14
min leestijd
A- A+

Jemen als internationaal slagveld: een historische vergelijking


Jemen als internationaal slagveld: een historische vergelijking

De huidige oorlog in Jemen is voor veel mensen nauwelijks meer te volgen. Wat begon als conflict tussen rebellen en een centrale overheid, is na drie en een half jaar verworden tot een uiterst ingewikkelde strijd waarbij internationale spelers, regionale machten en oude loyaliteiten de dynamiek lijken te bepalen. Daarmee roept de huidige strijd vergelijkingen op met de burgeroorlog die in Jemen woedde in de jaren zestig van de vorige eeuw. Dirk Wanrooij duikt de geschiedenis in om de kluwen te ontwarren en te zien in hoeverre deze vergelijking opgaat.

'' ''

Terwijl het zuiden van Jemen ternauwernood bij elkaar wordt gehouden door oliegeld afkomstig uit de soennitische Arabische Golf is het noorden van Jemen in handen van rebellen die een vorm van de sjiitische islam aanhangen, het zaydisme. Deze rebellen genieten steun van de stammen in het uiterste noorden van het land en staan internationaal bekend als de Houthi’s, naar de vooraanstaande geestelijke en een van de oprichters van de beweging, Hussein Badr al-Din al-Houthi. Ze noemen zichzelf echter Ansar Allah, de aanhangers van God. 

Toen deze Houthi’s eind 2014 de hoofdstad Sanaa binnen marcheerden, vluchtte de regering van president Abd-Rabbu Mansour Hadi naar de zuidelijke havenstad Aden. Nadat de Houthi’s de achtervolging hadden ingezet en weldra voor de poorten van Aden stonden, week de regering uit naar buurland Saoedi-Arabië. De Saoedi’s reageerden kordaat door de rebellen de oorlog te verklaren. Met veel bombast kondigden zij operatie Decisive Storm aan om de militaire macht van de Houthi’s breken, een offensief ter land, ter zee en in de lucht, uitgevoerd door een coalitie van tien landen.[1] Volgens Riyad waren de Houthi’s namelijk niets minder dan een voorpost van de Iraanse Revolutionaire Garde.

De Houthi’s werden spoedig teruggedrongen, maar geen van de partijen kon een beslissende doorbraak forceren.[2] De frontlinie nestelde zich spoedig rondom de grens tussen het voormalige Noord-Jemen en Zuid-Jemen en lijkt sindsdien min of meer stabiel. Maar schijn bedriegt. Onder de relatief statische werkelijkheid ontvouwt zich een machtsstrijd op verschillende niveaus. Veel milities in het zuiden verlangen terug naar een onafhankelijk Zuid-Jemen, terwijl de Houthi’s hun blijvende invloed op het land willen veiligstellen. Tegelijkertijd staan in Jemen twee regionale machtsblokken tegenover elkaar. 

In die zin lijkt de huidige situatie op de gebeurtenissen in Jemen in de jaren zestig van de vorige eeuw. Ook toen ontwikkelde een nationaal dispuut zich tot een internationaal conflict waarin regionale machtsblokken tegenover elkaar stonden. De burgeroorlog in Jemen was de kraamkamer van het moderne Jemen en daarmee van het huidige conflict en vormde een beslissende slag in een regionale oorlog die de regio voor eeuwig zou veranderen.


Egyptes Vietnam
De Noord-Jemenitische burgeroorlog begon in 1962 met een staatsgreep in hoofdstad Sanaa. Een poging van een stel Jemenitische officieren om het in hun ogen achterhaalde imamaat, een wereldlijk en religieus erfelijk ambt, te vervangen door een republiek, ontaarde binnen een mum van tijd in een bloedige confrontatie die maar liefst acht jaar zou duren. In het conflict stonden Jemenitische republikeinen tegenover zogenaamde royalisten, een tweestrijd die ons tegenwoordig enigszins vroegmodern in de oren klinkt. De royalisten werden gesteund door een allegaartje van het mondiale ancien régime: de voormalig koloniale mogendheden met Israël als regionaal verlengstuk, de monarchieën in de Arabische Golf en Iran waar de sjah op dat moment nog stevig in het zadel zat.[3] De republikeinen werden van wapens voorzien door de Sovjets, maar het grootste deel van de steun kwam uit Caïro, waar Gamal Abdel Nasser, de zelfbenoemde leider van de Arabische wederopstanding, de scepter zwaaide.

