10
min leestijd
A- A+

Hashtagactivisme onder westerse moslims als reactie op gewelddadig extremisme


Hashtagactivisme onder westerse moslims als reactie op gewelddadig extremisme

De aanslag door terreurbeweging Islamitische Staat (IS) op Charlie Hebdo en een Joodse supermarkt in 2015 in Parijs bracht een enorme schok en golven van verontwaardiging door de gehele westerse wereld, vooral in Europa. Om solidariteit te tonen met de slachtoffers van de aanslag, ontstond de krachtige #jesuischarlie (‘ik ben Charlie’) hashtagcampagne waar massaal aan deelgenomen werd. Daarnaast werden westerse moslims vaak verweten zich niet voldoende te distantiëren van gewelddadig extremisme, ondanks het feit dat er een lange geschiedenis is van het bestaan van dit soort tegengeluiden door moslims, vooral in recente jaren. Op wat voor manieren hebben moslims op sociale media gereageerd op de oproep zich uit te spreken tegen geweld in de naam van de islam? En wat zegt dit over het politieke engagement onder moslims?

'' ''

Het logo van de #Nietmijnislam campagne dat gebruikt wordt op de Facebook-pagina met de tekst: ‘Nee. Non. No: Wie nee zegt tegen terrorisme zegt ook nee tegen islamofobie.’ Het is ontworpen door Amsterdamse artiest “Contemporary Bart”. Bron: https://www.facebook.com/Nietmijnislam-429679170522852/.

‘Wie een onschuldig persoon doodt, doodt de hele mensheid.’ Deze zin, die te herleiden is tot soera Al-Ma’idah (5:32) uit de Koran, werd in 2015 getweet door de Londense journalist Shehnaz Khan, in reactie op de golf van terroristische aanslagen in Parijs die opgeëist werden door IS. Khan vergezelde de zin met twee hashtags: #TerrorismHasNoReligion en #NotInMyName. Hiermee is Khan één van de vele westerse moslims geweest die een standpunt innamen tegen IS – die de aanvallen opeiste – en tegen het extremisme dat zij propageren. Met name de hashtag #NotInMyName werd populair onder westerse moslims die zich uitspraken tegen geweld in de naam van de islam en waaruit meerdere online campagnes zijn voortgevloeid. Hieronder valt de #NotInMyName campagne van de Britse organisatie Active Change Foundation, de humoristische tegenhanger #MuslimApologies – die vooral weerklank vond in de Verenigde Staten – en een campagne van eigen bodem, de #Nietmijnislam campagne.

In dit artikel bespreek ik kort de drie eerdergenoemde hashtagcampagnes om aan te tonen hoe westerse moslims in verschillende nationale contexten zich uitgesproken hebben tegen geweld in naam van de islam met behulp van sociale media. Ik zal in dit artikel vooral ingaan op de ontwikkelingen binnen de #NotInMyName en #MuslimApologies campagnes na de zomer van 2014, toen IS een “islamitische staat” uitriep in Irak en Syrië. Voor de #Nietmijnislam campagne ga ik vooral in op de situatie na de aanslag op Charlie Hebdo in januari 2015, dat de aanleiding heeft gevormd voor het ontstaan van deze campagne.

Islam, internet en politieke participatie

Religie is een integraal onderdeel geweest van de opkomst van het internet in de eerste helft van de jaren negentig. Heidi Campbell, een religiewetenschapper die zich vooral bezighoudt met de intersectie tussen religie en nieuwe media, stelt dat de interdisciplinaire bestudering van religie en internet aantoont dat nieuwe media ingebed is in het dagelijkse leven en zo een gebruikelijk platform is geworden voor spiritueel engagement. Dit leidt tot vragen over hoe religieuze praktijken overgedragen en getransformeerd worden naar en in een online omgeving bijvoorbeeld, maar ook hoe religieuze individuen nieuwe media inzetten om bepaalde doelen te bewerkstelligen – wat relevant is in de context van religieus-geïnspireerd hashtagactivisme en als vorm van politieke participatie. 

Voor mijn onderzoek is met name de term participatory politics van Kahne, Middaugh en Allen belangrijk geweest: het wijst op politieke participatie – vooral onder jongeren tot een jaar of dertig – die onder invloed van sociale media “nieuwe” vormen aanneemt en volgens de auteurs zo meer omvat dan conventionele vormen van politieke participatie, zoals stemmen in een verkiezing. De term omvat ook activisme in verscheidene vormen: petities, boycotten en demonstraties.[1] Verscheidene vormen van religieus activisme kunnen ook onder de term participatory politics vallen. Voorbeelden hiervan zijn niet alleen de hashtagcampagnes die in dit artikel genoemd worden, maar ook organisaties en individuen die sociale media gebruiken om bijvoorbeeld hun invloed te vergroten onder de eigen aanhangers.

