13
min leestijd
A- A+

Jihadbruiden? Hoe Nederlandstalige uitreizigsters naar Syrië trouwen

Jihadbruiden? Hoe Nederlandstalige uitreizigsters naar Syrië trouwen

Uitreizigsters naar Syrië worden vaak aangeduid met de term ‘jihadbruiden’. Op basis van openbare posts op sociale media worden ze óf als slachtoffers van mannelijke ronselaars óf als mogelijk gevaarlijke strijdsters gezien. In ons onderzoek, op basis van privéchatten met de betrokken vrouwen, geven we hun visie op hoe zij hun huwelijken sluiten en hoe dit in de loop der tijd is veranderd, weer. Daarbij wordt een categorie uitreizigsters zichtbaar die zich noch als slachtoffer noch als militant strijdster presenteert.

“”

Nog steeds worden uitreizigsters naar Syrië vaak met de term ‘jihadbruiden’ aangeduid. Dat was al zo toen in 2013/4 de eerste vrouwen uit Nederland en Vlaanderen uitreisden naar gebieden in Syrië die onder controle stonden van jihadistische groepen, zoals ISIS, zoals IS toen nog genoemd werd, en Jabhat al-Nusra. Na de vestiging van het kalifaat in juni 2014 nam het aantal vrouwen dat vertrok snel toe, en daarmee ook de aandacht van de media.

Een term als ‘jihadbruiden’, die seks en geweld bij elkaar brengt, trekt natuurlijk aandacht.[1]In de media werden ‘jihadbruiden’ aanvankelijk vooral als slachtoffers van mannelijke ronselaars gezien.[2] Dat lijkt nogal op de analyse die de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) in 2006 maakte over informele islamitische huwelijken in de kring van de Hofstadgroep. De veiligheidsdienst beschouwde die vrouwen ook vooral als slachtoffers van mannen die hen probeerden te werven voor de gewelddadige jihad en daarvoor loverboy-achtige methodes gebruikten.[3]

Dit beeld kantelde deels door de sterke publieke aanwezigheid online van een klein aantal uitreizigsters, die geheel gesluierd met kalasjnikovs poseerden. Zo ontstond een beeld van militante strijdsters en werden de uitreizigsters vergeleken met vrouwen die zich eerder hadden aangesloten bij gewelddadige linkse bewegingen, en ook met meer recente seculiere en jihadistische groepen waarin vrouwen hadden deelgenomen aan zelfmoordacties. Maar nog steeds worden uitreizigsters ook aangeduid met de term ‘jihadbruiden’.[4]

​​​​​​​

Chatten met uitreizigsters​​​​​​​

Als onderzoekers die zich al eerder hebben beziggehouden met islamitische huwelijken, waren wij benieuwd hoe de vrouwen die werden aangeduid als ‘jihadbruiden’ zelf hun huwelijken zagen.[5] Onderzoek doen naar uitreizigsters is lastig, want het is immers niet mogelijk om veldwerk in IS-gebied te doen. Vanaf september 2014 zijn we er heel geleidelijk en met veel geduld in geslaagd om contact te leggen met 22 vrouwen door privé chatgesprekken via Facebook en WhatsApp. Nadat er een zekere mate van vertrouwen was ontstaan, waren tien van hen bereid ons meer te vertellen over hoe huwelijken gesloten werden. Het scheelde dat een van ons herkenbaar was als moslim, enkele vrouwen al voor vertrek kende, en goed bekend was met de Arabisch-islamitische aanspreekvormen en uitdrukkingen die onze gesprekspartners gebruiken. Bij sommigen ging het maar om enkele chatsessies. Bij anderen ging het om tientallen, soms meer dan dertig, chatsessies, over een lange tijdsperiode, waarbij het initiatief wisselend van beide kanten kwam. Omdat we daarnaast redelijk zicht hadden op het bredere veld en de netwerken in Nederland, konden we hun verhalen in hun sociale context plaatsen. Na juli 2015 werd het veel moeilijker om contact te maken vanwege de door IS opgelegde beperkingen op internetgebruik. De afgelopen maanden, vanaf begin 2018, hebben we weer met enkele vrouwen contact gehad. We geven de chats ongecorrigeerd weer om de lezer een beeld te geven van het taalgebruik van de uitreizigers; onze verklaringen en aanvullingen worden aangegeven tussen vierkante haken.[6]