Nasser committeerde zich direct aan de nieuwe militaire leiders van wat de Jemenitische Arabische Republiek werd genoemd. De allerlaatste imam, de zayditische leider van het Mutawakkilitisch Koninkrijk Jemen, wist ternauwernood te ontsnappen aan de samenzweerders. Nog geen week nadat hij zich bij de koningsgezinde stammen in het noorden had gevoegd, landden de eerste Egyptische militaire adviseurs in de hoofdstad van de kersverse republiek. Waar Nasser had gehoopt zich opnieuw tot voorvechter van de Arabische natie te kunnen kronen en een relatief makkelijke overwinning op zijn conto te kunnen schrijven, bleek het verzet tegen het nieuwe regime in Sanaa weerbarstiger dan verwacht.

Ten eerste had Nasser geen rekening gehouden met het feit dat hij een uitwedstrijd zou spelen op wel heel onbekend terrein: het bergachtige Noord-Jemen leent zich niet goed voor conventionele legers en de Egyptische tanks en logge laaglanddivisies waren niet opgewassen tegen de mobiele brigades van de hooglandse stammen. De uitgestrekte aanvoerlijnen door onherbergzaam gebied vielen daardoor makkelijk ten prooi aan de Jemenitische guerrilla’s. Nasser liep zodoende in dezelfde val waar ook de Osmanen waren ingelopen tijdens hun herhaalde pogingen om in de negentiende eeuw de noordelijke streken onder hun heerschappij te brengen - campagnes waar Jemen de bijnaam Maqbarat al-Atrak (Begraafplaats van Turken) aan te danken heeft.

Bovendien ontwikkelde het conflict zich tot een strijdtoneel waar de hoofdrolspelers van wat de Arabische Koude Oorlog wordt genoemd hun degens zouden kruisen. Tegenstanders van Nasser, waaronder de Arabische monarchen en de voormalig koloniale mogendheden, zagen in de Jemenitische hooglanden een uitstekend theater om de Egyptische leider pootje te haken. Wat begon als een enigszins onconventionele wisseling van de wacht in een armoedige uithoek van het Arabisch Schiereiland, ontaardde daarmee in een conflict van regionale dimensies waarin het prestige van brulboei Nasser op het spel stond, evenals het voortbestaan van het Arabisch nationalisme als dominante ideologie in de regio. De Arabische Koude Oorlog, tussen het seculiere nationalisme van Nasser en de reactionaire islam van het Saoedische koninkrijk, vatte vlam in de valleien van Noord-Jemen.

Dat het ook de Egyptenaren menens was, blijkt wel uit het feit dat er op het hoogtepunt van de strijd maar liefst 70.000 Egyptenaren gestationeerd waren in Noord-Jemen. De Egyptenaren deinsden er bovendien niet voor terug om chemische wapens te gebruiken bij hun pogingen de steun voor de royalistische zaak te breken. Het mocht echter allemaal niet baten. Egypte raakte door het drijfzand van de oorlog steeds verder in de problemen en was halverwege de jaren zestig internationaal geïsoleerd en economisch en militair uitgeput. Om een uitweg uit Jemen te forceren en de sympathieën van de Arabieren te herwinnen, nam Nasser een vlucht naar voren door te flirten met een andere oorlog, ditmaal tegen Israël. [4]

De uit de kluiten gewassen burgeroorlog in Jemen, ook wel bekend als het ‘Vietnam van Egypte’, was daarmee het voortraject van wat in de Arabische wereld bekend zou worden als de naksa, of, ‘de terugslag’, de nogal eufemistische omschrijving van de verpletterende Israëlische overwinning in de Zesdaagse Oorlog van 1967. Israël deelde Egypte, en daarmee het Arabisch nationalisme, de ultieme genadeklap toe en bezorgde de Saoedi’s de overwinning op een presenteerblaadje. In een resolutie, opgesteld in Khartoem enkele dagen na de Zesdaagse Oorlog, beloofde Nasser zijn steun aan de republikeinen in Sanaa te staken in ruil voor economische steun van Saoedi-Arabië en Koeweit. Het was het einde van een tijdperk, al zou het nog enige tijd duren voordat die ommekeer merkbaar zou zijn. Voortaan was het niet langer het seculiere gedachtegoed van Nasser dat de boventoon zou voeren, maar – voortgedreven door een schier onuitputtelijke stroom oliegeld – een conservatief politiek islamisme dat met goedkeuring van Washington verkondigd werd door de officiële clerici van het Saoedische koninkrijk. [5]

