Stammenstrijd: Iraakse milities als New Tribalism


Stammenstrijd: Iraakse milities als New Tribalism

Politiepost in Mosul met een poster van Sistani. Foto: Seth Frantzman, via Flickr.

Politiepost in Mosul met een poster van Sistani. Foto: Seth Frantzman, via Flickr.

Gepubliceerd op 21 augustus 2021

Milities spelen een grote rol in het Iraakse politieke en dagelijks leven. Maar waarom zijn deze groepen zo populair? Stefan Hageman betoogt dat dit te maken heeft met de behoefte om te behoren tot een solidariteitsgroep.

In de aanloop naar de aankomende verkiezingen in Irak en in de context van de toenemende dreiging van de Islamitische Staat winnen milities zoals de strijdgroepen van de Hashd al-Sha‘bi terrein en zichtbaarheid. In het Westen bestaat de neiging om dergelijke milities te behandelen als groepen Iraanse huursoldaten of religieuze fundamentalisten.  Door milities echter te begrijpen als een nieuw soort “stam” kunnen we voorbij deze tunnelvisie kijken en wordt duidelijk waarom ze zo immens populair zijn. 

Iraakse milities
Sinds de Amerikaanse inval in 2003 en de daaropvolgende burgeroorlogen wordt een groot deel van het leven in Irak bepaald door milities. Deze groepen, al dan niet met steun van buitenlandse mogendheden, bieden Iraakse jongeren een ideologie, een sociaal netwerk, financiële middelen en een manier om zich effectief te verenigen tegen zowel buitenlandse als binnenlandse dreigingen. Al in 2003 verenigden sjiitische jongeren zich bijvoorbeeld onder Muqtada al-Sadr, een krijgsheer uit een belangrijke sjiitische familie, uit verzet tegen de Amerikaanse inval. Maar pas in 2014 werden milities, en dan vooral de Hashd al-Sha’bi, de parapluorganisatie opgericht in de strijd tegen de Islamitische Staat, écht populair.

Toen IS om sektarische redenen een duizendtal sjiitische legerrekruten afslachtte bij Camp Speicher, een legerkamp van de Iraakse luchtmacht, vonden niet alleen sjiieten, maar ook christenen en soennieten, in de milities een betrouwbare en effectieve manier om zich tegen IS te verzetten. De milities die hieruit voortkwamen vormen nog steeds hechte solidariteitsgroepen, met een flinke impact op Irak, haar politieke situatie en haar burgeroorlogen.

Tribaal Irak: stammen en New Tribalism
De term ‘stam’ wekt voor velen associaties op met traditionele strijders. Dit beeld, dat een koloniale oorsprong heeft, is ook lang dominant gebleven in de sociale wetenschappen. De politicoloog Olivier Roy nuanceert dit beeld: hij definieert stammen als gesegmenteerde solidariteitsstructuren gebaseerd op afkomst, met eigen wetten, een exclusivistische houding tegenover non-leden en een ideologie of ten minste een gedeelde cultuur. 

Hoewel de stam in delen van Irak (vooral in de Anbar- en moerasregio’s) over het algemeen de gangbare solidariteitsgroep is gebleven, zijn ook deze tribale verbanden aan constant veranderende contexten onderhevig. De bestaande solidariteitsstructuren hebben immers veel te verduren gehad onder de zogenaamde ‘detribaliseringsprogramma’s’ van de Ba’ath-partij en de constante burgeroorlogen na de val van Saddam Hussein. En waar het vertrouwen in oude structuren begint te tanen, komen nieuwe op.

In de context van het huidige Irak delen de stammen hun macht met verschillende andere actoren. Milities, zoals milities die zijn aangesloten bij de Hashd al-Sha’bi, zijn daar een voorbeeld van. Deze milities lijken vaak een breuk met de ‘oude’ tribale systemen: ze brengen verschillende stammen, klassen, familieverbanden en sociale standen samen. Milities als die van de Hashd vormen zo nieuwe, kunstmatige stamstructuren, die de bestaande systemen beconcurreren. 

