14
min leestijd
A- A+

Een dichter neemt wraak: Hamlet en al-Zir


Een dichter neemt wraak: Hamlet en al-Zir

Het Arabische Verhaal van al-Zir vertelt hoe de pre-islamitische held al-Zir, de legendarische grondvester van de klassiek-Arabische poëzie, wraak neemt voor de moord op zijn oudere broer. In het Westen zijn zowel al-Zir als dit volksverhaal over hem nauwelijks bekend. In de Arabische wereld zelf is er door de Arabische literatuurcritici eeuwenlang op het Verhaal van al-Zir neergekeken. Toch heeft een aantal moderne Arabische denkers juist dit volksverhaal gespiegeld aan Shakespeares Hamlet. Dit artikel is het eerste van een tweeluik over de moderne Arabische receptie van het Verhaal van al-Zir, en de ideologische lading die daarbij aan dit volksepos is toegekend. Hier betoog ik dat een aantal Arabische intellectuelen vanaf de twintigste eeuw het Verhaal van al-Zir beschouwden als een ideale uitdrukking van de nationale Arabische identiteit. De vergelijking tussen dit volksepos en Hamlet, een onbetwist meesterwerk van de Europese letterkunde, is daarmee niet alleen een vergelijking tussen twee verhalen, maar wordt ingezet als een vergelijking tussen twee culturen, de Arabische en de Europese.

'' ''

Achterglasschildering door een leerling van Abu Subhi al-Tinawi (1884/1888–1973), Damascus 2003, 49 x 65 cm, Musée des Civilisations de l’Europe et de la Méditerranée, Marseille, inventarisnummer 2003.172.4, © Mucem

Ramzi Choukair
In 2002, tijdens de aanloop naar de Amerikaanse invasie van Irak ter vergelding van de aanslagen van 11 september door Al Qaida, ging in Damascus het experimentele toneelstuk Al-Zir Hamlet in première. Al-Zir Hamlet, van de Frans-Syrische regisseur Ramzi Choukair (1971) zijn twee stukken in één, een westers en een Arabisch toneelstuk. Shakespeares Hamlet behoeft nauwelijks introductie. Prins Hamlet moet zijn studies onderbreken om wraak te nemen op Claudius, de man die zijn vader heeft vermoord en daarna met zijn moeder Gertrude is getrouwd. Het Arabische stuk, getiteld Al-Zir Salim, is een wraaktragedie geschreven door de Egyptische toneelschrijver Alfred Farag (1929–2005) over de pre-islamitische held al-Zir.[1] In Choukairs Al-Zir Hamlet gaan de hoofdpersonen van beide tragedies letterlijk een dialoog aan. Op toneel vertellen Hamlet en al-Zir elkaar hun levensverhaal en hoe ze wraak hebben genomen.[2]

Choukairs stuk over een ontmoeting van culturen werd naar het Frans vertaald en vanaf 2004 herhaaldelijk in Frankrijk opgevoerd,[3] waar het op een gegeven moment in de ogen van het publiek een prangende actualiteit verkreeg. De laatste productie van Al-Zir Hamlet opende begin 2015 in Parijs, krap een maand na de aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo waarbij Franse aanhangers van Al Qaida in reactie op een spotprent over Mohammed acht leden van de redactie vermoordden, uit wraak voor het beledigen van de Profeet. In Frankrijk leidde deze aanslag tot een discussie over de compatibiliteit van de islam en de waarden van de Franse Republiek, door sommige deelnemers geframed als een botsing tussen Oost en West. 