#Nietmijnislam
Na de aanslag op Charlie Hebdo klonk algauw ook in Nederland de oproep voor moslims om zich uit te spreken tegen geweld in naam van de islam, ook vanuit politieke kringen. Wat voor reacties heeft dit teweeggebracht bij Nederlandse moslims? Met betrekking tot de online omgeving is de #Nietmijnislam campagne waarschijnlijk het bekendste voorbeeld in de Nederlandse context. Na de aanval op Charlie Hebdo op 7 januari 2015 duurde het maar een paar dagen voordat verschillende kranten met berichtgeving over de campagne kwamen. Het initiatief voor de campagne was afkomstig van vijf Nederlandse moslims die zichzelf presenteerden als de ‘stille meerderheid’.


Als we kijken naar de #Nietmijnislam campagne op sociale media, valt het op dat de pagina vooral actief is op Facebook en Twitter. Ook is de campagne actief op de website YouTube, waar de initiatiefnemers korte video’s hebben gedeeld met hun motivatie om #Nietmijnislam te steunen. Een deel van mijn onderzoek richtte zich op tweets die gebruik maakten van de hashtag #Nietmijnislam en gedeeld werden in januari 2015. Hieruit concludeerde ik dat de hashtag niet alleen is gebruikt door moslims die zich uit wilde spreken tegen geweld in de naam van de islam, maar ook door niet-moslims die zich bemoedigend uitlieten met betrekking tot de campagne. Dan is er nog een kleiner deel van de tweets waar de hashtag alleen werd gebruikt om nieuws te delen met betrekking tot de campagne en als een manier om juist kritiek te uiten op de islam en/of moslims. 

Naast het gebruik van Twitter hebben de initiatiefnemers van de campagne moslims ook opgeroepen om een korte video te delen met de hashtag #Nietmijnislam. Een van de video’s die aan deze oproep beantwoordde was die van Amin Mousaoui, een jonge moslim uit Rotterdam. Zijn video werd ruim 1,5 miljoen keer bekeken en daarnaast opgepikt door een aantal kranten.[2] In de video zien we Mousaoui die zijn visie geeft op de aanslag en oproept om niet toe te geven aan de angst. Hij deelde de video op zijn persoonlijke Facebook-pagina met de bijgaande tekst: ‘Ik accepteer niet dat bepaalde extremistische hufters telkens mijn religie als podium misbruiken en daarmee keer op keer een deuk slaan in de maatschappij.’[3]

Hoewel Mousaoui’s video op veel goedkeuring kon rekenen – zoals de reacties op zijn video laten zien[4] – zijn er echter ook veel tegengeluiden geweest van andere moslims. Zo reageerde Farid Azarkan, sinds 2016 actief bij politieke partij DENK, fel tegen de #Nietmijnislam campagne. Hij tweette: ‘Afstand nemen is lariekoek en paradoxaal. Door afstand te nemen verbind je je juist. #Nietmijnislam is sympathiek maar niet verstandig.’ Deze reactie van Azarkan lijkt breder gedeeld te worden onder Nederlandse moslims. Zo verschenen er op 21 november in de NRC-interviews met een aantal jonge prominente moslims waarin de vraag om afstand te nemen van geweld in naam van de islam werd besproken. Uit reacties van onder andere Umar Mirza, de oprichter van de multiculturele pagina Wijblijvenhier.nl, Filiz Islekter en Nourdeen Wildeman komt naar voren dat veel moslims zich in een zekere zin gedwongen voelen om zich te distantiëren van geweld in naam van de islam. Zo heeft Mirza, die een persbericht uitschreef voor de Haagse Minhaj ul Quran moskee na de aanslagen in Parijs, geworsteld met het idee dat er afstand genomen moest worden.


