5
min leestijd
A- A+

Boekrecensie 'Turkey in Transition'


Boekrecensie 'Turkey in Transition'

Gürkan Çelik en Ronald H. Linden (red.)
Turkey in Transition. The Dynamics of Domestic & Foreign Politics
Lynne Rienner Publishers 
285 p. € 49,95

Dit boek verschijnt precies op tijd. Eigenlijk zou je verwachten dat de coronacrisis alle andere politieke problemen nu achter zich laat. Maar in het Turkse beheer ervan komen alle Turkse politieke problemen weer terug. De behandeling ervan wordt totaal gemonopoliseerd door de regering, ministers die af willen treden mogen niet aftreden, kritische nieuwsvoorziening wordt als ondermijning van de behandeling gezien, et cetera. Bovengenoemd boek levert ons, naast een inzicht in de eigen aard van de Turkse binnenlandse politiek, ook een inkijk in die van de buitenlandse politiek. Het is geschreven door een keur van Amerikaanse, Britse, Duitse, Nederlandse, Belgische en Turkse specialisten. De auteurs zijn gespecialiseerd in islamitische studies, sociale antropologie, plattelandssociologie, geopolitiek en buitenlandbeleid. Allen, ook de Turkse schrijvers, werken aan universiteiten en onderzoeksinstituten buiten Turkije. 

'' ''

De diverse auteurs bestuderen de actuele geschiedenis van Turkije sinds het aan het bewind komen van de AKP in 2002. De hoofdstukken geven een samenhangende visie op een ‘onliberale democratie’ en een steeds autoritairder wordende staat. De bundel laat heel goed zien hoe besluitvormingsprocessen daarin gemotiveerd worden door een reeks tegenstrijdige impulsen, waaronder neo-ottomanisme, activisme, nationalisme, soennitisch islamisme, pro-Moslimbroederschap sentiment, anti-westernisme en commerciële, economische overwegingenDat zijn tekenen van een veranderende zelfinterpretatie van Turkije sinds 2002, waarvan de betekenis en het resultaat voor ons en ook voor de Turken zelf nog niet helemaal duidelijk zijn.

De titel van het boek, Turkey in Transition, duidt allereerst specifiek op de overgang van het Turkije van nu naar de democratie in de toekomst. In die zin sluit het aan bij een trend in de politieke wetenschappen die meerdere landen als zijnde in die ‘transitie’ probeert te begrijpen. Hoe moeilijk die overgang, maar ook hoe moeilijk dit begrip ‘overgang’ is, geven de redacteuren in de slotbeschouwing aan. Het begrip, zo voegen we eraan toe, hoort thuis bij andere begrippen in discussies over landen in ontwikkeling. Is Turkije een BRIC (afkorting van Brazilië, Rusland, India en China) land? De BRIC-landen werden gezien als landen die opstoomden naar een positie onder de topeconomieën, hoewel de glans er nu van af is. Ronald Linden geeft Turkijes flirt hiermee even aan. Blijven we steken in de ‘middle income gap?’, was een grote zorg van de Turkse regering. Dan hoort hierbij de vaak bediscussieerde vraag of de ontwikkeling van het kapitalisme vanzelf vraagt om of leidt tot een ‘overgang’ naar de democratie. Of anders gezegd: is een liberale democratie een voorwaarde voor een liberale, vrijemarkteconomie? Dit is de internationale context die het boek zelf natuurlijk niet uitwerkt, maar waarin het wel thuis hoort.

