7
min leestijd
A- A+

Tweehonderd jaar Goethes West-östlicher Divan


Tweehonderd jaar Goethes West-östlicher Divan

Ter gelegenheid van de 150ste sterfdag van de volgens velen grootste Duitse schrijver Johann Wolfgang Goethe (1749-1832) vroeg redacteur en Goethe-kenner Hans Ester in Trouw van 18 maart 1982 zich af of er nog een origineel woord over de dichter viel te zeggen. Ester verzuimde toen erop te wijzen dat door de komst van miljoenen moslims naar West-Europa ook de bestudering van Goethes relaties met de moslimwereld een nieuwe impuls kreeg. Blijkbaar duurde het even voor de inhoud van deze publicaties over de oriëntaalse Goethe van het vakgebied van de islamologen doordrong in dat van letterkundigen en vandaar naar de bredere kring van de Duitstaligen overal in Europa. In dit verband moeten met name Katharina Mommsen en Annemarie Schimmel genoemd worden. Zij tonen aan hoe belangrijk het is om voor dit onderwerp aandacht te blijven vragen. Katharina Mommsen, afkomstig uit een familie met beroemde historici, publiceerde al in 1953 in het Goethe-Jahrbuch over de West-östliche Divan. Haar meesterwerk uit 1988, Goethe und die Arabische Welt, beschrijft hoe Goethe reeds als jonge man geboeid was door de moslimwereld.

'' ''

Johann Wolfgang von Goethe, geschilderd door Joseph Karl Stieler, 1828. Bron: Wikimedia Commons

Moslims eerbetoon voor Goethe begon honderd jaar geleden
Annemarie Schimmel (1922-2002), Duitslands topislamoloog in de twintigste eeuw, beschreef de invloed van Goethes gedichtencyclus, in het Perzisch divan genoemd, op Sir Muhammad Iqbal (1877-1938). Haar boek Gabriel’s Wing gaat over de religieuze ideeën van Iqbal (1963). Iqbal werd postuum de nationale dichter en denker van Pakistan. Hij schreef in het Engels, Perzisch en Urdu. Pakistanen citeren hem graag. Zijn graf ligt tegenover de ingang van de grote Badshahi (koninklijke) moskee in Lahore. In 1919, precies honderd jaar na het verschijnen van de Divan van Goethe, begon Iqbal te schrijven aan zijn Pegham-e-Mashriq (‘Boodschap van het Oosten’). De eerste regel luidt in het Perzisch: dar djawaab shaïr almaanwi Goethe (‘antwoord aan de Duitse dichter Goethe’). Almaanwi betekent ‘uit Allemagne’. Het boek verscheen in 1923.

Iqbal wilde na de Eerste Wereldoorlog de koude ideeën en gedachten van het Westen met warmte bezielen, zoals Goethe in 1819 met zijn Divan had gedaan na de verwoestende napoleontische oorlogen. Na de oorlog van 1914-1918 was er van de reputatie van kolonisator Groot-Brittannië in India niet veel over. Terugkerende soldaten vertelden hoe gruwelijk het was geweest. Andere Indiase schrijvers pakten dit thema op. Iqbal daarentegen hield van Duitsland en wilde naast kritiek ook zijn dankbaarheid tonen. Hij was in 1908 in Duitsland gepromoveerd op de Perzische filosofie. Door in het Perzisch te schrijven zou hij ook lezers in Iran en Turkije bereiken. Natuurlijk werden er vertalingen van de Pegham gemaakt, te beginnen in het Engels, in verzen door Arberry, en in het Urdu. De geniale Annemarie Schimmel vertaalde het naar het Duits. Verder verscheen de Pegham in het Arabisch, Frans, Pasjtoe en Turks. Het werd een ware hulde aan Goethe tot ver buiten Europa.

Verblijf in Weimar
Op 8 maart 1982, honderdvijftig jaar na de dood van Goethe, citeerde ik tijdens een lezing in Erfurt Goethes definitie van de islam: ‘Wenn Islam gottergeben sein heisst,…’. (‘Als islam betekent zich overgeven aan God…’) Na het woord heisst, viel de hele zaal in met het vervolg: ‘im Islam leben und sterben wir alle’ (‘dan leven en sterven wij allen in de islam’).[1] Mijn publiek kende zijn Goethe! In het nawoord van zijn Divan schreef Goethe over de eigenlijke islam als: ‘die unbedingte Ergebung in den Willen Gottes, die Überzeugung, daß niemand seinem einmal bestimmten Lose ausweichen könne’ (‘onvoorwaardelijke overgave aan Gods wil; de overtuiging dat niemand, als zijn lot eenmaal is vastgesteld, dat kan ontlopen’).[2] Overgave en vertrouwen op Gods voorzienigheid vormden volgens Goethe de kern van de islam. God bepaalt de levensloop van ieder mens. Goethes eigen geloof vertoont hiermee affiniteit. De volgende dag bezocht ik Weimar, waar Goethe vanaf 1775 tot zijn dood in 1832 heeft gewoond en gewerkt als minister in dienst van hertog Karl August van Sachsen Weimar. De graven van Goethe en Schiller waren tijdens mijn bezoek wegens restauratie gesloten. Het zag er aan de buitenkant niet indrukwekkend uit. Na de Wende in 1989 bleek dat de DDR-regering het erfgoed van Goethe slecht had beheerd. Een hofdichter als Goethe paste natuurlijk helemaal niet in hun marxistische ideologie. Marxistische Goethestudien werden geen succes. Maar zijn woonhuis in de stad en zijn Gartenhaus (‘tuinhuis’) in het park waren wel open. In september 1786, overvraagd als hij zich voelde, vertrok Goethe plotseling met de zuiderzon naar Italië. Daar schilderde Tischbein zijn bekendste portret. Na zijn terugkeer in 1788 bedong Goethe dat hertog Karl August hem, met behoud van salaris, zou vrijstellen van staatstaken, zodat hij zich geheel aan schrijven, dichten, tekenen en wetenschappelijk onderzoek kon wijden.