Ook lijkt het gevoel dat er sprake is van twee maten alom vertegenwoordigd onder Nederlandse moslims. Islekter, Wildeman en Mirza geven allen aan dat zij niet alleen het gevoel hebben dat zij als moslims collectief verantwoordelijk worden gehouden, maar ook dat er onevenredig veel aandacht is voor Europese aanslagen in vergelijking met aanslagen in het Midden-Oosten bijvoorbeeld. Die sentimenten vinden we ook terug in berichten die gepost zijn op de Facebook-pagina van #Nietmijnislam. In één van deze berichten, die geplaatst is door een anonieme auteur, staat bijvoorbeeld: ‘(…) Vermoorden van en aanslagen op onschuldige burgers waar dan ook; Syrië Irak Palestina Parijs; voor elk slachtoffer van geweld dient de zelfde aandacht geschonken te worden!!!!’[5]

#NotInMyName
Groter dan de Nederlandse campagne is de #NotInMyName campagne uit Groot-Brittannië die vooral goed op stoom raakte na 10 september 2014, kort nadat IS een “islamitische staat” uitriep in Irak en Syrië in de zomer van dat jaar. De campagne, vergezeld van de “Not in My Name” slogan, is begonnen als een initiatief van de Active Change Foundation (ACF) uit Londen. Oprichter Hanif Qadir begon de organisatie als een respons tegen toenemend straatgeweld en het ontstaan van bendes in de stad. Zijn visie was een veilige plek waar jonge mensen elkaar ontmoeten en waar boodschappen van haat en geweld getrotseerd kunnen worden. Voor mijn onderzoek heb ik gekeken naar de motivatie achter de campagne en hoe deze zich vervolgens ontwikkelde op sociale media, in het bijzonder op YouTube, waar de Active Change Foundation ook actief is.

De #NotInMyName campagne is de meest succesvolle campagne geweest van de organisatie: het heeft meer dan 885,000 views gehad op YouTube. Daarbij zijn er 6,6 miljoen tweets geweest op Twitter met de hashtag #NotInMyName. Hoewel de campagne begon op Twitter, breidde het uit naar verschillende sociale media platforms zoals Facebook en Instagram. Opvallend is dat de campagne opgepikt is door traditionele (Britse) media zoals de kranten, die er veelal positief over berichtten. Bovendien werd de campagne geprezen door niemand minder dan Barack Obama, de oud-president van de Verenigde Staten, in zijn toespraak bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september 2014. Maar ook hier is er veel kritiek geweest van moslims op de campagne en de bereidheid om je als moslim expliciet en publiekelijk uit te spreken tegen geweld in naam van de islam. 

O
ok zijn er bedenkingen geweest bij de subsidiëring van de organisatie en gerelateerde initiatieven: zo is de Active Change Foundation betrokken in het de-radicaliseringsprogramma van de Britse overheid. Dit programma maakt onderdeel uit van het anti-extremisme strategie – daterend uit 2011 – waarbij sommige critici hun bedenkingen hebben gehad.[6] Zij stellen dat het door deze strategie waarschijnlijker is dat moslimgemeenschappen als “verdacht” worden aangemerkt in plaats van het voorkomen van extremisme. Daardoor ontstaat het risico dat moslimgemeenschappen (nog meer) gestigmatiseerd en gemarginaliseerd raken.

Daarbij is er ook inhoudelijke kritiek geweest op de #NotInMyName campagne. De in Londen gevestigde journalist Sharif Nashashibi bijvoorbeeld, die zijn pijlen specifiek richtte op de toespraak van Obama, waarin de campagne geprezen werd als een goed voorbeeld voor andere moslims. Nashashibi wijst erop dat er niet alleen al een overvloed is geweest van moslims die zich uitgesproken hebben tegen gewelddadig extremisme, maar ook dat het merendeel van de groeperingen – IS, maar ook al-Qaida bijvoorbeeld – waartegen de #NotInMyName campagne gericht is, hun slachtoffers voornamelijk onder moslims maken. Het is daarom “neerbuigend”, stelt Nashashibi, wanneer moslims gevraagd wordt om zich uit te spreken tegen groeperingen die hun eigen gemeenschappen tot doelwit maken. Hij stelt dat de implicatie in het westen is dat moslims schuldig zijn tot het tegenovergestelde is bewezen, waardoor moslims een constante druk voelen om zich te verontschuldigen voor alles wat er in naam van hun religie wordt gedaan. Nashashibi noemt vervolgens de #MuslimApologies campagne, die volgens hem “snel groeit in populariteit” en in essentie de satirische tegenhanger vormt van de #NotInMyName.

'' ''
Een screenshot van de promotievideo voor de #NotInMyName campagne van de Active Change Foundation. Bron: Active Change Foundation, ‘#NotInMyName: ISIS Do Not Represent British Muslims,’ Youtube, 10 september 2014. Laatst geraadpleegd op 14 augustus 2018. 