Omdat werd geafficheerd dat Al-Zir Hamlet ‘een brug zou slaan tussen Oost en West,’[4] hoopten Parijzenaars door het bijwonen van dit toneelstuk troost te vinden bij het omgaan met deze traumatische aanslag en antwoorden te krijgen op hun vragen over die compatibiliteit, een verwachting die niet bij alle toeschouwers werd ingelost. Terwijl het oorspronkelijke publiek in Damascus van huis uit goed bekend was met de twee verhalen die Choukair naast elkaar plaatst (de Syrische televisie had in 2000 bovendien een serie over al-Zir uitgezonden[5]) hadden Franse recensenten vanwege hun gebrek aan voorkennis over al-Zir moeite Choukairs experimentele stuk te volgen.[6]

Alfred Farag
Zo onbekend als al-Zir in het Westen is, zo bekend is Hamlet in de Arabische wereld.[7] Al sinds het einde van de negentiende eeuw is Hamlet buitengewoon populair op het Arabische toneel, niet alleen vanwege de intrinsieke kwaliteiten van het stuk, maar ook omdat het werd geïnterpreteerd als een politieke parabel. In de moderne Arabische literatuur wordt bloedwraak, het thema van Shakespeares tragedie, gebruikt als metafoor voor het hele spectrum van politiek verzet, van nationalistische vrijheidsstrijd tegen Europese kolonisatoren, socialistische revolutie, verzet tegen Arabische dictators, tot jihad.[8] Zo werd Hamlet met name in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw door velen gezien als vrijheidsstrijder, revolutionair, of politiek dissident.[9]

Ramzi Choukair was niet de eerste die Hamlet vergeleek met de pre-islamitische dichter al-Zir. Alfred Farag, die aan de universiteit van Alexandrië Engelse literatuur heeft gestudeerd en een boek over Shakespeare schreef,[10] had in zijn toneelstuk over al-Zir zijn hoofdpersoon zelf al trekken van Hamlet meegegeven.[11] Zijn wraaktragedie was onder de titel Al-Zir Salim: een modern toneelstuk verschenen in 1967.[12] Farag baseerde het op het Arabische volksepos het Verhaal van al-Zir, dat gaat over het thema van de wrekende dichter. In dit volksverhaal staan twee wraakmoorden centraal. De Jemenitische tiran Tubba doodt de vader van de held Kulayb en eist diens verloofde Jalila op als zijn bruid. Kulayb vermomt zich als dichter of minstreel zodat hij, onder het mom dat hij de bruiloftsgasten komt vermaken, aanwezig kan zijn op het huwelijk van zijn verloofde met de tiran. In de huwelijksnacht dringt Kulayb de bruidssuite binnen, doodt de tiran in diens huwelijksbed en neemt zo wraak voor de moord op zijn vader.

Kulayb trouwt nu zelf met Jalila en wordt tot koning gekroond, maar wordt vervolgens uit jaloezie neergestoken door zijn neef. Met zijn eigen bloed schrijft de stervende Kulayb op een steen een boodschap op rijm voor zijn jongere broer, de dichter al-Zir, waarin hij hem oproept wraak te nemen, geen compensatie in geld of kamelen te accepteren en pas te rusten als hij de moorddadige neef gedood heeft. Al-Zir wil liever liefdespoëzie schrijven, wijn drinken en met zijn boezemvriend in een lusthof hangen, en neemt de plicht tot wraak met tegenzin op zich. Zijn zoektocht naar vergelding ontaardt in een veertigjarige oorlog die vele nodeloze slachtoffers eist voordat al-Zir, bijgestaan door Kulaybs zoon, er uiteindelijk in slaagt om de moordenaar te doden.[13] In Farags toneelbewerking van het volksverhaal neemt Kulaybs zoon overigens geen deel aan de oorlog of de wraakmoord, en symboliseert daarmee de democratie.[14]

Louis Awad
Ook een vriend van Farag vergeleek het volksverhaal van al-Zir met Hamlet.[15] Het jaar na het verschijnen van Farags Al-Zir Salim publiceerde de marxistische literatuurcriticus Louis Awad (1915–1990), een studie waarin hij betoogt dat er opmerkelijke parallellen bestaan tussen Shakespeares Hamlet en het volksverhaal van al-Zir. De Egyptenaar Awad, die vergelijkende literatuurwetenschap had gestudeerd in Cambridge en Princeton, vergelijkt Hamlet zowel met Kulayb als met al-Zir. 