Om beter te begrijpen waarom de milities van de Hashd als nieuwe stammen fungeren, moeten we kijken naar de sociologische achtergronden van het stamdenken. Roys definitie bevat een aantal kenmerken waar een stam aan voldoet: een stam vormt een solidariteitsgroep waarmee we ons verwant voelen en die met betrouwbaar leiderschap, een consistent wereldbeeld, en duidelijke regels, structuur kan brengen. Hiermee vervult de stam hele universele behoeften: volgens de socioloog Martin Recke is in feite iedereen geneigd om terug te grijpen op oude, tribale organisatiestructuren.  Recke noemt dit Parallelwelten. Hierom vormen mensen sociale netwerken, in-groepen en ‘nieuwe’ stammen waar oude structuren ontbreken. Deze behoeften leiden eveneens tot de vorming van online communities of politiek-ideologische groeperingen. 

Een van de redenen waarom mensen nieuwe stammenstructuren creëren, is een spontane onderbreking van de oude. In de context van burgeroorlogen, sancties en economische druk gaan mensen op zoek naar nieuwe solidariteitsgroepen. Deze ontwikkeling werd In Irak bovendien gevoed door Saddam Hoesseins re-tribaliseringsprogramma’s in de jaren negentig. De sociologe Gloria Anzaldúa gebruikt de term New Tribalism om te beschrijven hoe deze nieuwe solidariteitsgroepen ontstaan op basis van affiniteit en identiteit. Dit gebeurt vooral in de context van verzet tegen een agressor. Zij stelt dat individualisme en eigen keuzes hier een rol in spelen: waar de ‘oude’ stam in de kern aan familiebanden is gekoppeld, is het lidmaatschap van zo’n ‘nieuwe stam’ een persoonlijke keuze, gebaseerd op een behoefte aan stabiliteit, veiligheid en betekenis. 

Anzaldúa geeft voorbeelden van nieuw ontwikkelde solidariteit tussen Native Americans en solidariteitsstructuren binnen de LGTBQ+-gemeenschap, maar haar theorie is ook van toepassing op de Iraakse milities. Dit betekent natuurlijk niet dat deze nieuwe stammen a priori volledig vrij zijn van familiebanden: veel van de milities binnen de Hashd kennen bijvoorbeeld binnen hun rangen nog veel nauw samenwerkende ooms, neven, vaders en zoons. Wat dit wel betekent is dat deze nieuwe stammen niet per se uit familieverbanden bestaan, maar ook ruimte laten voor nieuwe leden.

Solidariteit: milities als New Tribal Structures
De militiestructuren in Irak passen in het plaatje van Anzaldúa’s ‘nieuwe stammen’: ook milities overstijgen klassieke tribale en zelfs sektarische grenzen en bieden Irakezen een vrije, individuele keuze om lid te worden van een solidariteitsgroep. Daarnaast vinden ze vaak hun oorsprong in antikoloniale gevoelens.

De antikoloniale en anti-imperialistische oorsprong van deze groepen komt naar voren in hun doeleinden. Veel van de groepen zijn oorspronkelijk opgezet in de context van de strijd tegen Saddam Hoessein of de Amerikaanse inval. Oudere groepen als de Da’wa-beweging, de Badr-Brigades en Muqtada’s aanhang zijn gesmeed in de vuren van Saddam Hoesseins brute onderdrukking. Hoewel ze aanvankelijk verzetsorganisaties waren tegen het Ba’ath-regime, groeiden ze enorm na de Amerikaanse invasie en de val van Saddam Hoessein. Andere groepen werden toen pas opgezet, met als doel de ‘imperialistische Amerikanen’ te verjagen. Praktisch alle groepen kenden daarnaast een periode van groei vanwege de dreiging die IS vormde voor de veiligheid en stabiliteit van de Iraakse sjiieten. Een antikoloniale insteek, of ten minste een insteek van verzet tegen een agressor of een onderdrukker, is dus onlosmakelijk verbonden met de identiteit van deze groepen.

