies. En ik wilde die kubus doorsnijden.” Inderdaad strekken de installaties van zijn tentoonstelling zich diagonaal tot in de rechterhoek van de hal voor ons uit. Naast de kunstacademie studeerde Kourbaj ook architectuur en theaterontwerp. De ruimtelijkheid van die disciplines zien we terug in het Tropenmuseum.

Het eerste object dat Kourbaj wil laten zien tijdens de tour, zijn twee houten openslaande deuren. De deurpost hangt in de lucht boven een vitrine met de linkerdeur er nog in. De rechter ligt ervoor, schijnbaar uit zijn scharnieren gevallen. Licht schijnt door de deuropening op de grond. Kourbaj gaat in het licht staan en wijst naar zijn schaduw (afbeeldingen 1 en 2).

Afbeelding 1. Issam Kourbaj tijdens de tour. Tropenmuseum.
Afbeelding 1. Issam Kourbaj tijdens de tour. Tropenmuseum.

Afbeelding 2. Een van de twee houten deuren - Bab gurfa, Aleppo, voor 1983. Nationaal Museum van Wereldculturen, TM-4849-274a.
Afbeelding 2. Een van de twee houten deuren - Bab gurfa, Aleppo, voor 1983. Nationaal Museum van Wereldculturen, TM-4849-274a.

We lijken in het theater te zijn beland. “Hier begint de Syrische crisis, op de grens tussen binnen en buiten, tussen licht en donker, tussen thuis en elders.” De vitrines onder de deur zijn in tweeën gedeeld. In het ene deel zien we een schaal waarin zaden, bloemen en vruchten in een cirkel zijn gekerfd (zie afbeelding 2). Ernaast een Egyptische broodstempel (800-1100 n.Chr.) met de wens “alle goeds” in het Arabisch, een stukje brood in een piepklein flesje dat een reiziger in 1894 uit Syrië meebracht, en een hedendaags geseald plastic zakje zaden van de zaadbank ICARDA. En dan Kourbajs eigen werk: een gipsen zwangere buik waarin gekerfd staat “We are all emigrants”, en een ronde stempel, afgedrukt met rode inkt op een brood: “The Breadline Is A Frontline” (afbeelding 4).

Afbeelding 3. Schaal, Aleppo, voor 1963. Nationaal Museum van Wereldculturen, TM-3317-19
Afbeelding 3. Schaal, Aleppo, voor 1963. Nationaal Museum van Wereldculturen, TM-3317-19

Afbeelding 4. Issam Kourbaj, THE BREADLINE IS A FRONTLINE (2021)
Afbeelding 4. Issam Kourbaj, THE BREADLINE IS A FRONTLINE (2021)

Een verhaal
Dat is hoe Kourbaj werkt: hij schikt enkele associatief maar zorgvuldig gekozen objecten uit de museumcollectie en toont ze samen met zijn eigen werk om zo een verhaal te vertellen. Het is het verhaal van de oorlog in zijn land, het menselijk lijden en de exodus uit Syrië sinds 2011. Maar het is ook een verhaal dat teruggaat tot de eerste landbouw in Mesopotamië waar het huidige Syrië toe behoort, en het verhaal van het leven zelf, onze reis van de baarmoeder tot de dood en van het zaadje in de grond tot het brood dat we delen.

Hoewel de objecten zowel apart als samen veel vertellen, is het de moeite waard om het tentoonstellingsboekje te raadplegen. In de tweede vitrine onder de deur liggen brieven van Syrische gevangenen die verzegeld zijn met een scheermesje en ongeopend retour zijn gestuurd met ernaast twee verwrongen typemachines. Samen verbeelden ze het geweld waarmee getuigenissen worden gesmoord. Er ligt ook een zwaar zwart hangslot uit Jemen bij. Het boekje legt uit dat het slot een “spring lock” heet en dat Kourbaj speelt met de dubbele betekenis van “spring”: springveer en lente – de tijd van zaaien en de tijd van hoop op verandering waarmee de huidige crisis is begonnen.

Oproep tot actie
Issam Kourbaj verliet Syrië in 1985, toen hij ging studeren in Rusland. Hij woont sinds 1990 in Cambridge en was in 2007 voor het laatst in zijn thuisland. “Enerzijds is er het schuldgevoel, dat mijn land in crisis verkeert en dat ik er niet bij ben om getuige te zijn. Anderzijds voel ik dubbele pijn: de pijn over wat er met mijn land gebeurt, én de pijn van het missen.” De tentoonstelling lijkt één grote poging om die pijn te bezweren door de misdaden te benoemen, het verlies te herdenken en de dagen te turven: “2011-2021 and ongoing” staat achterop de catalogus die vormgegeven is als agenda, maar dient om de dagen die verstrijken af te strepen.