'' ''

De Jemenitische president Abdullah al-Sallal en Gamal Abdel Nasser in 1964. Bron: Wikimedia Commons/Bibliotheca Alexandrina

In de vergelijking met de jaren zestig blijkt in ieder geval dat de spelers van weleer een stoelendans hebben gedaan. De Houthi’s zijn de royalisten, Iran is het Saoedi-Arabië van toen en het oliegeld is het krediet van Nasser. Saoedi-Arabië heeft ogenschijnlijk een volledige draai gemaakt. In de jaren zestig steunden de Saoedi’s de zayditische royalisten tegen de republikeinen en hun Egyptische (soennitische) broodheren. In het huidige conflict vecht Saoedi-Arabië zij aan zij met de Egyptenaren en staat het lijnrecht tegenover de Houthi’s, van wie men zegt dat ze het oude imamaat willen herstellen. Iran en Saoedi-Arabië, voormalige bondgenoten in de strijd tegen de republikeinen, zijn gebrouilleerd geraakt. Om meer vat te krijgen op deze vergelijking moeten we opnieuw de geschiedenis in.


Saleh en de Saoedi’s
Het zou tot 1970 duren voordat de Saoedi's de nieuwe regering in Sanaa zouden erkennen. Maar op dat moment zag het politieke speelveld in het zuiden van het Arabisch Schiereiland er volledig anders uit. Niet alleen had de Zesdaagse Oorlog de situatie internationaal op scherp gezet, in datzelfde jaar bereikte de opstand tegen de sultan in het naburige Oman een voorlopig hoogtepunt en, belangrijker, werden de Britten gedwongen afstand te doen van Zuid-Jemen, waar de eerste en enige marxistische staat van de Arabische wereld werd gesticht.[6] Nu de ‘goddeloze communisten’ voet aan de grond kregen in Arabië ten koste van hun aloude Britse bondgenoot, was het zaak voor de Saoedi’s om Noord-Jemen te stabiliseren. 

'' ''

Royalisten met een op Egyptische troepen buitgemaakte gepantserde auto uit de Sovjet-Unie

In Sanaa was er op dat moment weinig over van de republikeinse geestdrift die er in de eerste jaren na de coup was geweest. De macht van het regime in Sanaa reikte nauwelijks voorbij de stadsgrenzen van enkele grote steden in Noord-Jemen. De republiek was bovendien straatarm en internationaal geïsoleerd. Een helpende hand was welkom, zelfs als deze uit Riyad kwam. Door zowel de Jemenitische staatskas als de zakken van invloedrijke stamhoofden te spekken, hoopten de Saoedi’s op hun beurt invloed uit te kunnen oefenen in wat zij beschouwden als hun achtertuin, een strategie die lange tijd succesvol zou blijken.

Daarmee duurde de scheefgroei van de Jemenitische Arabische Republiek voort. De republiek overleefde weliswaar de burgeroorlog, maar belandde desondanks meer en meer in de greep van de Saoedische bovenbuur. Een ander gevolg van de Zuid-Jemenitische onafhankelijkheid was bovendien dat het geopolitieke zwaartepunt van de regio zich verplaatste naar het grensgebied tussen beide Jemens, waar in 1972 en in 1979 korte maar hevige oorlogen zouden oplaaien.[7] Het uiterste noorden, waar de steun voor de royalisten het hevigst was geweest, werd sinds de oprichting van de republiek angstvallig in de gaten gehouden door het centrale gezag en veranderde in een uithoek: genegeerd door de hoofdstedelijke elite en economisch gemarginaliseerd. In de literatuur wordt ook wel gesproken over een peripheralizationvan de noordelijke provincies, waarmee gedoeld wordt op een ‘ruimtelijk bepaalde ongelijkheid van macht en toegang tot materiële en symbolische goederen’.[8]