Trouwen: norm en noodzaak​​​​​​​

De grote meerderheid van onze gesprekspartners bestond uit jong volwassen vrouwen van in de twintig. Toen wij hen spraken waren ze allemaal getrouwd of getrouwd geweest. Veel moslims benadrukken dat in de islam trouwen sterk wordt aanbevolen: een huwelijk sluiten wordt wel ‘de helft van de religie’ genoemd en alleen binnen het huwelijk is een seksuele relatie toegestaan.

Een minderheid van de uitreizigsters was al voor vertrek getrouwd. Deze vrouwen reisden samen met hun echtgenoot of volgden hem later. Umm Talha, die in het voormalige Jabhat al-Nusra gebied woont, had bij haar trouwen al als voorwaarde gesteld dat zij wilde emigreren naar een islamitisch land (‘hidjra doen’).[7] Maar het vertrek naar Syrië in voorjaar 2013 kwam toch onverwachts. Ze was zwanger en had het plan om met haar man naar een naburig Arabisch land te gaan. Maar toen zich plotseling de mogelijkheid voordeed om met vrienden naar Syrië te reizen, ging hij daarheen. In haar woorden: Het was heel pijnlijk want we hebben afscheid genomen met de woorden: “Ik zie je in Jannah [het paradijs].” Enkel het vertrouwen in Allah hield me sterk. Korte tijd later vertrok zij zelf ook naar Syrië: Ik kon ook komen [naar Syrië], terwijl dit eerst niet kon, omdat alleen de broeders hier waren.

Meer dan tweederde van de uitreizigsters is pas in Syrië getrouwd. Dat hadden we niet verwacht. Want volgens opvattingen van meer behoudende islamitische geleerden, wiens ideeën ook gevolgd worden door de vrouwen uit ons onderzoek, horen vrouwen juist niet ver te reizen zonder echtgenoot of mannelijk familielid. Wel trouwden deze vrouwen vaak vrij snel na aankomst. Ook als ze niet waren vertrokken met het idee om te trouwen (maar om simpelweg te leven onder een islamitische staat) deden ze dat vaak toch snel, want ze voelden de druk van de oorlogssituatie en het gebrek aan steun van familie. Volgens onze gesprekspartners biedt een huwelijk juist die steun en bescherming Of zoals Umm Hamza, zei: Ehm ik zag uiteindelijk in dat in een land waar je niemand hebt en ook jihad gaande is een vrouw beter kan huwen.

Hoe trouwen uitreizigsters?​​​​​​​​​​​​​​

Voor een islamitisch huwelijk dienen bruid en bruidegom in te stemmen met het huwelijk in de aanwezigheid van twee moslimgetuigen. Volgens de meeste islamitische rechtsscholen heeft een vrouw de toestemming van een mannelijk moslim familielid nodig om te trouwen (wali) en dient haar echtgenoot haar een bruidsschat (mahr) te betalen. Voor de geldigheid van een islamitisch huwelijk is geen imam en evenmin een schriftelijk contract nodig.

Uitreizigsters hebben vaak een uitgesproken mening over hoe een huwelijk gesloten hoort te worden. Als ze al in Nederland of België islamitisch getrouwd waren, was dat vaak op nogal onconventionele wijze gegaan.[8] Ze wezen vrijblijvend daten af. In plaats daarvan probeerden ze een partner (‘een praktiserende broeder’) via familie of vrienden te vinden. Uitreizigsters met een moslimachtergrond namen daarbij ook afstand van gearrangeerde huwelijken waarbij het vooral ging om materiële of familiebelangen. Ze volgden de regels van seksescheiding strikt, ontmoetten hun partner hooguit een paar keer in aanwezigheid van anderen om hun verwachtingen van het huwelijk te bespreken (muqabala), en trouwden snel. Ze trokken zich vaak niet veel aan van conventionele opvattingen over wie er als huwelijksvoogd kon optreden (allereerst de vader), en vonden zowel een hoge bruidsschat als een duur bruiloftsfeest onwenselijk. Ze hadden weinig interesse in de materiële kant van het huwelijk. Dit alles leidde nogal eens tot spanningen binnen de familie.