In de hoek van de hal wordt een video op de vloer geprojecteerd van Kourbajs performance Strike waarin hij lucifers afsteekt en brandend op een hoop gooit, voor iedere dag sinds 15 maart 2011 één. De lucifers staan voor de achteloosheid waarmee de beruchte barrel bombs vele burgerslachtoffers hebben gemaakt. Het bergje lucifers begint te lijken op een nest: de brandende stad. Kourbaj nodigt ons uit om op de projectie te gaan staan, in het nest en onder de bommen. Het wordt me heet onder de voeten.

Vanuit een vitrine kijken oogjes op naar de verwoesting: hier staat een piepklein alabaster afgodsbeeldje met twee grote ogen uit 3200 v.Chr., geleend uit het Rijksmuseum van Oudheden, samen met een reeks door Kourbaj uit Aleppozeep gesneden replica’s. In een video zien we dat hij ze geblinddoekt heeft gemaakt. De titel Don’t wash your hands verbindt de zeep met het thema “ogen” en wijst ons op onze verantwoordelijkheid als getuigen van de crisis in Syrië (zie afbeelding 5).

Afbeelding 5. Issam Kourbaj, Don’t Wash Your Hands, 2021.
Afbeelding 5. Issam Kourbaj, Don’t Wash Your Hands, 2021.

Ik wijs naar de titel van de luciferperformance Strike. Is dat dan ook een oproep tot actie? “Wat mooi dat je dat zegt! Daar had ik nog niet aan gedacht”, antwoordt Kourbaj. “Dat ging over het afstrijken van de lucifers en airstrikes.” Conservator Sarah Johnson vult aan: “maar het Arabische tekstboek verderop in de tentoonstelling ligt wel expres open op de bladzijde over het werkwoord ‘doen’ en alle vervoegingen daarvan: alle manieren waarop we iets zouden kunnen doen.”

Pièce de résistance
Via de gevallen deur volgen we de installatie door de hal, met een optocht van zoolloze schoenen – het Engelse “soleless” klinkt als “soulless”, zielloos – weg van de zaden en de baarmoeder, en weg van de gevangenissen, naar de pièce de resistance van de tentoonstelling. Scaling the Dark: Seeds, Sands, Moons is een enorme stoet van kleine bootjes, gemaakt van spatbord en blik (afbeelding 6).

Afbeelding 6. Issam Kourbaj, Scaling the Dark: Seeds, Sands, Moons 2021.
Afbeelding 6. Issam Kourbaj, Scaling the Dark: Seeds, Sands, Moons 2021.

3727 kleine bootjes staan voor de dagen, 532 voor de weken en 122 grotere boten staan voor de maanden sinds het begin van de crisis in Syrië. In december 2020 werd een eerdere variant van de installatie in de BBC-reeks A History of the World in 100 Objects genomineerd als 101ste object dat onze huidige tijd symboliseert.

De grotere bootjes vervoeren afgebrande lucifers, die we al in Strike waren tegengekomen, en de weekbootjes vervoeren zand. “Zand: wat kan dat betekenen?”, vraagt Kourbaj aan de groep studenten die de tour doet. De groep doet suggesties: strand, zandloper, woestijn, fragmentatie. Zo geven we aan de hand van onze eigen associaties vorm aan de tragiek van hedendaags Syrië, versplinterd steen dat als miljoenen korrels door de zeeën verspreid wordt, een verwijzing naar de verwoesting van architectuur en erfgoed. De kleinste bootjes hebben ieder een zaadje, maar wel een verbrand zaadje: kunnen die nog ergens anders wortelen?

Een mogelijk antwoord vinden we in een nevenproject van de tentoonstelling. Zeven varianten Syrisch graan zijn uit de zaadbank ICARDA uit het Svalbard-complex gehaald en in plantenbakken op het terras van het Tropenmuseum gezaaid. Sommige zaadjes ontpopten snel en groeiden weelderig, andere kwamen wel op maar werden ziek, weer andere werden gepikt door de vogels en zullen wie weet waar weer landen. De zaadjes van de Damasceense variant leken het aanvankelijk niet te doen. Maar toen de andere graansoorten al geoogst werden – er zal meel en dan brood van gemaakt worden – kwamen ze op. Bij onze tour stond het graan kerngezond te wuiven in de zon.

Judith Naeff is docent Culturen van het Midden-Oosten aan de Universiteit Leiden en schrijft regelmatig voor ZemZem.