" "

We zijn tien jaar verder…

Het is alweer bijna tien jaar geleden dat protesten in de Arabische wereld wekenlang het Nederlandse nieuws domineerden. Voor ZemZem is het daarom tijd om stil te staan bij de gebeurtenissen destijds en de uitwerking ervan vandaag de dag. In de Nederlandse media domineert het beeld dat de Arabische Lente is uitgelopen op een gewelddadige winter. Dat wil zeggen, áls er in dit jaar, dat in het teken staat van een pandemie en van klimaatverandering, al aandacht is voor de landen in Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Op 17 december 2010 stak de groenteverkoper Mohammed Bouazizi zichzelf in brand in het Tunesische stadje Sidi Bouzid als wanhopige reactie op de aanhoudende vernederingen door de autoriteiten. De grote protesten die volgden leidden tot het vertrek van de Tunesische president Zine El Abidine Ben Ali op 14 januari 2011, na een presidentschap van 23 jaar. In een mum van tijd verspreidden de protesten zich over de hele regio. Op 11 februari 2011 vertrok ook de Egyptische president Hosni Mubarak, na bijna dertig jaar aan de macht te zijn geweest. De beelden van de grootschalige protesten op het Tahrirplein in Caïro gingen de hele wereld over en werden iconisch. Ook in Bahrein, Jemen, Syrië en Libië ontstonden grootschalige protestbewegingen. Bahreiners protesteerden op het Parelplein in Manamah. In de straten van Jemen eiste men het aftreden van Ali Abdullah Saleh, die uiteindelijk in februari 2012 opstapte. In Syrië demonstreerden grote groepen mensen tegen Bashar al-Assad. De opstand in Libië resulteerde in de dood van de Libische president Muammar Gaddafi. Ook in landen als Marokko en Irak waren aanzienlijke protesten.

Na de val van een aantal dictators overheerste even optimisme, zowel in de regio zelf als bij velen in het Westen. Eind 2012 bracht ZemZem nog een nummer uit met als thema ‘Syrië na Assad’. Tja. Dat optimisme is dus omgeslagen. Dat heeft vooral te maken met de gruwelijke beelden die Nederland bereiken vanuit Syrië en met de verhalen van de grote aantallen vluchtelingen uit dat land. Ook berichten uit Egypte over de ongeëvenaarde inperking van rechten en vrijheden zijn weinig hoopgevend en lijken al snel het idee te rechtvaardigen dat er in de regio nou eenmaal geen vrede is zonder een dictatuur. De Libische situatie, waar twee overheden elkaar bevechten, geeft evenmin aanleiding tot optimisme. En in Jemen is een van de grootste humanitaire rampen van de moderne geschiedenis gaande – een ramp die nauwelijks aandacht krijgt in de westerse media.

In dit nummer onderzoeken we de gevolgen van de protesten in de Arabische wereld. Deze ZemZem opent met een discussie tussen vijf Midden-Oostenkenners die terugkijken op de gebeurtenissen van 2011. Paul Aarts, Carolien Roelants, Mounir Samuel, Petra Stienen en Sami Zemni reflecteren op de afgelopen tien jaar. Andere artikelen in het katern onderzoeken de ontwikkelingen sinds 2011 met aandacht voor de verschillen tussen de betrokken landen. Ophélie Mercier analyseert de Egyptische politieke dynamiek sinds de opstanden in 2011 door de lens van de Caïreense kunstscene. Marina de Regt, Jamal Badr en Said Al-Jariri behandelen verschillende perspectieven op de geweldspiraal waar Jemen zich sinds 2011 in bevindt. Roel Meijer bespreekt de islamistische bewegingen die na 2011 meer ruimte kregen en onderzoekt waarom sommige van hen wel en andere niet in staat waren om de politieke scene te betreden. En Maaike Voorhoeve blikt terug op de verschillende maatregelen die in Egypte, Tunesië en Libië zijn genomen om af te rekenen met de mensenrechtenschendingen die zijn gepleegd onder respectievelijk Mubarak, Ben Ali en Gaddafi.

Niet alleen onderzoekers blikken in dit nummer terug en vooruit. In de luchtfoto’s van de demonstrerende mensenmassa’s is het vaak nauwelijks mogelijk om nog individuen te ontwaren. Toch waren het personen, mensen die ieder voor zich de keuze maakten om de straat op te gaan en daar ieder hun eigen ervaringen beleefden. Om hen een gezicht te geven hebben we demonstranten uit verschillende landen gevraagd om herinneringen op te halen aan een moment tijdens de opstanden dat in hun geheugen gegrift staat. Maar niet alleen de helden krijgen een gezicht: Ugur Ümit Üngör geeft in zijn typologie van daders onder Assad, ook een gezicht aan de mensen die zich sinds 2011 schuldig maken aan gruwelijk geweld en mensenrechtenschendingen in Syrië.

Hoewel de artikelen in dit nummer zich concentreren op landen in de Arabische wereld, is het belangrijk om te benadrukken dat de protesten in die regio niet los gezien kunnen worden van protesten die elders in de wereld plaatsvinden. De regio bevindt zich niet in een vacuüm, maar is op allerlei manieren verbonden met de rest van de wereld. In zijn stuk over de protesten die wereldwijd uitbraken in 2019, pleit Koen Bogaert er dan ook voor om die protesten als mondiaal fenomeen te begrijpen. Van Chili tot Hongkong en van Frankrijk tot Iran gingen mensen de straat op. En ook weer in de Arabische wereld. De recente opstanden in Algerije, Soedan en Libanon laten zien dat de ‘Arabische Lente’ nog niet voorbij is: het is een langdurig proces. En dat is dan toch weer reden voor hoop.

Josephine van den Bent en Maaike Voorhoeve