4
min leestijd
A- A+

Een ode aan het meest gevreesde object: Nawals pen


Een ode aan het meest gevreesde object: Nawals pen

" "

Nawal El Saadawi tijdens de ‘vrouwenmars’ op het Tahrirplein in Caïro op 20 april 2012. Foto: Gigi Ibrahim, via Flickr

Uitgerekend op Arabische moederdag overleed een van de meest invloedrijke Arabische, postkoloniale feministen: Nawal El Saadawi. Een vrouw die een schijnbaar onoverwinbare strijd wist te overwinnen: de strijd tegen angst. Niemand en niets slaagde erin haar angst in te boezemen: niet de kleine cellen voor politieke gevangen van Sadat, de derde president van Egypte, en zelfs niet de Engels des Doods. ‘De dood is een van de vele beangstigende illusies waar we ons levenslang door laten leiden,’ herhaalde Nawal telkens.[1] ‘Maar wij, wij zullen niet sterven. En zelfs als we zouden sterven, zullen we dat niet doen in stilte. We zullen niet vertrekken voordat we hebben gezorgd voor een opschudding.

Ze had gelijk, ook haar overlijden zorgde voor wereldwijde opschudding: Arabische vrouwen legden symbolische bloemen neer naast het graf van hun intellectuele moeder en misogyne mannen verzamelden zich in hedendaagse, coronaproof ruimtes, zoals het sociale netwerk Clubhouse, om te verkondigen dat het niet toegestaan is om Koranverzen te reciteren voor haar ziel. Hun God, de meest Barmhartige, zou niet barmhartig kunnen zijn voor haar. Zo oordeelden ze – terwijl ze haar fysieke verdwijning opgelucht vierden.

Zo vormde het overlijden van Nawal een synthese van haar levenswerk: een eeuwige strijd tussen haar gevreesde pen en een universeel patriarchaat waarin mannen zichzelf verheffen tot plaatsvervangers van God op aarde. Mannen die religieuze teksten bestuderen, geschreven door andere mannen, gebruikt als basis voor politieke beslissingen, genomen door mannelijke leiders, waar vooral vrouwen – zonder enige inspraak – het meest onder lijden. Beslissingen die worden omgedoopt tot religieuze dogma’s, zodat zelfs de minste twijfel bij wet en geweten verboden is. Maar Nawal twijfelde – en ze twijfelde erg luid en zichtbaar. Ze schreef tientallen boeken over de twijfels die haar levenslang vergezelden, aan de eettafel als opstandige dochter, in de auditoria als enige vrouwelijke student geneeskunde, in het dorpsziekenhuis als enige vrouwelijke arts, als echtgenote (van drie verschillende mannen, ze scheidde driemaal in haar leven en noemde haar huwelijken ‘domme fouten’), als liefdevolle moeder die een hekel had aan het geïnstitutionaliseerde moederschap en als levenslang activiste.

‘Het is mijn pen die ervoor zorgt dat ik me verder ontwikkel,’ vertelde ze tijdens een van haar vele interviews, ‘maar ik ben niet zomaar een schrijver. Veel schrijvers hebben hun pen verkocht aan machthebbers. Ik kan geen tekst schrijven waarin ik niet geloof en ik zal mijn pen nooit verkopen aan een ander.’ Toen de minister van Gezondheid, onder president Sadat, haar vroeg om een speech voor hem te schrijven, lukte het haar niet om haar hand in beweging te brengen. Haar creativiteit was vervlochten met haar rebellie, en dat zorgde ervoor dat ze in de cel belandde. Cipiers hielden haar nauwgezet in de gaten en gingen na of ze geen wapens binnensmokkelde. ‘De cipiers kwamen bij me langs en doorzochten mijn cel op wapens. Ze zeiden dat ik in geen geval pen en papier mocht bezitten – als politieke gevangene vormde dat een grotere bedreiging dan het bezitten van een geweer. Dat motiveerde me om zelfs in gevangenschap te blijven schrijven.’ De prostituees in de andere cellen kregen wel toegang tot pen en papier, want zij werden niet gezien als een intellectuele bedreiging. Zo schreef Nawal de ervaringen en verhalen op van de vrouwelijke gevangenen met wenkbrauwpotlood en wc-papier dat ze kreeg van een prostituee. Verhalen die voordien telkens verteld werden via de pen van mannen. Ze maakte komaf met noties van de seksistische (religieuze én seculiere) criminalisering van prostituees en de gewelddadige armoede en mensenhandel.