Goethe komt op voor Mohammed
Maar Goethe behield wel de leiding van het staatstheater onder het toeziend oog van de hertog, zonder wiens financiële steun het theater niet rendabel was. Toen Karl August Goethe opdroeg om het toneelstuk over de profeet Mohammed van de verlichtingsfilosoof Voltaire uit het Frans te vertalen voor een opvoering in Weimar, kon hij niet weigeren. Hij treuzelde zo lang mogelijk; niet omdat hij Voltaire niet waardeerde, maar omdat Voltaire de profeet had neergezet als een geweldenaar en bedrieger. Goethe deelde die visie niet, zoals onder meer blijkt uit zijn “Mahomets Gesang” en in zijn Divan. Katharina Mommsen vergeleek het Franse origineel met Goethes vertaling en ontdekte dat de dichter de negatieve uitspraken van en over Mohammed in de mond had gelegd van andere spelers. Waarschijnlijk heeft niemand het toen gemerkt en heeft Voltaire er zelf nooit van geweten. Deze ‘bewerking’ was een handige oplossing voor Goethes dilemma.[3]

Goethes ontdekking van Hafiz Shirazi; begin van de Divan
Mijn Erfurtse gastheer gaf mij in het Gartenhaus in Weimar twee facsimile’s van gedichten, geschreven in juli 1814, die later zouden worden opgenomen in Goethes oosterse Divan. Uit deze datum blijkt dat hij bijna vijf jaar met de Divanbezig is geweest. Hoe was het begonnen? In 1813 attendeerde een vriend Goethe op de tweedelige prozavertaling door de Weense geleerde Joseph von Hammer van de Divan van de grote Perzische dichter Hafiz Shirazi. Hafiz leefde van ongeveer 1315 tot circa 1390. Hij wordt nog steeds geëerd als de grootste dichter van Iran. Tijdens een bezoek in 1972 aan zijn mausoleum in Shiraz hoorden we jonge mannen en vrouwen, leunend tegen een pilaar, hardop lezen uit zijn Divan. Het grafmonument wordt omgeven door een rozentuin. Hafiz Shirazi heet ook ‘hovenier van de liefde’. Mijn editie met tekeningen van mooie vrouwen telt 361 bladzijden. De Franse vertaling uit 2006 met uitleg telt 1278 pagina’s. Volgens kenners kunnen ze niet allemaal van Hafiz zelf zijn.

Goethe werd diep geraakt door deze vertaling. Hij deelde zijn enthousiasme met de actrice Marianne, de jonge echtgenote van zijn vriend de bankier Johann Jakob von Willemer (geb. 1760). Jakob was 54, Marianne 30. Het klikte tussen Marianne en de oude Goethe, die 65 was. Zonder de inspiratie van een begaafde vrouw kon Goethe geen liefdesgedichten schrijven. Weer nam ‘das Ewig-Weibliche’ (slotwoord uit Faust) voor hem een vrouwengestalte aan. Zelfs Goethes biograaf Richard Friedenthal heeft niet kunnen achterhalen hoe vaak dat is gebeurd tijdens zijn lange leven. Bij de meeste van die verliefdheden bleef het bij een platonische relatie. Dat was zeker zo in het geval van Marianne. Hij bekent, in het lied van de zanger, aan het begin van de Divan:

So sollst du, muntrer Greis,                            ‘Dat moet jou, montere grijsaard,

Dich nicht betrüben,                                        niet droevig stemmen,

Sind gleich die Haare weiss,                           ook al zijn je haren binnenkort wit,

Doch wirst du lieben.[4]                                   toch zul je liefhebben.’ 

Na enkele ontmoetingen en wandelingen besloten Goethe en Marianne het contact schriftelijk voort te zetten. In de liefdesgedichten die ze elkaar zonden nam Goethe de naam over van de Arabische, pre-islamitische dichter Hatem (gest. 578) - dus niet van een moslim. Marianne speelt de rol van Suleika. Zo heet in de moslimtraditie de vrouw van Potifar, die vergeefs probeerde haar huisslaaf Jozef te verleiden. Het Jozefverhaal wordt naverteld in de Koran. Suleika alias Marianne schreef haar eigen liefdeslyriek, die Goethe opnam in zijn collectie. Zoiets was hem nog niet eerder overkomen. Dankzij deze coauteur werd de Divan zijn grootste en mooiste verzameling gedichten.