#MuslimApologies 
Amerikaanse moslims vormden een substantieel deel van de activisten die gebruik maakten van deze hashtag. Dat is te verklaren aan de hand van Obama’s toespraak waarin hij de #NotInMyName campagne prees als een voorbeeld voor alle moslims. Volgens Elahe Izadi, een Iraans-Amerikaanse journalist uit Washington, ontstond de hashtag #MuslimApologies diezelfde dag om de moeheid van moslims uit te drukken met het gevoel zich alweer te moeten verontschuldigen voor de daden van extremisten. Izadi wijst op cijfers die er niet om liegen en die ze als zeer problematisch bestempelt: volgens een onderzoek van het Pew Research Center[7] gelooft 50 procent van de Amerikanen dat de islam – meer dan andere religies – geweld begunstigt onder de eigen aanhangers. Dat humor gebruikt wordt als een middel om deze negatieve percepties ten aanzien van de islam tegen te gaan is dan niet heel verrassend, stelt dr. Amir Saeed, docent bij Media- en Cultuurstudies aan de Universiteit van Sunderland in Groot-Brittannië. Volgens hem toont de trend aan dat ‘de islamitische jeugd pluralisme, optimisme en humor aanwendt om trots het narratief van de islam te schrijven en dominante hegemonische stereotypen die aangewakkerd worden door islamofobie en racisme, uit te dagen.’[8]


De #MuslimApologies campagne draait om het tweeten van nep-excuses voor wetenschappelijke bijdragen en/of uitvindingen die gezien worden als islamitisch/Arabisch, zoals koffie, shampoo, de camera en het schaakspel. Volgens dr. Amir Saeed werd de hashtag in gespreksvorm globaal gebruikt en waren er in september 2014 meer dan 30,000 keer tweets met deze hashtag. Voor mijn onderzoek heb ik onder andere gekeken naar een set tweets die de hashtag #MuslimApologies bevatten en gepost zijn in september 2014. Daaruit concludeerde ik dat de tweets ruwweg in een aantal categorieën onder te verdelen is: een meerderheid van de tweets met de hashtag #MuslimApologies gebruikt humor om de lezer op sarcastische wijze te informeren van belangrijke uitvindingen die als islamitisch/Arabisch – en daarom als erfgoed van de eigen religie – geduid worden. Een voorbeeld hiervan is de tweet van een Twitteraar met de naam Wiam (gebruikersnaam: UncolonisedMind): ‘I’m sorry the founder of the world’s oldest university was a Muslim woman in 859 (Fez, Morocco): Fatima al-Fihri #muslimapologies.’ 

Daarnaast gebruiken veel Twitteraars de hashtag in een tweet waarin ze vooral hun frustraties en boosheid uitdrukken met betrekking tot de manier waarop moslims behandeld worden of de manier waarop de islam vaak onderworpen wordt aan stereotypen. 
Een tweet die goed in deze categorie past is die van twitteraar “cold water” (gebruikersnaam: chantillyyylace): ‘I’m sorry you still believe my hijab is a symbol of oppression, when it is in fact my sanctuary, my freedom, my liberation #muslimapologies.’ Tenslotte richtte een deel van de sarcastische excuses binnen de campagne zich op compleet willekeurige onderwerpen, waarmee het de intentie leek te zijn om de absurditeit aan te tonen van het idee dat moslims zich zouden moeten verontschuldigen voor daden van anderen. Een voorbeeld is die van twitteraar Mohammad Hassanzai (gebruikersnaam: mo_afghan). Hij verwijst met zijn tweet naar de bekende Disney-film The Lion King: ‘I’m sorry that Mufasa had to die in Lion King #muslimapologies.’ Een andere tweet, van twitteraar Fazzanelli (gebruikersnaam: fazzanelli), is kort maar krachtig: ‘Vanilla Ice #muslimapologies.’[9]


'' ''
Een afbeelding van een T-shirt met de tekst: ‘I’m Muslim and I’m sorry for everything.’ Ook deze afbeelding kwam veelvuldig op Twitter voorbij met de opkomst van de #MuslimApologies campagne. Bron: Zeena Mubarak, ‘Muslims must stop condemning violence that’s not their own,’ MuslimGirl, 2014. Laatst geraadpleegd op 14 augustus 2018.