Awad vergelijkt Hamlet die wraak neemt op Claudius, de man die zijn vader had vergiftigd en met zijn moeder Gertrude was getrouwd, met Kulayb die wraak neemt op de tiran Tubba, de man die zijn vader had gedood en zijn verloofde Jalila als bruid had opgeëist. Zowel Kulayb als Hamlet gebruiken kunst en literatuur als middel in hun strijd tegen onrechtvaardige heersers. Kulayb vermomt zich als minstreel; Hamlet voert een toneelstuk op om aan Claudius een schuldbekentenis te ontlokken.[16] Naast deze parallellen tussen Hamlet en Kulayb, ziet Awad een parallel tussen Hamlet die aarzelt bij het wreken van zijn vader en al-Zir die met tegenzin de plicht van wraak voor zijn oudere broer op zich neemt.

Eerdere Arabische critici hadden overeenkomsten die zij zagen tussen het werk van Shakespeare en teksten uit de Arabische literatuur – deels voor de grap – verklaard met de theorie dat de Engelse bard eigenlijk een Arabier zou zijn geweest die Sjeik Zubayr heette.[17] Wat Hamlet betreft weten we dat Shakespeare de plot van dit stuk niet zelf heeft verzonnen maar dat hij zich op een reeds bestaand verhaal baseerde, dat onder andere als mondeling volksverhaal in Scandinavië de ronde deed.[18] Awad stelt dat de plots van het verhaal van Hamlet en het volksepos over al-Zir op elkaar lijken omdat het varianten zijn van hetzelfde internationale verhaaltype, het verhaaltype van ‘de prins die wraak neemt op een vorst die zich een bed heeft toegeëigend dat niet van hem is’.[19]

'' ''
Flyer voor de opvoering van Ramzi Choukairs Al-Zir Hamlet, Parijs 2015, ontwerp Pierre Jeanneau. Bron: ramzichoukair.com

Volkskunst en nationale identiteit
Waarom wilden Arabische intellectuelen als Awad, Farag en Choukair juist deze twee teksten, Shakespeares Hamlet en het volksverhaal van al-Zir, met elkaar vergelijken? Vanaf de negentiende eeuw was het voor Arabische intellectuelen een belangrijke vraag of de Arabische wereld bij het Westen past. Niet alleen omdat het Westen grote delen van de Arabische wereld gekoloniseerd had, maar ook omdat volgens velen het Westen de moderniteit had voortgebracht: als de Arabische wereld bij het Westen past, dan past de Arabische wereld bij de moderniteit.[20]

Vanaf de negentiende eeuw nam ook het idee een hoge vlucht dat de identiteit van een cultuur of volk wordt weerspiegeld door zijn literatuur. Om te onderzoeken in hoeverre de Arabische wereld en het Westen compatibel zijn, vergeleken Arabische denkers daarom de Arabische literatuur met de westerse literatuur. Het verbaast niet dat zij als representant van de westerse letterkunde Shakespeares Hamlet kozen.[21] Dit stuk is een van de onbetwiste meesterwerken van de westerse literatuur, en was zoals gezegd zeer populair in de Arabische wereld. 

Het Verhaal van al-Zir lijkt op het eerste gezicht minder geschikt om de Arabische literatuur te vertegenwoordigen. Op het genre van de volksepen, waar dit verhaal toe behoort, werd tot ver in de twintigste eeuw neergekeken door de gevestigde Arabische literatuurcritici (onder andere omdat deze volksepen niet in correct klassiek Arabisch opgesteld zijn, maar in de volkstaal of in Middelarabisch, een mengvorm van klassiek en dialect). Nog steeds hebben deze volksepen een lagere literaire status dan klassiek-Arabische poëzie of dan romans in Modern Standaardarabisch.[22]

