4
min leestijd
A- A+

Glans en geluk: levendige islamitische kunst in het Gemeentemuseum


Glans en geluk: levendige islamitische kunst in het Gemeentemuseum

De lamp heeft een fijne, florale versiering in dunne rode lijnen, die hem in combinatie met het licht van de vitrine een rozige gloed geeft. De Mamlukse amir Sunqur al-Sa‘di, die in de jaren twintig van de veertiende eeuw de opdracht gaf om deze moskeelamp te laten maken, zal tevreden zijn geweest met het resultaat. Zoals op veel moskeelampen uit deze tijd, staan niet alleen de naam en titel van de opdrachtgever prominent op het kunstwerk – het moest natuurlijk wel duidelijk zijn wie er zo’n genereuze en vrome donatie had gedaan – maar ook een deel van het Koranische Lichtvers (K 24:35). Die tekst, die beschrijft hoe God is als het licht, past natuurlijk mooi bij de functie van deze lamp. Deze eeuwenoude Egyptische lamp, samen met veel andere kunstschatten uit de islamitische wereld, is momenteel te bewonderen in de tentoonstelling Glans & Geluk in het Gemeentemuseum in Den Haag.

'' ''

Moskeelamp met het Lichtvers uit de Koran en titels van opdrachtgever, Syrië of Egypte, 1322-1328, glas met emaillebeschildering en verguldsel, hoogte 32,1 cm. Bron: Gemeentemuseum Den Haag

Het Gemeentemuseum heeft een mooie en gevarieerde collectie kunst uit de islamitische wereld in bezit. In 1927 organiseerde het museum een tentoonstelling over ‘Islamische kunst’, die enerzijds geïnspireerd was door interesse in de herkomst van vernieuwingen in de Europese kunstnijverheid, en anderzijds voortkwam uit het idee dat de westerse kunst in een crisis verkeerde. Middels deze tentoonstelling hoopte men kunstenaars van nieuwe inspiratie te kunnen voorzien. Na deze tentoonstelling, die voornamelijk uit geleende stukken bestond, werd de collectie in rap tempo uitgebreid. In Glans & Geluk is deze collectie hier en daar aangevuld met materiaal in bruikleen, dat een mooie toevoeging biedt.

De tentoonstelling concentreert zich op de ornamentiek uit de islamitische kunst, en gaat hierbij uit van zeven thema’s. Op volgorde van de tentoonstelling zijn dat religie, kalligrafie, mens, dier, bloemen en planten, arabesk, geometrie en verstilling. Hierin is al gelijk te zien dat de indeling van de tentoonstelling hier en daar wringt: ‘religie’ is een heel ander soort thema dan ‘arabesk’ of ‘verstilling’. De indeling is dan ook niet altijd even helder: de thema’s ‘religie’ en ‘kalligrafie’ staan in deze tentoonstelling zowel in ruimtelijk als in inhoudelijk opzicht dicht bij elkaar. Veel van de religieuze objecten zijn primair kalligrafisch versierd, en andersom ligt er binnen de kalligrafiesectie een laat-zevende-eeuwse Koran in Hijazi-schrift. Het onderscheid dat de makers hier hebben willen maken, is dus niet altijd duidelijk. 

Toch zit er ook een voordeel aan de indeling van de tentoonstelling. De curatoren zijn in deze tentoonstelling heel duidelijk afgestapt van de traditionele chronologische en geografische benadering van islamitische kunst, waarbij je van dynastie naar dynastie gaat: van de Omayyaden naar de Abbasiden naar de Fatimiden, en zo verder. Glans en Geluk toont zo heel mooi de culturele invloeden en samenhang in de islamitische wereld, van Marokko tot India, en een enkele keer nog verder, tot in Indonesië. De ornamentiek waar deze tentoonstelling zich op richt is immers in dit hele gebied terug te vinden. Toch had een beetje meer chronologie en regionale aandacht binnen die thema’s misschien wel gemogen: juist dan kun je de ontwikkelingen en culturele invloeden zien ontstaan en in hun context plaatsen.

Mooi aan deze tentoonstelling is ook dat deze verschillende wijdverbreide ideeën over islam en islamitische kunst ontkracht dan wel contextualiseert. Bij het thema ‘mens’ wordt in de begeleidende teksten uitgelegd dat het veelgehoorde idee dat er een beeldverbod is in de islamitische wereld nuancering behoeft. Want hoewel er altijd discussie is geweest over de toelaatbaarheid van het afbeelden van levende wezens, werden dergelijke afbeeldingen in een seculiere omgeving altijd gewoon gebruikt. De bijbehorende zaal is dan ook gevuld met prachtige afbeeldingen, vooral uit de Perzische traditie. 