Conclusie 
Na deze drie hashtagcampagnes onderzocht te hebben, wordt het algauw duidelijk dat de vraag waarom moslims zich niet uitspreken tegen geweld in naam van de islam geen eenduidig antwoord kent. Hoewel de verschillende nationale contexten waarin deze campagnes ontstaan zijn en/of populair geworden zijn onvermijdelijk vorm hebben gegeven aan de manier waarop hashtagactivisme plaatsvond, is er een belangrijk gemeenschappelijk kenmerk. Er heerst namelijk een algeheel gevoel dat er sprake is van twee al langer bestaande maten met betrekking tot de islam en moslims. Dit heeft ook weer invloed gehad op de manier waarop er gereageerd is op de aanslag op Charlie Hebdo en hoe deze aanslag geframed is in de (traditionele) media.


In lijn met de bevindingen van wetenschappers zoals Heidi Campbell, wordt het duidelijk dat sociale media een steeds belangrijkere rol zijn gaan spelen in hoe (vooral) jonge moslims vormgeven aan hun politieke participatie, maar ook onvermijdelijk invloed hebben op het religieuze landschap van de westerse islam. Bovendien hebben we gezien dat de term participatory politics van Kahne, Middaugh en Allen goed van toepassing is op de moslims die actief zijn geweest in de hashtagcampagnes. Omdat het vooral jonge moslims betreft, zijn ze vertrouwd met het gebruik van nieuwe media, net zoals veel andere westerlingen van die leeftijden. Kortom, dat digitale “ruimtes” steeds meer plaatsen worden voor politiek en religieus engagement, is een veel breder fenomeen.

Sakina Loukili heeft Religiewetenschappen gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Het bovenstaande artikel is een bewerking van haar scriptie getiteld ‘This Is Not Islam’: American, British and Dutch Muslims Denouncing Violent Extremism through Hashtag Activism, waarmee zij in 2017 is afgestudeerd. In het najaar van 2018 is zij gestart aan een proefschrift binnen het project ‘Populisme, sociale media en religie’ aan het Meertens Instituut, mogelijk gemaakt door een KNAW-startimpuls en in aansluiting op de route van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) Veerkrachtige en Zinvolle Samenlevingen.

Noten
[1] Danielle Allen and Jennifer Light, From Voice to Influence: Understanding Citizenship in a Digital Age (Chicago: University of Chicago Press, 2015), 37-39.

[2] Bijvoorbeeld Hart van Nederland, die een kort artikel over Amin en zijn video voor de #Nietmijnislam campagne schreef. Zie: Hart van Nederland, “Video Rotterdamse moslim Amin internethit,” 9 januari 2015, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2018 via https://www.hartvannederland.nl/top-nieuws/2015/video-rotterdamse-moslim-amin-internethit/.

[3] Zie Amin Mousaoui’s Facebookpagina. Gepost op 8 januari, 2015, voor het laatst geraadpleegd 14 augustus 2018 via https://www.facebook.com/amousaoui.

[4] Zo wordt Amin voornamelijk geprezen om zijn “mooie woorden” en wordt er respect aan hem en zijn actie betuigt. 

[5] De citaten in dit artikel worden weergegeven zonder bewerking van de tekst, inclusief de spellingsfouten die men vaak in dit soort teksten tegenkomt. Dit specifieke citaat is onderdeel van een langer bericht met een anonieme auteur die op 11 januari 2015 geplaatst werd op de #Nietmijnislam Facebookpagina. Voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2018 via https://www.facebook.com/Nietmijnislam-429679170522852/. 

[6] Zie bijvoorbeeld: Imran Awan, “‘I Am a Muslim Not an Extremist’: How the Prevent Strategy Has Constructed a ‘Suspect’ Community,” Politics and Policy, 40:6 (2012): 1158-1185.  

[7] Het Pew Research Center is een (onafhankelijke) Amerikaanse denktank en opinieonderzoeksbureau die actief zijn in onderzoek naar publieke opinie, demografische trends en andere vormen van sociaalwetenschappelijk onderzoek. Op hun website staat meer informatie over het Pew Research Center en hun onderzoek: www.pewresearch.org. 

[8] Amir Saeed, “Islam and Muslims in the Media: Industry Challenges and Identity Responses,” Muslim Perspectives 1:1 (2016): 44.

[9] Vanilla Ice is de artiestennaam van Robert Van Winkle, een witte rapper die in de jaren ’90 een grote hit scoorde en waar sindsdien regelmatig de spot mee gedreven wordt.