De volksepen werden en worden door de gevestigde Arabische literatuurcritici dan wel niet voor vol aangezien, de twee mannelijke hoofdpersonen van het Verhaal van al-Zir staan bij diezelfde critici juist in hoog aanzien. Kulayb staat in de klassiek-Arabische literatuur en geschiedschrijving bekend als een van slechts drie Arabische koningen die er voor de komst van de islam in slaagden de noordelijke Arabische stammen onder één bewind te verenigen.[23] Zijn broer al-Zir wordt in die klassieke bronnen beschouwd als niet minder dan de grondvester van de klassieke Arabische poëzie, en daarmee van de Arabische literatuur. Al-Zir Salim, ook bekend als al-Muhalhil ibn Rabi‘a, is ‘one of the pre-Islamic bards with the most credible claim to antiquity.’[24] Zijn naam al-Muhalhil betekent zoiets als wordsmith, letterlijk ‘de fijnmazige wever’ (van dichtregels).[25] Met het rouwdicht dat hij componeerde direct na de moord op zijn broer Kulayb, zou al-Zir het genre van de qasida hebben uitgevonden, de klassiek-Arabische dichtvorm bij uitstek.[26] Ook staat al-Zir bekend als de eerste Arabische dichter die liefdespoëzie maakte; de eerste die metaforen en hyperbolen in zijn gedichten toepaste; en de eerste wiens poëzie gezongen werd.[27] Al-Zir was de oom van de grootste pre-islamitische dichter, Imru’ al-Qays,[28] en zou deze neef de dichtkunst hebben geleerd en hem zelfs de beroemdste van alle Arabische versregels hebben geleverd:[29] qifa nabki min dhikra habibin wa-manzili, ‘Stop, laat ons huilen bij de herinnering aan een geliefde en diens woonplaats.’[30] We kunnen concluderen dat koning Kulayb in feite de politieke Arabische eenheid symboliseert, en de dichter al-Zir de culturele Arabische eenheid en identiteit.

Niet alleen genieten de twee mannelijke hoofdpersonen veel aanzien bij de gevestigde Arabische literatuurcritici, het Verhaal van al-Zir past ook goed bij het nasserisme, de staatsideologie van Egypte in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. Het nasserisme heeft drie hoofdkenmerken: seculier, pan-Arabisch nationalistisch, en socialistisch.[31] Het verhaal van al-Zir speelt onder Arabieren zo’n honderd jaar voor de komst van de islam, en religie speelt er eigenlijk geen rol in. Dit past bij een seculiere opvatting van de Arabische identiteit. Bovendien maakt dit het verhaal niet alleen geschikt voor islamitische maar ook voor christelijke en communistische Arabieren om er hun Arabische identiteit aan op te hangen.

Tegelijkertijd kunnen Arabieren uit de hele Arabische wereld zich met het verhaal identificeren.[32] Van andere periodes uit de geschiedenis van de Arabische wereld voor de komst van de islam, zoals de tijdperken van de farao’s of de Feniciërs, werd bijvoorbeeld gezegd dat deze te zeer het specifieke erfgoed van afzonderlijke Arabische staten waren – in dit geval respectievelijk Egypte en Libanon – en dat aandacht voor deze periodes de pan-Arabische eenheid zou ondermijnen.[33]

Tot slot past het verhaal van al-Zir juist als volksverhaal goed bij het socialistische aspect van het nasserisme. Socialistische leiders en denkers ontlenen hun politieke en intellectuele autoriteit aan de stelling dat zij optreden of spreken, niet alleen in naam van een hoogopgeleide elite, maar ook en vooral in naam van ‘het volk’. Net als het idee dat een volk één wil kan hebben, de volkswil, bestond het idee dat een volk een collectief bewustzijn zou kunnen hebben, en één ziel, de volksziel. Waar het onderbewuste van de psyche van de individuele kunstenaar tot uitdrukking komt in de door hem gecreëerde kunstwerken, zou het onderbewuste van het volk tot uitdrukking komen in anonieme volksverhalen en folklore.[34]