Ondertussen was het hoogste ambt in Jemen in handen gevallen van Ali Abdullah Saleh, een voormalig kolonel in het Jemenitische leger en militair gouverneur van de provincie Taiz. Deze nieuwe president zou zich in de jaren die volgden onderscheiden als een virtuoos politicus die het Jemenitische speelveld als geen ander wist te bespelen.[9] Door behendig te manoeuvreren tussen lokale belangen en zich soms ongrijpbaar en soms loyaal op te stellen ten opzichte van internationale belanghebbenden, wist hij van 1978 tot zijn dood in 2017 een dominante factor in Jemen te blijven. Hoewel hij sinds de eenwording van Jemen in 1990 een democratie zei te leiden, hield hij alle touwtjes stevig in handen. Iedereen was afhankelijk van het uitgebreide patronagenetwerk van Saleh dat door Saoedisch oliegeld en Amerikaanse wapentuig bijeen werd gehouden. 


De Houthi’s
Een andere internationale ontwikkeling die de ontwikkelingen in Jemen zou beïnvloeden, was de islamitische revolutie van 1979. De Iraanse sjah was een door het Westen gesteunde despoot die zichzelf en zijn gevolg verrijkte met de opbrengsten uit de nationale oliereserves. Zijn val joeg de Saoedi’s begrijpelijkerwijs angst aan, temeer omdat de nieuwbakken sjiitische republiek zijn pijlen richtte op de decadente soennitische monarchieën in de Arabische Golf die zich aan de leiband van het Westen hadden laten leggen.

De Saoedi’s reageerden op de Iraanse aanval op hun legitimiteit door vanaf de vroege jaren tachtig meer geld te pompen in soennitische onderwijsinstituten, een proces dat oogluikend werd toegestaan door de Jemenitische republikeinse elite die veel waarde hechtte aan goede relaties met de vermogende bovenbuurman.[10] Het soennitische salafistische gedachtegoed zoals dat werd gepropageerd door deze zogenaamde ‘wetenschappelijke instituten’, diende namelijk als ideaal tegenwicht voor zowel de linkse ideeën die in die periode vanuit het marxistische Zuid-Jemen kwamen overwaaien, als een eventuele zayditische opleving en latent veronderstelde royalistische sympathieën in het noorden. Daarnaast bestaat er binnen de salafistische traditie de notie dat een ware gelovige absolute gehoorzaamheid aan de wereldlijke macht aan de dag moet leggen om zich volledig te kunnen wijden aan persoonlijke purificatie en religieuze bezinning. Dit in tegenstelling tot de zaydieten, die in hun geloofsleer de nadruk leggen op een zekere sociale rechtvaardigheid: een ware zaydiet is verplicht in opstand te komen tegen een onrechtvaardige wereldlijke macht.

Het apolitieke salafisme genoot daarom begrijpelijkerwijs de voorkeur van de uitgekookte Saleh (hoewel hij zelf een zaydiet was) en kon zich mede daardoor in het noorden van Jemen ontwikkelen tot een ‘lokale kracht van formaat, die zich kan meten met traditionele identiteiten’.[11] Honderdduizenden jonge Jemenieten doorlopen de wetenschappelijke soennitische instituten die in 2002 door Saleh werden geïntegreerd in het nationale onderwijssysteem.[12]

In het noordelijke Saada, van oudsher een zayditisch bolwerk, bezochten duizenden Jemenitische en buitenlandse studenten de Dar al-Hadith, een door een bekeerde zaydiet opgerichte, salafistische onderwijsinstelling. Om de salafistische gemeenschap te beschermen te midden van de zayditische meerderheidwerden gewapende milities in het leven geroepen, een ontwikkeling die kwaad bloed zette en een tegenbeweging in het leven riep. Ongerust over het oprukkende soennisme en de institutionele verwaarlozing van de regio en haar zayditische tradities, richtten enkele vooraanstaande zayditische geleerden (waaronder sheikh Hussein Badr al-Din al-Houthi) jeugdbewegingen op om deze tradities en culturele verworvenheden in ere te herstellen. De betrokken jongeren noemden zichzelf al-shabab al-mu’minin, oftewel ‘de gelovige jongeren’, een naam die was ontleend aan vergelijkbare sjiitische groeperingen in Iran en in Libanon.[13]

