5
min leestijd
A- A+

Een interview met Kamala Ibrahim Ishag


Een interview met Kamala Ibrahim Ishag

Dit jaar gaat de prestigieuze Grote Prins Claus Prijs naar de Soedanese kunstenaar Kamala Ibrahim Ishag (geb. 1939). Als een van de eerste vrouwen die afstudeerden aan de Hogeschool voor de Kunsten in Khartoem, vormde zij een pionier in Afrikaanse beeldende kunst. Op 31 oktober opent de eerste solotentoonstelling van Kamala Ibrahim Ishag in Nederland, getiteld Women in Crystal Cubes in de Prins Claus Fonds Galerie in Amsterdam. Judith Naeff belde haar op in Soedan om te praten over haar kunst, de actualiteit in Soedan en haar tentoonstelling. Terwijl ze geduldig de slechte telefoonverbinding trotseerde, wees de levendige tachtigjarige resoluut alle gekunstelde verbanden tussen haar artistieke thema’s en recente politieke ontwikkelingen van de hand.

'' ''

Afb. 1: Kamala Ibrahim Ishag. Foto: Mohamed Noureldin, met dank aan het PCF

Ishag was verbonden aan de ‘Khartoemschool’, die een moderne artistieke identiteit formuleerde voor de net onafhankelijke natiestaat, voortbordurend op zowel de Arabische als Afrikaanse tradities in het land. In 1976 keerde Ishag zich af van de nadruk die de Khartoemschool legde op erfgoed en het bijbehorende door mannen gedomineerde wereldbeeld. Ze was medeoprichter van wat de Kristalistische Groep zou gaan heten. Die beweging verwierp de essentialistische opvatting van cultuur die postkoloniale kunst en cultuur van die tijd kenmerkte: de zoektocht naar wat typisch Soedanees was. In plaats daarvan benadrukten de Kristalisten de meerduidigheid van de wereld, zoals een kristal met zijn transparantie en vele reflecties. Ishags eigen werk richt zich op het leven van vrouwen in Soedan. Weelderige planten en bomen omlijsten de gezichten van vrouwen op haar grote doeken, en soms groeien ze in en uit elkaar als vervreemdende mens-plantwezens. Ishag is nog steeds een intellectuele motor en inspirerende kracht onder een jongere generatie Soedanese kunstenaars. Zij is betrokken bij hedendaagse sociale bewegingen waarin vrouwen een centrale en zichtbare rol spelen.

U schreef meer dan veertig jaar geleden mee aan het Kristalistisch Manifest. Is er iets in dit manifest dat u nu nog actueel vindt?
‘Ik schreef het eigenlijk niet zelf. Studenten van mij schreven het. Het ging over heel transparante schilderijen. Maar scholen en bewegingen blijven niet voor altijd bestaan. Het is niet meer dan normaal dat ideeën maar korte tijd blijven hangen en andere ideeën wat langer beklijven. Als de vraag is of de Kristalistische School nog in leven is na meer dan veertig jaar, dan is het antwoord nee. Want je kunt niet zo lang doorgaan met een idee. Alle kunstenaars zijn veranderd en hebben nieuwe ideeën ontwikkeld.’

Gezichten zijn nadrukkelijk aanwezig in uw schilderijen. Waarom is dat?
‘Ik denk dat het gezicht het eerste is, wat je ontmoet bij een figuur. Omdat je, als je een persoon wilt leren kennen, naar het gezicht kijkt. Ik schilder ook weleens het hele figuur, maar niet altijd. Ik teken meestal gezichten, soms met bomen die eruit groeien.’

... over die planten gesproken...
‘Ik ben dol op planten! Ik heb er een heleboel in huis en ik geloof dat het echt wezens zijn zoals wij. Als je huis vol planten staat, kom je erachter dat ze een soort wijsheid in zich dragen. Ze voelen je aan. Dat is waarom ik zo van planten houd. Er is een cirkel die mensen en planten verbindt. Misschien dat iemand die in de Sahara leeft niet zoveel planten heeft om mee te communiceren, dat weet ik niet, maar ik geloof wel dat die band universeel is. We zijn allemaal Gods schepping. Planten worden geboren, groeien en sterven. Ze zijn echt net als wij.’

'' ''
Afb. 2: Kamala Ibrahim Ishag, Four Faces of Eve, 2016. Olieverf op canvas, 104.5 x 104.5 cm. Bron: Sharjah Art Foundation Collection, met dank aan het PCF

Sommige planten en bomen in uw schilderijen hebben kleine gezichten in hun stam. Zijn dat de planten zelf, die met ons communiceren?
Lacht. ‘Ik denk het. Ze voelen ons. Dat geloof ik echt.’

Een serie werken van u was geïnspireerd door de zar. Kunt u uitleggen, wat dat is?
‘De zar is een soort cultus die in Soedan werd gepraktiseerd. Het werd gebruikt voor de genezing van kleine aandoeningen. Tegenwoordig gebeurt het niet meer. Voor de zar brengt een leider, een soort dokter, vrouwen samen. De leider van de groep zingt bepaalde teksten. Iedere leider heeft haar eigen lied. Ze worden begeleid door luide trommels, wat de vrouwen in de bijeenkomst stimuleert. Ze dansen en komen soms in een trance. Toen ik met dit onderwerp aan de slag ging, probeerde ik die staat over te brengen alsof het theater was, een toneelstuk in plaats van een spirituele cultus.’