Van bepaalde volksverhalen werd verondersteld dat ze net zo oud waren als het volk waar ze uit voortkomen. Zo zouden het Arabische volk en het Verhaal van al-Zir min of meer tegelijkertijd ontstaan zijn in de pre-islamitische periode.[35] Volkskunst is niet de individuele creatie van één academisch geschoolde kunstenaar uit de elite, maar wordt beschouwd als het gemeenschappelijke product van generaties anonieme vertellers uit het volk. Omdat de essentie van het volk sinds zijn ontstaan niet zou zijn veranderd, werd verondersteld dat ook volksverhalen niet wezenlijk veranderen bij het doorgeven. Het Verhaal van al-Zir is een volksepos in de volkstaal, grotendeels mondeling overgeleverd door vertellers zonder klassieke scholing. Juist omdat het eeuwenlang door de geletterde elite genegeerd is, kon het ‘puur’ blijven. Zo zou het Verhaal van al-Zir een uitdrukking vormen van de volksaard en het collectieve onderbewuste van de Arabieren.

Farag en Awad werkten in de jaren vijftig beiden voor het tijdschrift De Republiek, de spreekbuis van de revolutie van de Vrije Officieren, en bleven, ondanks hun kritiek op bepaalde onderdelen van Nassers beleid – die hen alle twee op gevangenisstraf kwam te staan – ook daarna nog aanhangers van het nasserisme.[36] Arabische denkers als Farag en Awad, en in hun voetsporen de theatermaker Choukair, vergeleken Shakespeares Hamlet juist met het Verhaal van al-Ziromdat zij dat laatste beschouwden als een ideale uitdrukking van de nationale Arabische identiteit.

Een dichter neemt wraak
Het is daarnaast goed voor te stellen dat de intellectuelen en kunstenaars die deze parallellen tussen de verhalen van al-Zir en Hamlet trokken, zichzelf herkenden in de twee hoofdpersonen.[37] Zoals gezegd wordt bloedwraak in de moderne Arabische cultuur gebruikt als metafoor voor politieke strijd en werd Hamlet, in zijn strijd tegen de usurpator Claudius, gezien als verzetsheld en revolutionair. In Shakespeares stuk is Hamlet echter ook een student, een denker, een lezer, en zelfs een toneelregisseur, die theater gebruikt om onrechtvaardige heersers met hun wandaden te confronteren. Hamlet hanteert niet alleen het zwaard maar ook de pen. In die zin voldoet hij aan het ideaalbeeld van de revolutionair die theorie en praktijk verenigt, en in woord én daad tegen onrecht strijdt: Hamlet is een geëngageerde intellectueel.[38]

Iets vergelijkbaars geldt voor al-Zir. Net als Hamlet doodt hij een usurpator en herstelt zo onrecht, maar al-Zir is tegelijkertijd dichter, en, als grondvester van de Arabische poëzie en daarmee van de Arabische literatuur, in feite de eerste Arabische kunstenaar. Als Hamlet het universele voorbeeld is van de geëngageerde intellectueel, is al-Zir het inheemse model van de Arabische geëngageerde intellectueel.

Zowel Hamlet als al-Zir nemen de plicht tot bloedwraak echter met tegenzin op zich en gaan gebukt onder de last ervan. Hamlet had na zijn vaders begrafenis liever onmiddellijk terug gewild naar de universiteit om zijn studie voort te zetten, en hij worstelt met de verplichting zijn vader te wreken: Hamlet aarzelt, twijfelt, hij wordt melancholisch, denkt over zelfmoord. Als al-Zir hoort dat zijn oudere broer gedood is wil hij in eerste instantie het liefst doorgaan met liefdespoëzie schrijven en wijn drinken, en als hij de plicht tot vergelding eenmaal geaccepteerd heeft zwalkt hij tussen periodes waarin hij zich laveloos drinkt en meedogenloze slachtpartijen. Beide helden kunnen niet voorkomen dat ze in hun poging onrecht te herstellen zelf vuile handen maken: hun daden leiden tot de dood van onschuldigen, zelfs tot de dood van hun geliefden.