Aanvankelijk richtte deze ontluikende zayditische opleving zich op het herontdekken van een eigen identiteit. Zayditische rituelen werden afgestoft en symbolisch geachte randzaken werden tot principiële kwesties verheven. Meer dan eens kwam het na het vrijdagmiddaggebed tot gewelddadigheden tussen zayditische en salafistische jongeren, of tussen zayditische jongeren en de staat. In navolging van de Iraanse Khomeini verspreidde Hussein Badr al-Din al-Houthi zijn boodschap clandestien via cassettebandjes – een boodschap doorspekt met termen als sociale rechtvaardigheid, vrijheid en verzet tegen westerse hegemonie en exploitatie.[14]

Terwijl de jeugdbeweging floreerde, probeerde Hussein Badr al-Din al-Houthi via de landelijke politiek zijn machtsbasis uit te bouwen. Na de Jemenitische eenwording van 1990 richtte hij een partij op om de belangen van de zaydieten te vertegenwoordigen. Hoewel de verworvenheden van de partij minimaal zouden blijven, beleefde deze zijn hoogtepunt ten tijde van de Amerikaanse inval in Irak in 2003. Terwijl president Saleh zijn steun uitsprak voor de inval en vrijwel de gehele nationale politiek had weten te muilkorven, was Al-Houthi de enige landelijke politicus die zich publiekelijk tegen het beleid van de het regime keerde, een zet die hem uiterst populair maakte onder het volk.[15] De Duitse onderzoeker en Jemen-expert Marieke Brandt verwoordt de ontstane situatie als volgt: 

Zo was de context bij het uitbreken van de eerste Saada-oorlog in 2004: er was sprake een krachtige sociaal revolutionaire beweging die zich keerde tegen de politieke en economische zelfverrijking van een kleine elite die als steunpilaar fungeerde van de republikeinse orde in het noorden van Jemen. Deze beweging werd voortgedreven door twee even krachtige sentimenten: de hervonden zayditische trots en anti-Amerikaanse gevoelens. Aan het hoofd van deze beweging stond Husayn al-Houthi, een geestelijke/redenaar uit een gerespecteerde zayditische familie die even briljant als koppig was, en die als een van de weinigen alle pogingen van president Saleh om hem te coöpteren kon weerstaan. Terwijl Husayns ideeën op steun konden rekenen onder de bevolking in het noorden van Jemen, werden deze door het Saleh-regime gezien als een uitdaging, een provocatie en een gevaar.’[16]


Escalatie
Er zouden tussen 2004 en 2010 zes oorlogen in Saada worden uitgevochten. Deze oorlogen waren op het oog een bedreiging voor de stabiliteit en zelfs de eenheid van Jemen, maar nadere bestudering leert dat Saleh de conflicten ook behendig wist uit te buiten. Zo gebruikte hij het conflict om intern de aandacht af te leiden van zijn desastreuze beleid en om machtige rivalen binnen het leger als het ware weg te promoveren naar afgelegen brandhaarden om op die manier de weg vrij te maken voor erfopvolging door zijn zoon. Van groter belang is echter de manier waarop Saleh het conflict internationaal gebruikte. Door Saada en andere delen van Noord-Jemen hermetisch af te sluiten van de buitenwereld en de nieuwsstroom over het woekerende conflict te controleren, kon Saleh de zayditische heropleving afschilderen als de lange arm van Iran. Door de Houthi’s voor te stellen als een Jemenitisch Hezbollah, gefinancierd en getraind door Iran, in plaats van een rebellenbeweging van eigen bodem met inlandse eisen, kon Saleh aanspraak maken op tegoeden die in die periode internationaal werden vrijgemaakt voor de strijd tegen terreur. Saleh werd door het Westen en de Saoedi’s gezien als een betrouwbaar bastion dat zowel Al Qaida en de aan Iran gelieerde Houthi’s op afstand kon houden, met een flinke toelage en nog meer westers wapentuig tot gevolg.

In 2011 barstte de bom. Groeiende onvrede over de koers van Saleh leidde overal in het land tot grote demonstraties. Na eindeloze onderhandelingen trad Saleh af. Maar nadat de Houthi’s buiten de besluitvorming werden gehouden in het nieuwe Jemen, grepen zij opnieuw naar de wapens. De zwakke regering in Sanaa was niet in staat om de opmars te weerstaan, mede omdat de Houthi’s op steun konden rekenen van een deel van het leger en een aanzienlijk percentage van de stedelijke bevolking die geen vertrouwen meer had in de oude politieke elites. De opmars van de Houthi’s bleek voor Saoedi-Arabië echter een onacceptabele ontwikkeling.