De islamitische inhoud van de Divan
Merkwaardigerwijs vermeldt het schutblad de titel niet in het Perzisch maar in het Arabisch: ‘De Oosterse Divan van de Westerse schrijver’

Goethes Divan begint als een ouverture van zijn tijdgenoot Ludwig van Beethoven:

Hegire

Nord und West und Süd zersplittern,              ‘Noord en West en Zuid versplinteren,

Throne bersten, Reiche zittern                        Tronen barsten, koninkrijken sidderen,

Flüchte du, im reinen Osten                             Vlucht weg, om in het zuivere Oosten

Patriarchenluft zu kosten,                                 te genieten en de lucht in te ademen

                                                                                uit de tijd van de aartsvaders

Unter Lieben, Trinken, Singen                          Tijdens het liefhebben, drinken en zingen

Soll dich Chisers Quell verjüngen[5]               moet Chiser’s bron u wel uw jeugd hergeven.’

Met ‘Hegire’, volgens onze spelling hidjra, vergelijkt Goethe zijn denkbeeldige vertrek uit het verscheurde Europa, waar tronen omvallen, met het vertrek van de profeet Mohammed van Mekka naar Medina in 622. Het is een vlucht naar het zuivere idyllische oosten, waar men – zoals de aartsvaders van weleer - weer van het leven kan genieten. Daar zal Chisers bron een culturele verjongingskuur veroorzaken. Chiser is in de Koran een metgezel van Mozes. Goethe vervolgt in ditzelfde hoofdstuk “Buch des Sängers” met het gedicht:

Talismane

Gottes ist der Orient,                                       ‘Aan God behoren het Oosten

Gottes ist der Okzident,                                   en het Westen,

Nord-und südliches Gelände                          Noordelijke en zuidelijke gebieden

Ruht im Frieden seiner Hände.[6]                  rusten in Zijn vredebrengende handen.’

Zo bouwt Goethe in de Divan een culturele brug tussen de continenten, waarmee hij zijn tijd ver vooruit was. In het nawoord concludeert hij: ‘Wer sich selbst und andere kennt, wird auch hier erkennen, Orient und Okzident sind nicht mehr zu trennen.’ (Wie zichzelf en anderen kent, moet wel hiermee instemmen, dat Oriënt en Occident niet meer te scheiden zijn.)[7]

In Hafiz herkent Goethe een verwante geest; hij drukt dit uit door hem ‘tweelingbroer’ te noemen met wie hij lief en leed wil delen. Ook noemt Goethe zichzelf bibelfest, terwijl Hafiz’ naam aangeeft dat hij Korankenner is. 

Ontvangst van de Divan
Goethes vriend Graf von Reinhard bedankte hem in 1819 voor de toezending van de Divan en zei dat hij het boek aanbeveelt: ‘zum Beweis, daß man einem gläubigen Moslim wie Sie sind sich wohl anvertrauen kann, trotz dem Sakinameh’ (‘Als bewijs hiervoor dat men zich wel kan toevertrouwen aan een gelovige moslim zoals u er een bent, dit ondanks de Sakinameh’).[8] Daarmee doelde von Reinhardt op het elfde hoofdstuk van de Divan, “Das Schenkenbuch” (‘het Boek van de Schenker’), waarin Goethe had gespot met het islamitisch wijnverbod. Op grond van uitspraken zoals deze claimen in onze tijd sommige Duitse moslims Goethe voor de islam. Ten onrechte. Negen jaar later schreef hij immers aan een vriend dat hij de ervaring van de Divan had afgestroopt als een slang een oude huid. Marianne verklaarde later dat samen met Goethe dichten het hoogtepunt van haar leven was geweest. Geen moslim, maar wel overtuigd christen? Ook dat niet. Maar zeker wel een westers cultuurchristen. Helmut Thielicke concludeert in zijn boek Goethe und das Christentum (1982) dat Goethe zich nooit vastlegde. Goethe zelf verklaarde: ‘Wij zijn pantheïsten als we de natuur bestuderen, polytheïsten als we dichten en monotheïsten in onze moraal.’

Dr. Jan Slomp is emeritus predikant en islamoloog. De oorspronkelijke, Duitse versie van dit artikel is te lezen via: https://textmaterial.blogspot.com/2019/09/jan-slomp-200-jahre-goethes-west.html.

Noten
[1] K. Mommsen, Goethe und die Arabische Welt (Frankfurt: Insel Verlag, 1988), 249 en 266.

[2] J.W. Goethe, Der West-östliche Divan (Deutscher Taschenbuch Verlag, 1962), Noten und Abhandlungen, 198.

[3] Mommsen, Goethe, 225.

[4] Goethe, Divan, 10, zie noot 2.

[5] Goethe, Divan, 6.

[6] Goethe, Divan, 7.

[7] Goethe, Divan. Aus dem Nachtrag, 110.

[8] Goethe und Reinhard: Briefwechsel in den Jahren 1807-1832 (Wiesbaden: Insel Verlag, 1957), 199.