Hiermee verbeelden Hamlet en al-Zir de tragiek van kunstenaars en intellectuelen die zich door de politieke omstandigheden moreel verplicht voelen niet alleen geëngageerde kunst te maken, maar ook de straat op te gaan en misschien zelfs deel te nemen aan gewapend verzet, met mogelijk fatale gevolgen voor hun familieleden, vrienden en uiteindelijk henzelf.[39]

Slotsom
Omdat literatuur lang is gezien als een uitdrukking van de volksaard, wat een vergelijking tussen literaturen tot een vergelijking tussen culturen maakt, is het al met al niet verwonderlijk dat juist het Verhaal van al-Zir naar voren werd geschoven als Arabische evenknie van Shakespeares meesterwerk Hamlet. Dit anonieme epos werd gezien als een ideale uitdrukking van de Arabische nationale identiteit. Het onderwerp is puur Arabisch, maar niet religieus; het verhaal is een volksproduct, en toch hebben de twee mannelijke hoofdpersonen Kulayb en al-Zir ook binnen de hoge cultuur veel aanzien. Bovendien personifiëren de broers respectievelijk de politieke en culturele eenheid van de Arabieren.

Daarnaast zijn zowel de dichter al-Zir als de student Hamlet voorbeelden van de maatschappelijk betrokken intellectueel. Dat deze twee personages in Choukairs theaterstuk Al-Zir Hamlet, dat niet lang na 11 september in première ging, elkaar hun verhaal vertellen, is niet alleen een oproep tot dialoog tussen intellectuelen en kunstenaars uit de Arabische wereld en het Westen. Door de toeschouwers te laten ontdekken welke overeenkomsten er tussen de verhalen van al-Zir en Hamlet bestaan, probeert Choukair zijn publiek bovendien tot het inzicht brengen dat de Arabische wereld en het Westen niet fundamenteel van elkaar verschillen.

Johan Weststeijn (1973) is als parallelloloog verbonden aan de opleiding Arabisch van de Universiteit van Amsterdam

* Met dank aan Ellen van de Bovenkamp en Martin van Loenen.

Noten
[1] Alfred Farag, al-Zir Salim: Masrahiyya haditha (Cairo: Wizarat al-Thaqafa/Dar al-Katib al-‘Arabi, 1967). Vertaald naar het Engels door Khadija Allak onder de titel Al-Zear salim (Cairo: State Publishing House, General Egyptian Book Organization, 1995).

[2] Francis Guinle, ‘Al-Zîr Sâlim et le Prince Hamlet: Adaptation de Ramzi Choukair et Alfred Farrag,’ in Création théatrale: Adaptation, schèmes, traduction, red. Danièle Berton & Jean-Pierre Simard (Publications de l’Université de Saint-Étienne: 2007), 71-86; idem, ‘Al-Zîr Sâlim et le Prince Hamlet,’ Horizons Maghrébins 58 (2008): 134-41; idem, ‘Al-Zîr Sâlim et le Prince Hamlet: Entre l’Orient et l’Occident,’ Actes des Congrès de la Société Française Shakespeare 27 (2009): 175-88.

[3] Ramzi Choukair, Al-Zîr Sâlim et le Prince Hamlet, uit het Arabisch naar het Frans vertaald door Francis Guinle (Villeurbanne: Dugas, 2004).

[4] Achterkant flyer.

[5] Al-Zeer Salem (2000), regie Hatem Ali (geb. 1962), scenario Mamdouh Adwan (1941–2004). Over deze serie zie: Wen-Chin Ouyang, ‘Al-Tanass wa-l-tahawwul: al-Dhakira al-jama‘iyya fi al-riwaya al-tarikhiyya al-siniyya wa-l-‘arabiyya (Intertextuality and Transformation: Collective Memory in Chinese and Arabic Historical Novels),’ Alif: Journal of Comparative Poetics 34 (2014): 109-35; Mamduh ‘Adwan, Al-Zir Salim: al-Batal bayn al-sira wa-l-tarikh wa-l-bina’ al-drami. Dirasa (Damascus: Dar Mamduh ‘Adwan li-l-Nashr wa-l-Tawzi‘, e-book 2015).