'' ''
Jemenitische soldaten met bloemen in de loop van hun geweren tijdens een demonstratie tegen president Saleh in 2011. Foto: Ibrahem Qasim


Conclusie
Nu de Syrische burgeroorlog min of meer ten einde is, is Jemen het laatste theater waar de twee regionale tegenpolen Iran en Saoedi-Arabië het rechtstreeks met elkaar aan de stok hebben. Hoewel de mate van Iraanse financiële en militaire steun aan de Houthi’s door serieuze onderzoekers, zoals Elisabeth Kendall van The Atlantic Council,betwist wordt, staat hier wel degelijk het aanzien van Saoedi-Arabië en, al is het in iets mindere mate, dat van Iran op het spel.[17] Door Teheran aan te wijzen als het commandocentrum van de Houthi’s, hebben de Saoedi’s er een immense prestigestrijd van gemaakt die zij niet mogen verliezen: Jemen is immers nog altijd de achtertuin van Saoedi-Arabië. Het zijn de Saoedi’s die daardoor het meest te verliezen hebben in Jemen en voor wie een aftocht à la die van Nasser waarschijnlijker lijkt.[18]

Toch lijkt een dergelijke nederlaag uitgesloten. De verliezen van Saoedi-Arabië zijn vooralsnog vooral van financiële aard en het land geniet nog altijd de steun van de internationale gemeenschap. In de vergelijking met de jaren zestig kunnen we stellen dat de huidige positie van Saoedi-Arabië daarom vergelijkbaar is met die van toen: zowel in de jaren zestig als nu steunen de Saoedi’s de verdreven machthebbers. Zij staan daarmee voor de continuïteit op het Arabisch Schiereiland. Iran speelt in de beeldvorming de rol van Egypte: een internationale paria die ogenschijnlijk steun verleent aan een quasirevolutionair regime met een bedenkelijk draagvlak.

Tegelijkertijd is het belangrijk om te blijven hameren op het feit dat het conflict in Jemen meer is dan alleen een regionale proxyoorlog. De oorzaken van het huidige conflict wijzen op weeffouten in het fundament van de Jemenitische staat; weeffouten die mede ontstaan zijn door de bemoeienissen van buitenlandse mogendheden. Echter, hoe langer de oorlog voortduurt, hoe meer de internationale, sektarische component de dynamiek van het conflict zal gaan bepalen. Een van de vele goede redenen om te pleiten voor een einde aan alle buitenlandse interventies. 

Auteur Dirk Wanrooij studeerde Midden-Oostenstudies en woonde jarenlang in de Arabische wereld waar hij werkte als journalist. Hij woont sinds kort weer in Nederland waar hij werkt aan een boek over de oorlog in Jemen. 


Noten

[1]Dat Saoedi-Arabië bovendien de volledige steun geniet van Amerika, Groot-Brittannië en andere westerse mogendheden blijkt ten eerste uit de immense wapenleveranties uit westerse landen, maar ook uit de naam van de campagne die Saoedi-Arabië koos, namelijk Decisive Storm.  

[2]De Houthi’s werden teruggedrongen door zuidelijke troepen onder aanvoering van de door Saoedi-Arabië geleide coalitie. De Verenigde Arabische Emiraten spelen eveneens een bepalende rol in deze coalitie en streven tot op zekere hoogte hun eigen agenda na. Veel gevechtseenheden bestaan echter uit Jemenitische strijders. Verder bestaan de zuidelijke troepen uit een verwarrende combinatie van milities loyaal aan lokale krijgsheren, zuidelijke separatisten en een verscheidenheid aan jihadistische organisaties.