I
n bredere zin dekt het boek meerdere overgangen. In alle hoofdstukken komt ook de overgang van het voorafgaande, door Atatürk (de stichter van Turkije) geïnspireerde, kemalistische regime naar dat van de AKP naar voren. De volgende overgang is die van de regering van Erdoğan van een democratische, westers gerichte regering, naar een autocratische, steeds meer antiwesters geneigde politiek. Daarbij hoort ook de nieuwe positie die Turkije in wil nemen tegenover het Westen en Rusland na het beëindigen van de Koude Oorlog. Turkije wil een machtscentrum voor zichzelf dat met verschillende wereldmachten relaties aan kan gaan. Het wil een dominante plaats hebben in het Midden-Oosten, ook al wil Turkije nog altijd lid worden van de EU. Vervolgens speelt in dit alles dan ook de persoon van de president, de ‘factor Erdoğan’, een grote rol, een feit waarvan de auteurs zich zeer bewust zijn. Hij is enerzijds een specifiek Turks fenomeen, maar, anderzijds ook een symptoom van algemene sociaal-economische processen, van economische ontwikkeling onder autoritair leiderschap. In die zin is het boek een heel goede bestandsopname van de toestand vanaf 2016, het jaar van de staatsgreep door het leger, tot en met nu. Staatsgrepen waren een slechte traditie van het Turkse leger, maar deze laatste is mislukt, zodat de regering-Erdoğan enerzijds met trots dit feit kon vieren, maar anderzijds wilde gebruiken om meer macht naar zich toe te trekken.

Het boek is onderverdeeld in twee delen, een over de binnenlandse dynamiek en een over de dynamiek met het buitenland. In een inleidend hoofdstuk ‘Turkey at a Turbulent Time’, dat begint met een goede korte geschiedenis van de moderne natiestaat Turkije, geven de redacteuren, Gürkan Çelik en Ronald H. Linden, een blik in de huidige binnenlandse structuur van Turkije van na de couppoging van 2016, van de zuivering van land en leger, de dominantie van een politieke islam en het presidentiële systeem. In het buitenlands beleid signaleren zij de nieuwe opvatting van Turkije van zichzelf als regionale (sub)grootmacht. 

Deel I begin met een hoofdstuk van Gürkan Çelik over ‘Domestic Politics in the AKP Era’. Hij kenschetst Turkije als een onliberale democratie, kwetsbaar voor achteruitgang in de economie. In het volgende hoofdstuk, ‘Gains and Strains in the Economy’, schetst hij samen met Elvan Aktaş de oorspronkelijke verbetering van de economie onder de AKP door de liberalisering, maar ze wijzen er ook op hoe de oude kwaal van de dominantie van de politiek over de economie terugkomt. Daarna analyseert Mustafa Demir de geopolitieke dimensie van de Turkse economie, met name in haar energiepolitiek in relatie tot het Midden-Oosten, inclusief de Koerden, en Rusland, waarbij dus de buitenlandse dimensie van de binnenlandse problematiek zich meldt . In het hoofdstuk ‘Militarization of the Kurdish Issue’ beschrijft Joost Jongerden hoe de AKP, na een aanvankelijke opening naar de Koerdische kwestie als een politieke zaak, deze weer ging zien als een militair op te lossen veiligheidsprobleem. De rol van religie komt ter sprake in ‘The Diyanet and the Changing Politics of Religion’, geschreven door Nico Landman. Hij signaleert in Diyanet, het directoraat voor Godsdienstzaken, neigingen die islam en moderniteit bij elkaar brengen. Hij constateert echter ook de mogelijkheid dat de eerst door de AKP bepleite sterkere scheiding van religie en staat door een sterkere dominantie van de staat ongedaan gemaakt wordt. 

In het hoofdstuk ‘The Fragmentation of Civil Society’ vergelijken Gürkan Çelik en Paul Dekker de organisatie van de ‘civil society’ in Turkije met die van het Westen en constateren een opvallend lage zelforganisatiegraad en een groot beroep op ‘vadertje staat’. In de begintijd van de AKP was er een toename aan zelforganisatie, maar die is afgenomen. Door de politieke druk van de AKP raakten die organisaties vervolgens gepolitiseerd en gepolariseerd. In het slothoofdstuk van deel I, ‘Women in the “New” Turkey’, beschrijft Jenny White hoe de AKP ondanks conservatieve opvattingen over de vrouw toch praktisch bijgedragen heeft aan het afbreken van barrières voor vrouwen.