[6] Florence Gopikian-Yérémian, Al-Zîr Hamlet: Une pièce audacieuse mais qui manque d’osmose,’ Putsch, 5 maart 2015, https://putsch.media/20150305/culture/theatre-et-spectacle/al-zir-hamlet-une-piece-audacieuse-mais-qui-manque-d-osmose/ (18 september 2019); Astrid Chevreuil, ‘Al-Zîr Hamlet,’ L’Artichaut du Bureau des Arts10 april 2015https://artichaut-magazine.fr/al-zir-hamlet/ (18 september 2019).

[7] Zelfs de Encyclopaedia of Islam, het kroonjuweel van de westerse arabistiek, heeft geen lemma over al-Zir.

[8] Dena Fakhro, ‘Tracing the Movement of the Blood Vengeance Theme within Arabic Poetry: From the Classical Poetic Tradition to the Present,’ British Journal of Middle Eastern Studies, 21 augustus 2018, https://doi.org/10.1080/13530194.2018.1500270.

[9] Mahmoud F. Al-Shetawi, ‘Hamlet in Arabic,’ Journal of Intercultural Studies 20 (1999): 43-63; Margaret Litvin, Hamlet’s Arab Journey: Shakespeare’s Prince and Nasser’s Ghost (Princeton: Princeton University Press, 2011).

[10] Alfred Farag, Shikisbir fi zamanihi wa-fi zamanina (Cairo: al-Dar al-Misriyya al-Lubnaniyya, 2002).

[11] Margaret Litvin, ‘Vanishing Intertexts in the Arab Hamlet Tradition,’ Critical Survey 19 (2007): 92 n. 37; Daniela Potenza, ‘The Kaleidoscope Effect: Rewriting in Alfred Farag’s Plays as a Multifunctional Strategy for a Multilayered Creation’ (proefschrift INALCO, Parijs, 2018), 174-75.

[12] M. M. Badawi, Modern Arabic Drama in Egypt (Cambridge: Cambridge University Press, 1987), 178-79; Rasheed el-Enany, ‘The Quest for Justice in the Theatre of Alfred Farag: Different Moulds, One Theme,’ Journal of Arabic Literature 32 (2002): 202 n. 68; Peter E. Pormann, ‘Classics and Islam: From Homer to al-Qa‘ida,’ International Journal of the Classical Tradition 16 (2009): 223, Ouyang, ‘Tanass,’ 109-35; Potenza, ‘Kaleidoscope Effect,’ 126-223. 

[13] Malcolm C. Lyons, The Arabian Epic: Heroic and Oral Story-telling (Cambridge: Cambridge University Press, 1995), III, 651-60; Marguerite Gavillet Matar, La Geste du Zir Salim d’après un manuscrit syrien: Présentation, édition et traduction annotées (Damascus: Institut Français du Proche Orient, 2005).

[14] Potenza, ‘Kaleidoscope Effect,’ 180; 224-25.

[15] Pormann, ‘Classics and Islam,’ 223; Litvin, Hamlet’s Arab Journey, 100-101.

[16] Louis Awad, Usturat Urist wa-l-malahim al-‘arabiyya (Cairo: Dar al-Katib al-‘Arabi, 1968), 36-39. 

[17] Ferial J. Ghazoul, ‘The Arabization of Othello,’ Comparative Literature 50 (1998): 9; Litvin, Hamlet’s Arab Journey, 5.

[18] William F. Hansen, Saxo Grammaticus & The Life of Hamlet: A Translation, History and Commentary (Lincoln: University of Nebraska Press, 1983).

[19] Awad, Usturat Urist, 39. Dit verhaaltype wordt overigens niet genoemd in Aarne & Thompsons Types of the Folk-Tale. Zie verder Johan Weststeijn, ‘Blood on the Wedding Bed: The Capture of Troy, Agamemnon’s Murder, and the Arabic Story of al-Zir as Variants of the “Avenging Bride” Tale Type,’ Bibliotheca Orientalis 74 (2017): 284-314, en ‘Maagdekens bloed dat snijdt zo zoet: Over Heer Halewijn en vergelijkbare verhalen,’ Spiegel der Letteren 59 (2017): 427-51.