[3]Redenen om de royalisten te steunen waren divers. Saoedi-Arabië steunde uit principe alle koningshuizen in de regio. Zij wilden het republikeinse gedachtegoed niet laten wortelen op het Arabisch Schiereiland. Groot-Brittannië beschouwde Zuid-Jemen als een belangrijk deel van het Britse rijk en zagen Nasser na de oorlog van 1956 graag verliezen. De VS steunden hun bondgenoot Saoedi-Arabië en waren bovendien gekant tegen de opstandige Nasser. Iran zag zich genoodzaakt om te helpen uit een religieuze solidariteit met het sjiitische koningshuis. Israël hoopte de legers van Nasser te kunnen uitputten en de Egyptische militaire tactieken te kunnen observeren. Voor meer informatie over de rol van Israël, zie Oren Kessler, “When Israel Helped Yemen’s Shiites,” Politico Magazine, 21 april 2015, voor het laatst geraadpleegd op 2 november 2018 via https://www.politico.com/magazine/story/2015/04/israel-yemen-shiites-117208. De royalisten wisten zich bovendien ook gesteund door Pakistan dat wapens leverde; Frankrijk dat logistieke steun leverde vanuit Djibouti; Irakezen die het Jemenitische regime wilden ondermijnen ten faveure van de Baath-partij en tal van huurlingen uit Europa die door de imam werden betaald. 

[4]J. Ferris, Nasser’s Gamble: How Intervention in Yemen Caused the Six Day War and the Decline of Egyptian Power(Princeton: Princeton University Press, 2012). 

[5]Tijdens de jaren zeventig werd de door het Saoedische regime gepropageerde islam ‘een wapen tegen linkse en ondermijnende Arabisch nationalistische ideologieën die een bedreiging vormden niet alleen voor de Saoedische staat, maar ook voor de westerse belangen in de regio’, Madawi Al-Rasheed (red.), Kingdom without Borders: Saudi Arabia’s Political, Religious and Media Frontiers (Londen: Hurst, 2008), 245-262. 

[6]De Britten deden volop mee aan de zijde van de Omaanse sultan en gebruikten, net als de Saudi’s, islamitische propaganda om anticommunistische sentimenten aan te wakkeren. 

[7]Hoewel er na de oorlogen tussen de Jemens al werd gesproken over een toekomstige politieke eenheid, zou het tot na de val van de Sovjet-Unie duren voordat dit werkelijkheid zou worden. In 1990 werd de Republiek Jemen geboren met de in 1978 aangetreden Noord-Jemenitische president Ali Abdullah Saleh aan het roer.

[8]Marieke Brandt, Tribes and Politics in Yemen: A History of the Houthi Conflict(Londen: Hurst & Company, 2017), 99.

[9]President Saleh heeft zich vaak in kleurrijke termen uitgelaten over zijn eigen positie. Zo vergeleek hij regeren in Jemen ooit met dansen op de hoofden van slangen. Ook zei hij ooit tegen een journalist die zijn hardhandige tactieken bekritiseerde: ‘Als je wilt dat ik regeer als Jacques Chirac, geef me dan het Franse volk.’

[10]Tegelijkertijd keerden Jemenitische arbeidsmigranten vanaf de jaren tachtig terug uit Saoedi-Arabië. Deze emigranten hadden zich vaak uit praktische redenen bekeerd tot de officiële geloofsleer van de Saoedi’s en moesten niets meer hebben van hun sjiitische geloofsgenoten. 

[11]Al-Rasheed (red.),Kingdom without Borders, 246.

[12]Brandt, Tribes and Politics in Yemen, 106.

[13]Zomerkampen georganiseerd door de Gelovige Jongeren trokken tegen 1994 al 15.000 studenten die zich aangetrokken voelde tot het idee van een zayditische wederopstanding. 

[14]Brandt, Tribes and Politics in Yemen, 115.

[15]Saleh was in deze door schade en schande wijs geworden. Tijdens operatie Desert Storm (1990-1991) had hij de zijde gekozen van Saddam Hussein. Als reactie zette Saoedi-Arabië van de een op de andere dag honderdduizenden Jemenitische gastarbeiders het land uit.

[16]Brandt, Tribes and Politics in Yemen, 150.

[17]E. Kendall, Iran’s Fingerprints in Yemen: Real or Imagined (Publicatie van The Atlantic Council, oktober 2017). 

[18]Saoedi-Arabië lijkt wel iets geleerd te hebben van de fouten van Gamal Abdel Nasser. Tot nu toe heeft het land namelijk nauwelijks eigen militairen naar Jemen gestuurd. Wel heeft de oorlog het land inmiddels al meer dan honderd miljard dollar gekost.