Aanvankelijk werden huwelijken ook in Syrië redelijk informeel gesloten. Sommigen kenden de man met wie ze wilden trouwen al en hadden contact met hem gehad via internet. Anderen ontmoetten hun toekomstige echtgenoot via een tussenpersoon, en hadden hem soms maar een keer gezien. Voor Umm Rania was deze manier van kennismaken een nieuwe ervaring:

Ik ben zelf met een vriendin gekomen die hier een neef heeft..(…). Mijn vriendin heeft haar neef dan voorgesteld om te trouwen (…) De eerste keer dat ik mijn man heb ontmoet was de eerste dag dat we waren aangekomen (..) Mijn vriendin zat bij me in de kamer was bedekt enkel toen hij vroeg om me te zien had ik mijn niqaab ff omhoog moeten doen.. Mijn vriendin sprak heel positief over mijn man. Ik had die moment niet zoveel vragen eigenlijk. Was ook echt de eerste keer dat ik het echt volgens sunnah heb gedaan. Dus wist nirt goed wat ik ook moest vragen..

Negen dagen later was ze getrouwd. Haar vader had geweigerd met het huwelijk in te stemmen, maar daar was wel een oplossing voor. Meestal bellen ze de ouders op om toestemming te geven. Maar de meeste weigeren en dan nemen ze een wali [huwelijksvoogd] van hier.. mijn vader had niet toegestemd, dus vroeg ik dan toestemming aan mijn broer. En hij stemde ons huwelijk is.

Ook bij bekeerlingen zoals Umm Talha – bij wie de vader immers niet als wali kan optreden – was er een zekere flexibiliteit. Ze schetste eerst hoe het in zijn werk zou moeten gaan: Er zijn hier islamitische rechtbanken En als de vrouw geen wali heeft dan word er eentje aangesteld van de rechtbank. Maar in de praktijk bleek het toch anders te lopen:

Maar meestal is de man van een goeie vriendin de wali Dan doen ze mokabala [interview] (…) Ze spreken af gewoon in een huis (…)Als de wali niet haar mahram [nauwe mannelijke verwant] is dan zit hij op een manier dat hij de zuster niet ziet. Masr wel de broeder [de bruidegom-in-spe] en kan mee luisteren. En bij dat gesprek vertellen ze ook meteen wat hun wensen zijn enzo. En of hij daar aan kan voldoen.

Het huwelijkscontract werd vaak thuis gesloten en soms eerst alleen mondeling. De bruidsschat had vaak maar een beperkte materiële waarde en er werden geen grote feesten gegeven. Zoals Umm Rania vertelde:

Wat mijn mahr [bruidsschat] betreft.. de beste vrouwen zijn degene die het minste vragen in mahr. Dacht aan die woorden (…) ik zei geef wat je zelf wil en kan geven.. beide wisten we geen bedrag. Dus de wali heeft dan besloten voor 300$ en gingen beide akkoord.

Ook Umm Talha gaf aan dat vrouwen niet veel vroegen als bruidschat: K heb zusters mee gemaakt die dadels vroegen. Zusters die vroeger een aya [Koranvers]. Andere weer een ring Persoonlijk zou ik gewoon geld vragen. Als hij t financieel goed heeft. Het feestje, waarmee het huwelijk bekend wordt gemaakt, schoot er ook vaak bij in, zoals bij Umm Rania: De bekendmaking (…) is sowieso niet te vergelijken met huwelijk in europa. Ik zelf heb geen walima [feestelijke maaltijd] gegeven (…) omdat ik hier nog niemand kende en liet het alleen voor de broeders (…).

Gedurende het chatten kregen we de indruk dat uitreizigsters uit Nederland en Vlaams-België vooral met elkaar omgingen. De meeste uitreizigsters die wij spraken waren Marokkaans-Nederlands/Vlaams. Iets meer dan een kwart bestond uit bekeerlingen van verschillende etnische achtergronden. Ze hadden maar beperkt contact met de lokale bevolking, spraken meestal geen Arabisch, en leken ook niet veel moeite te doen dat te gaan leren. De meeste uitreizigsters – ook degenen die pas in Syrië trouwden – bleken dat te doen met een partner van dezelfde etnische achtergrond, met een bekeerling, of met een migrant die in een ander westers land was opgegroeid. Geen van onze gesprekspartners trouwde met een Syriër.