[20] Zie bijvoorbeeld Pormann, ‘Classics and Islam,’ 232.

[21] Ghazoul, ‘Arabization of Othello,’ 10.

[22] Jaroslav Stetkevych, Muhammad and the Golden Bough: Reconstructing Arabian Myth (Bloomington: Indiana University Press, 1996), 1; Thomas Herzog, ‘Orality and the Tradition of Arabic Epic Storytelling,’ in Medieval Oral Literature, red. Karl Reichl (Berlijn: De Gruyter, 2012), 627.

[23] Suzanne Pinckney Stetkevych, The Mute Immortals Speak: Pre-Islamic Poetry and the Poetics of Ritual (Ithaca: Cornell University Press, 1993), 207.

[24] Jaroslav Stetkevych, ‘Toward an Arabic Elegiac Lexicon: The Seven Words of the Nasib,’ in Reorientations/Arabic and Persian Poetry, red. Suzanne Pinckney Stetkevych (Bloomington: Indiana University Press, 1994), 113.

[25] Stetkevych, Mute Immortals, 206; Shady H. Nasser, ‘Al-Muhalhil in the Historical Akhbar and Folkloric Sirah,’ Journal of Arabic Literature 40 (2009): 258.

[26] A. J. Arberry, The Seven Odes: The First Chapter in Arabic Literature (Londen: Allen & Unwin, 1957), 187; Stetkevych, Mute Immortals, 206; 211-13; Nasser, ‘Muhalhil,’ 241; 249 n. 33; 258. Over de relatie tussen Arabische elegische poëzie, rouw om een vermoorde bloedverwant en wraak, zie Stetkevych, Mute Immortals, 218-19.

[27] Nasser, ‘Muhalhil,’ 259; 265-66.

[28] Stetkevych, Mute Immortals, 211; 241; Nasser, ‘Muhalhil,’ 243; 251-53.

[29] Nasser, ‘Muhalhil,’ 252; 269.

[30] Suzanne Stetkevych (Mute Immortals, 259-61) betoogt dat ook deze regel als een rouwklacht kan worden gelezen. De beweende habib (geliefde) is dan geen vrouw van een andere stam die is weggetrokken, zoals meestal wordt gesteld, maar een vermoorde bloedverwant, en de ‘woonplaats’ symboliseert zijn graf.

[31]  Harald Viersen, ‘Hoe belangrijk was 1967 nou werkelijk?,’ ZemZem 13 (2017): 52.

[32] Stetkevych, Mute Immortals, 206; Noha Radwan, ‘Amal Dunqul, the Prince of Protest Poets,’ Journal of Arabic Literature 45 (2014): 228.

[33] Terri DeYoung, Placing the Poet: Badr Shakir al-Sayyab and Postcolonial Iraq (Albany: SUNY, 1998), 93.

[34] Abdul-Nabi Isstaif, ‘Forging a New Self, Embracing the Other: Modern Arabic Critical Theory and the West – Luwis ‘Awad,’ Arabic and Middle Eastern Literatures 5 (2002): 163-64.

[35] Over de etnogenese van de Arabieren zie het onderzoek van Peter Webb, bijvoorbeeld zijn Imagining the Arabs: Arab Identity and the Rise of Islam (Edinburgh: Edinburgh University Press, 2016).

[36] Enany, ‘Quest for Justice,’ 174; Isstaif, ‘Forging a New Self,’ 162.

[37] Litvin, Hamlet’s Arab Journey, binnenkant stofomslag.

[38] Vergelijk Robbert Woltering, ‘Zenobia leeft! Moderne Arabische bewerkingen van de Zenobiageschiedenis,’ in: Zenobia van Palmyra: Vorstin tussen Europese en Arabische traditie, red. Diederik Burgersdijk (Hilversum: Verloren, 2018), p. 67.

[39] Shetawi, ‘Hamlet in Arabic,’ 47-52; Safi Mahmoud Mahfouz, ‘Tragedy in the Arab Theatre: The Neglected Genre,’ New Theatre Quarterly 27 (2011): 378.