Exemplarisch voor de stamoverstijgende, en soms zelfs geloofsrichting-overstijgende aard van deze milities is diezelfde enorme groei in 2014. Toen grootayatollah Al-Sistani een fatwa uitvaardigde tegen IS, gaven honderdduizenden sjiieten, christenen en soennieten zich op voor verschillende milities. Dit deden ze in reactie op de snelle opkomst van IS, maar ook uit gebrekkig vertrouwen in het Iraakse leger. Deze nieuwe militieleden kwamen uit alle rangen en standen van de Iraakse maatschappij: van de doorgewinterde rebellen van al-Sadrs Vredesbrigades tot de aan Iran gelieerde groepen als Kata’ib Hizb’Allah en Asa’ib ahl al-Haqq. Maar verreweg de meeste rekruten waren Irakezen die bang waren voor de oprukkende Islamitische Staat, dat wil zeggen Irakezen die hun dorpen, stammen en families wilden beschermen. 

De uiteindelijke opmaak van de milities is dus transtribaal en transconfessioneel, en loyaliteit aan de einddoelen van de militie overstijgen de oude tribale en confessionele structuren. Deze groepen doen een poging een hechte solidariteitsstructuur te creëren met een gedeeld geloof in een bepaalde ideologie. Leden van zo’n solidariteitsstructuur, zo’n zelfgemaakte stam, hoeven dus niet uit dezelfde familie, stam of zelfs cultuur te komen. Dit uit zich ook in het feit dat lidmaatschap van de groepen vaak een eigen keuze is. Hoewel aspirant-leden hun identiteit vaak wel enigszins aan moeten passen aan de militie, doen ze dit vanuit de wil om lid te worden van een sterke groep met alle voordelen van dien. De plotse influx aan rekruten na bijvoorbeeld de val van Mosul of de moordpartij bij Camp Speicher laat zien dat militieleden zich vooral uit eigen beweging aanmelden, voor hun eigen veiligheid of die van hun families, of voor het vinden van een doel om tegen te vechten. Militieleden vinden in hun groepering solidariteit, identiteit en structuur, veiligheid en een anti-imperialistisch doel om voor te strijden. Ze vinden er leiders, regels, een ideologie en een vertegenwoordiging van hun eigen belangen. Dat betekent dat militieleden in hun groep vooral een stam vinden, in plaats van uitsluitend een militie.

Conclusie
Men is nogal eens geneigd de strijd in Irak op te delen in clichés. Dit heeft niet alleen als gevolg dat het beeld scheef of onvolledig is, maar het heeft ook gevolgen voor beleid. De kijk op de milities is hier geen uitzondering op. Door milities te behandelen als groepen Iraanse huursoldaten of religieuze fundamentalisten, legitimeren Westerse mogendheden een harde aanpak van in hun ogen criminele organisaties. Dit geeft het Westen een alibi om andere groepen te steunen, om drone-aanvallen uit te voeren of om lokale leiders uit te schakelen, zoals de Iraanse generaal Qasem Soleimani die in 2020 om het leven kwam bij een Amerikaanse drone-aanval. 

Waar de Westerse mogendheden niet aan werken is een stabieler, veiliger Irak: hun aanpak is gericht op de bestrijding van symptomen, terwijl de kernproblemen blijven bestaan. Ook zonder de Iraanse generaal Qasem Soleimani als aanvoerder van hun strijd voelen Irakezen zich nog steeds bedreigd door terreurgroepen, slecht vertegenwoordigd in de overheid en verlaten door mogelijke internationale partners. Ook, of misschien juist, wanneer ze worden bedreigd door Amerikaanse drones hebben Irakezen behoefte aan een solidariteitsgroep. 

Stefan Hageman is student Midden-Oostenstudies aan de Rijksuniversiteit Groningen. Voor zijn specialisatie onderzoekt hij de rol van de Hashd al-Sha’bi en de sjiitische gemeenschap in Irak. Hiernaast interesseert hij zich in tribale verhoudingen en politiek sjiisme.