In deel II, ‘Dynamics abroad’, beschrijft Ronald Linden in het eerste hoofdstuk, ‘Changes and Dangers in Turkey’s World’, de positie van Turkije als een ‘middle power’ in de veranderende wereld van na de Koude Oorlog. Daarna geeft Henri J. Barkey een analyse van de positie van Erdoğan in ‘Erdogan’s Foreign Policy: The role of Personality and Identity’. Hij wijst op de de-institutionalisering van de Turkse politiek ten gunste van de persoon van de president, waardoor structurele betrouwbaarheid van de politieke lijn verloren gaat. Aaron Stein schrijft over ‘The Crisis in US-Turkish Relations’, wijzend op de groeiende zelfstandigheid van Turkije en het wantrouwen tegen Amerika. In ‘Turkey in the Middle East’ laat Bill Park zien dat Turkije zich niet meer afzijdig houdt van het Midden-Oosten zoals in kemalistische tijden, maar zich erin stort vanuit verschillende, soms tegenstrijdige motieven. Joris van Bladel beschrijft in ‘Russian–Turkish Relations at a Volatile Time’ de gemeenschappelijke afkeer van het Westen, maar ook de spanningen in de Turks-Russische relaties. 

Het hoofdstuk van Hanna-Lisa Hage, Funda Tekin en Wolfgang Wessels over ‘Turkey and Europe: Alternative Scenarios’ zoekt alternatieven voor volledige toetreding tot de EU die door de auteurs onwaarschijnlijk wordt geacht. Heel terecht wordt hieraan een apart hoofdstuk toegevoegd over de migratieperikelen tussen Europa en Turkije, getiteld ‘Eurocentrism in Migration Politics’, geschreven door Juliette Tolay. Ter afsluiting volgt de hierboven vermelde slotbeschouwing. 

Al met al is dit een waardevolle bundel die, voorzien van een chronologie van de Turkse geschiedenis, kaarten en figuren, goed als een handboek gebruikt kan worden. Kritische suggesties zijn natuurlijk altijd mogelijk. Neem de zeer actuele Koerdische kwestie. Jongerden schrijft enerzijds dat Erdoğan de PKK nooit als politieke gesprekspartner heeft willen zien, eerder als militaire tegenstander, maar anderzijds dat de PKK aangesproken moet worden binnen een geheel van verschillende Koerdische groeperingen. Welke zijn dat? Zijn dat traditioneel islamitische Koerden, waarvoor, zoals Çelik zegt, Erdoğan wel respect had? Dat zijn ook dezelfde Koerden als die van Noord-Irak , waar de olie vandaan komt (zie het hoofdstuk van Demir). Erdoğan heeft door goede relaties met hen geprobeerd de PKK te neutraliseren. Dat zijn voor hem niet de echte Koerden! Over die relaties had je graag meer gehoord om de bandbreedte van de Koerdische kwestie, die breder is dan die van de PKK, in zicht te krijgen. 

En dan de Turkse jeugd. Het boek gaat in  op de demografie van Turkije en de relatie tussen de jeugd en de economische ontwikkelingen, de mogelijkheden en moeilijkheden ervan. Maar de huidige universitaire jeugd van Turkije loopt weg. Studenten willen naar het buitenland en de regering moet ze bijna terugkopen! Empirisch onderzoek van het Turkse onderzoeksinstituut Konda laat vervolgens zien dat de jeugd helemaal niet die stevige moslimgeneratie wordt die Erdoğan wilde kweken, maar seculariseert! ‘God is dying in Turkey as well,’ zegt de Turkse filosoof Volkan Ertit. Dat is van belang voor een toekomstprognose. Misschien zijn de huidige problemen van de AKP typisch voor een generatie die het secularistische top-down moderniseringsproces van Atatürk moest verwerken, maar zijn hun kinderen al weer verder. Dit handboek legt in ieder geval een stevige basis voor de verdere bestudering van deze problemen.