'' ''
Afb. 3: Kamala Ibrahim Ishag, Women in Cubes, 2015. Olieverf op canvas, 155 x 115 cm. Uit de collectie van Samia Omer Osman. Bron: Sharjah Art Foundation, met dank aan het PCF​

Het Prins Claus Fonds richt zich op kunst en ontwikkeling. Wat is uw visie op de relatie tussen kunst en ontwikkeling?
‘De eerste geschiedenis van de mensheid is overgebracht in kunst, in de rotsschilderingen, en dit duurt voort tot op de dag van vandaag. Kunst is de drijvende kracht voor het ontwikkelen van alle aspecten van ons leven.’

Laat me dat iets concreter formuleren. De commissie prijst u niet alleen als een leidend kunstenaar, maar ook als iemand die heeft gestreden voor politieke vrijheid en vrouwenrechten. Beschouwt u uzelf een feminist?
Lacht. ‘Niet echt. Niet precies. Ik ben een kunstenaar. Wanneer ik aan het schilderen ben, dan schilder ik als kunstenaar, niet omdat ik een vrouw ben. En buiten de kunsten, vraag ik om gerechtigheid, niet gelijkheid. We zijn sowieso gelijk, dus wat heb je daaraan? Er waren veel vrouwen in de recente opstand, maar ze waren er samen met hun broeders. Ze vroegen om vrijheid als mensen.’

Spiritualiteit speelt een prominente rol in uw werk. Denkt u dat er een rol is weggelegd voor het spirituele in de revolutie?
‘Nee, nee, nee. Totaal niet. Mijn werk over spirituele bezweringen en de zar zijn van lang geleden, bijna vijftig jaar nu. In die periode was ik geïnteresseerd in het werk van de Britse kunstenaar William Blake en de spirituele visioenen die hij vormgaf in visuele kunst en poëzie. Die vergeleek ik met het ritueel van de zar. Een tijdlang maakte ik schilderijen over dit onderwerp. Maar de revolutie is helemaal niet spiritueel. We zijn allemaal mensen en we hebben onze problemen heel helder voor ogen. Er is niets bovennatuurlijks aan ons verlangen naar vrijheid.’

Ik las in het NRC Handelsblad, een Nederlandse krant, dat u aan een nieuwe serie schilderijen bent begonnen, geïnspireerd door de recente protesten in Soedan.​​​​​​
‘Ik niet hoor. Alle kunstenaars in Soedan – sommige van hen waren mijn studenten – hebben op de muren in de steden geschilderd. Helaas zijn de meeste vernietigd. Een groep kunstenaars is een lang schilderij begonnen van wel drie kilometer. Delen ervan zijn alweer verdwenen, voordat het geheel af was, maar hopelijk gaan ze het opnieuw doen. Als het eenmaal af is, zullen er wel foto’s van op internet te vinden zijn.’
          ‘Zelf ben ik kortgeleden aan een schilderij begonnen over ...’ Ishags breekt haar zin af en vervolgt zachtjes, ‘het was zo erg.’
          ‘In dat schilderij, de blauwe [afb. 4], probeer ik de vele mensen te laten zien die op die dag tijdens de opstand zijn vermoord [in juni 2019 werd de opstand bloedig neergeslagen door het leger, JN]. Maar ik weet niet hoe lang het gaat duren voor ik het af heb. Ik hoop in de komende maanden.’

'' ''
Afb. 4: Kamala Ibrahim Ishag in Khartoum. Foto: Mohamed Noureldin, met dank aan het PCF

Is er nog iets dat u de Nederlandse lezers wilt vertellen over de tentoonstelling die in de Prins Claus Fonds Galerie in Amsterdam te zien zal zijn?
‘Dat is een moeilijke vraag. Ik ben in verschillende landen in Europa geweest en ik ken Engeland heel goed, omdat ik daar gestudeerd heb, maar ik ben nog nooit in Nederland geweest. Dus ik weet niets over de positie van Afrikaanse kunst in het land. De conservator Salah Hassan en ik hebben werken gekozen uit allerlei verschillende fasen van mijn leven als kunstenaar, van de late jaren zestig en zeventig, door de jaren tachtig heen, helemaal tot in de eenentwintigste eeuw. De selectie tekeningen en schilderijen vormen een doorsnede uit die brede tijdspanne. Ik hoop echt dat de mensen in Nederland het mooi zullen vinden.’
          ‘Ik wil ook graag mijn dankbaarheid uiten voor deze prijs. Ik waardeer het zeer en ik zie ernaar uit Nederland te bezoeken eind november.’

De tentoonstelling Women in Crystal Cubes is tot en met 1 mei 2020 te zien in de Prins Claus Fonds Galerie (Amsterdam). 

Judith Naeff is universitair docent Cultuurstudies van het Midden-Oosten aan de Universiteit Leiden. Zij behaalde een ma Arabische Taal & Cultuur en een rma Literary Studies aan de Universiteit van Amsterdam en verdedigde in diezelfde stad haar proefschrift over verbeeldingen van de stad Beiroet. De bevindingen van dat promotieonderzoek kwamen vorig jaar uit bij Palgrave MacMillan onder de titel Precarious Imaginaries of Beirut: A City’s Suspended Now.