Via haar pen wilde ze niet alleen de verhalen van gemarginaliseerde groepen vertellen, haar pen was ook de strijdhoorn die anderen opriep tot kritische reflectie. Haar oproep tot zelfemanicipatie via kritisch denken is iets waar Nawal plezier uit putte. Plezier is een goed woord, omdat ze haar strijd telkens voerde met een grote dosis optimisme en zelfverzekerdheid. Haar strijd werd gekenmerkt door een diepe empathie. Ze was een volksdokter, een dokter voor de armen – en dat zorgde ervoor dat ze een afkeer ontwikkelde voor gecommercialiseerde geneeskunde. Ze was schrijfster, altijd en overal, ook wanneer ze relatief weinig verdiende voor haar wereldberoemde boeken. Ze verliet meermaals haar veilige thuis om zich in te zetten voor het volk – ook wanneer ze haar onder druk van de politiek uitspuwden. Feminisme was voor Nawal een collectieve strijd, maar een waarbij het individu de volledige eigenheid en zelfbeschikking behield. Ze wees telkens op het belang van het bestuderen van de bredere historische, economische, religieuze, politieke, koloniale en gegenderde context. Haar kritisch denken deed haar parallellen zien tussen systemen en wereldbeelden die op het eerste gezicht erg verschillend lijken, maar in essentie dezelfde elementen van onderdrukking dragen.

Nawal schreef de verhalen die niemand schreef – en wanneer ze werden geschreven, nooit vanuit het oogpunt van de meest gemarginaliseerde mensen in de samenleving. Ondanks alles, de gevangenschap, de bedreigingen en de ballingschap, bleef ze houden van Egypte en de Arabische wereld. Tijdens een interview in Abu Dhabi, gaf ze tijdens het begin luid aan dat ze zich vernederd voelde als Arabische, postkoloniale feministe om het interview in het Engels te doen.[2] Ze zag het als het symbool van de voortdurende kolonisatie. Die trots op haar etnische achtergrond, in een wereld waarin Arabieren nog steeds worden veracht, haar kritische houding tegenover macht, in combinatie met de liefde voor het leven en een diepe empathie, ontroerde velen. ‘De God waar ik in geloof, is bovenal rechtvaardig en liefdevol.’ Daarmee beschreef ze ook haar activisme. Haar schrijfsels waren rivieren van moederlijke liefde: kordaat en streng, maar vooral erg zorgzaam en diep van binnen zacht.

Vrouwenlichamen werden, en zijn nog steeds, politieke slagvelden – ontkleed of bedekt, verkocht en bezeten. Een obsessie zonder interesse – het vrouwenlichaam verschijnt ontelbaar vaak in jurisprudentie en bijzonder weinig in wetenschappelijke boeken. Die hiaten in kennis en het collectieve geheugen kaartte Nawal levenslang aan. En tegelijk riep ze iedereen op om creatief te zijn – ‘creatief en dissident, zoals we waren als kind’ en nooit te buigen voor zij die ons zijn willen beperken. De pen van Nawal was gevreesd, omdat ze ervoor zorgde dat anderen de angst verloren om een pen op te nemen en ongecensureerd te schrijven.

Mayada Srouji is de oprichter van Femm – een intersectioneel, feministisch platform voor en door vrouwen met een Arabische achtergrond. Als alumnus Arabistiek en Islamkunde aan de Universiteit Gent heeft ze een grote interesse voor Arabische literatuur.

Noten

[1] “In conversation: Nawal El Saadawi with Kenan Malik,” YouTube, voor het laatst geraadpleegd op 30 maart 2021 via https://www.youtube.com/watch?v=giRhtxYRTzg&t=1369s.

[2] “Walking Through Fire: A Conversation with Nawal Saadawi,” YouTube, voor het laatst geraadpleegd op 30 maart 2021 via https://youtu.be/ZvzTus88xho?t=215.