Noten
[1] Marsin Alshamary en Maya Nir, “The prospects and limitations of United Nations election observation in Iraq,” Brookings Institute, 3 mei 2021, voor het laatst geraadpleegd op 19 juni 2021 via https://www.brookings.edu/blog/order-from-chaos/2021/05/03/the-prospects-and-limitations-of-united-nations-election-observation-in-iraq/?utm_campaign=Foreign%20Policy&utm_medium=email&utm_content=125796565&utm_source=hs_email
[2] Greg Bruno, “Muqtada al-Sadr,” Council on Foreign Relations, 16 mei 2008, voor het laatst geraadpleegd op 19 juni 2021 via https://www.cfr.org/backgrounder/muqtada-al-sadr
[3] VICE News, “Iran’s Power over Iraq,” Youtube, 3 januari 2020, https://www.youtube.com/watch?v=oTPKJtPWNRQ; Sajjad Ahmad, “Ayatollah Sistani: silent force behind ISIS defeat,” The Express Tribune, 18 juli 2017. Voor het laatst geraadpleegd op 20 juni 2021 via https://tribune.com.pk/story/1460249/ayatollah-sistani-silent-force-behind-isis-defeat/
[4] Matthew Ortoleva, "We Face East" in Environmental Rhetoric and Ecologies of Place, red. Peter N. Goggin (Londen: Routledge, 2013), 95.
[5] Olivier Roy, “Introduction,”, in
Tribes and Global Jihadism, red. Virginie Collombier en Olivier Roy (New York: Oxford University Press, 2019), 5.
[6] 
Beth K, Dougherty en Edmund Ghareeb, Historical Dictionary of Iraq (Lanham, MD: Scarecrow Press, 2013); Sharon Otterman, “What Part Can Tribes Play in Iraqi Politics?” Council on Foreign Relations, 2 februari 2005, voor het laatst geraadpleegd op 23 juni 2021 via https://www.cfr.org/backgrounder/iraq-role-tribes#:~:text=Each%20of%20the%20confederations%E2%80%94%20the,b%E2%80%94%20encompasses%20many%20individual%20tribes; Faleh A. Jabar, “Shaykhs and ideologues: Detribalization and retribalization in Iraq, 1968-1998,” Middle East Report, 215 (2000): 28.
[7] Hussein D. Hassan, Iraq: Tribal structure, social, and political activities. Congressional Research Service, Library of congress, Washington DC, maart 2007.
[8] Martin Recke, “Parallelwelten,”
NEXT, 2019, voor het laatst geraadpleegd op 23 juni 2021 via https://nextconf.eu/2019/03/parallelwelten/
[9] Miller McPherson et al., "Social Isolation in America: Changes in Core Discussion Networks over Two Decades," American Sociological Review 71/3 (2006): 353–75; Recke “Parallelwelten".
[10] 
Gloria Anzaldúa en Analouise Keating, Light in the Dark/Luz en Lo Oscuro: Rewriting Identity, Spirituality, Reality (Durham, NC: Duke University Press, 2015): xxv, 24. Nicholas Krohley, The Death of the Mehdi Army: The Rise, Fall, and Revival of Iraq's Most Powerful Militia (New York: Oxford University Press, 2015): 37-39.
[11] Anzaldúa, Light in the Dark, p. 85.
[12] Ghaith Abdul-Ahad, “‘A threat from within’: Iraq and the rise of its militias,”
The Guardian Online, 8 oktober 2020, voor het laatst geraadpleegd op 23 juni 2021 via https://www.theguardian.com/world/2020/oct/08/a-threat-from-within-iraq-and-the-rise-of-its-militias
[13] James DeFronzo, The Iraq War : Origins and Consequences (Boulder, CO: Westview Press, 2010): 78-79.
[14] 
Inna Rudolf, “The Sunnis of Iraq’s ‘Shia’ Paramilitary Powerhouse,” Century Foundation, 13 februari 2020, voor het laatst geraadpleegd op 24 juni 2021 via https://tcf.org/content/report/sunnis-iraqs-shia-paramilitary-powerhouse/?agreed=1; Renad Mansour en Faleh A. Jabar, The Popular Mobilization Forces and Iraq’s Future (Washington: Carnegie Endowment for International Peace, 2017): 10-11.
[15] Jeffrey Kaplan en Christopher P. Costa, “The Islamic State and the new tribalism,”
Terrorism and Political Violence, 27/5 (2015): 932.
[16] 
Jeffrey Kaplan, Radical Religion and Violence: Theory and Case Studies (Londen: Routledge, 2015): 28.