Het is ook vooral in deze zaal, met het thema ‘mens’, dat we een daaraan verwant thema terug zien komen: dat van contacten tussen Europa en de islamitische wereld, in het bijzonder door middel van handel. In een vitrine vinden we een weefselfragment dat zowel oosterse als westerse – waarschijnlijk Nederlandse – handelaren in boten afbeeldt; flesjes uit Mogol-India gemaakt naar Nederlands model; en een in Istanbul geproduceerde brieventas van ene Jacobus Onversaaght uit 1704. Het belang van handel wordt hier onderstreept doordat hier ook kaarten en een astrolabium, een navigatie-instrument, worden getoond. Over die laatste vermeldt het boekje erbij dat de populariteit hiervan in het Westen in de negentiende en twintigste eeuw tot de productie van een groot aantal vervalsingen heeft geleid. Dat was voor mij overigens een lichte troost: ik moet namelijk, enigszins gegeneerd, toegeven dat ook ik ooit dacht een antiek astrolabium te kopen, maar bij thuiskomst toch moest constateren dat de omdraaiing van ‘oost’ en ‘west’ het ding in praktisch opzicht nutteloos zouden hebben gemaakt.

'' ''
Drie glazen flessen gedecoreerd in de Moghul schilderstijl, gekozen door Naema Tahir. India, Gujarat, 17-18de eeuw, hoogte 10,4-13,2 cm. Bron: Gemeentemuseum Den Haag

Het thema van onderling contact komt ook nog mooi terug in een prachtig gekalligrafeerd Osmaans document gericht aan de Staten-Generaal (een bruikleen uit het Nationaal Archief). Jammer is wel dat dit thema nauwelijks geëxpliciteerd wordt, en dat er in de ‘handelsvitrine’ ook nog een aantal andere keramieken objecten staan die puur van het thema ‘mens’ uitgaan, en niets met handel van doen hebben. Voor de bezoeker die de handelsconnectie niet legt, maakt dat de aanwezigheid van de kaarten en het astrolabium weer verwarrend.

Een mooi en vernieuwend element in de tentoonstelling is dat het Gemeentemuseum de objecten verder tot leven heeft gebracht door achttien muzikanten, auteurs en koks met wortels in de islamitische wereld te vragen een object uit de tentoonstelling uit te kiezen en daar iets bij te maken. Hun portretten, samen met een foto van het door hen uitgekozen object, hangen in een van de zalen. Tekstjes waarin ze hun respectievelijke keuzes toelichten hangen in de buurt van de door hen gekozen objecten. Deze zijn helaas wel erg klein uitgevallen, en hangen niet altijd goed in het zicht. Iets vergelijkbaars speelt in de laatste zaal: daar klinkt soms prachtige muziek, volgens de suppoost gemaakt door een van de betrokken musici. Helaas staat er nergens uitgelegd wie er speelt, op welk instrument, en welk muziekstuk. Een van de twee videoschermen waarop korte filmpjes worden vertoond over deze mensen en ‘hun’ objecten had hier mooi voor gebruikt kunnen worden. 

'' ''
Schaal met papegaaien, gekozen door Zina Abboud. Syrië, Raqqa, begin 13de eeuw, kiezelaardewerk, diameter 26,7 cm. Bron: Gemeentemuseum Den Haag

Glans en Geluk geeft een mooi en toegankelijk overzicht van 1400 jaar aan islamitische kunstproductie, waarin een aantal buitengewoon fraaie stukken is opgenomen. De grote kracht van tentoonstelling is dat ze de nauwe relatie tussen mens en kunst voortdurend naar voren brengt, op verschillende niveaus. Dat gebeurt heel expliciet in de keuzes van kunstwerken door schrijvers, musici en koks, die uitleggen wat zij bij een schaal, muziekinstrument, of inktpotje voelen. Het komt ook terug in de manier waarop contacten tussen Oost en West gereflecteerd worden in sommige objecten. En we horen het in de stem van Sunqur al-Sa‘di, die ons toespreekt vanaf een eeuwenoude lamp. 

De tentoonstelling Glans en Geluk is tot en met 3 maart 2019 te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag.

Josephine van den Bent is hoofdredacteur van ZemZem.