Een gemeenschappelijke taal is belangrijk. Zoals Umm Hamza zei:Hij sprak dezelfde taal als mij dus het was makkelijker dan qua communicatie. Aan Umm Saleh, die vertelde dat ze met een man uit een Arabisch land getrouwd was, vroegen we hoe het met haar Arabisch ging en of hij een beetje Engels sprak. Ze moest lachen, legde uit dat hij in Europa was opgegroeid, en voegde eraan toen dat ze nooit met een Arabier zou trouwen die geen Engels spreekt.

Maar er waren ook andere redenen om met een man ‘uit eigen kring’ te trouwen, zoals Umm Talha ons uitlegde, toen we vroegen of uitreizigsters ook met Syrische mannen trouwden: Jaa gebeur ook wel is mr wel weinig. En syrische mannen komen vaak niet goed over haha. Wij Muhajirat [uitreizigsters] zijn gewend dt de mannen goed voor ons zijn. Ons helpen in het huishouden koke etc. Terwijl die Syrische mannen Dan zeggen van wij helpen niet in huis...

IS, staatsvorming en controle over huwelijken​​​​​​​​​​​​​​

Een opvallende conclusie van ons onderzoek is dat IS al snel heeft geprobeerd om meer controle over huwelijkssluiting te krijgen. Dit lijkt sterk op wat er gebeurde tijdens eerdere processen van staatsvorming in landen als Syrië en Irak, toen overheden zich ook actief met huwelijkssluiting gingen bemoeien. IS schreef voor dat huwelijken geregistreerd dienden te worden bij een shariarechtbank, en de conventionele islamitische regels over wie kan functioneren als de wali van de vrouw werden gaandeweg strenger toegepast. Als haar familie moslim is, wordt deze rol in eerste instantie vervuld door de vader. Bij een bekeerlinge neemt de qadi (rechter) van de shariarechtbank de rol van wali op zich. In mei 2015 vertelde Umm Rania: Nu is alles hier veranderd. De wali moet iemand van de rechtbank zelf zijn [in het geval van bekeerlingen]. Het is niet meer zo dat iedereen wali kan zijn.. ook huwelijke moeten nu bij rechtbank zelf plaats vinden. Om alle gegevens te noteren etc..

Andere vormen van regulering zijn meer specifiek voor IS. Zo gold er een strenge beperking van voorhuwelijks contact in de privésfeer tussen mannen en vrouwen. Umm Fulaan, de enige van onze gesprekspartners die zich als activistisch en sterk betrokken bij het proces van staatsvorming presenteert, ging daar verder op in:

Als de vrouw wenst te trouwen dan stelt ze haar kandidaat. En de broeders dienen via de wali een stempel van goedkeuring te halen om te trouwen met een zus uit deze vrouwenhuis [waar pas gearriveerde vrouwen verblijven voordat ze huwen]. De broeder spreek met de verantwoordelijke van het huis en vertelt hem wat hij zoekt. Vb een weduwe. Met zonder kinderen afkomst etc. Deze word voorgelegt aan de zuster als zij akkoord gaat dan gaat men islamitis verder. Er word 1 x muqabala [interview] gedaan waar ze elkaar zien zonder niqab en spreken als het goed is. (…) Soms gebeurd een 2de muqabala maar dat is niet van de sunnah [levenswijze van de profeet].

Ook ander contact tussen de seksen dient vermeden te worden, Soms maar dat is heeeeeel zelden is dat zusters helaas de broeders aanspreken op sociaal media om een weg naar hier te krijgen en dan gaat het via die weg (…). Sinds kort heeft dawla [de staat, d.w.z. IS] dit verboden (…).

IS ging ook een minimum bedrag aan bruidsschat voorschrijven. Umm Fulaan schetste de achtergrond hiervan: laatst is er een nieuwe amr [bevel] gekomen dat de broeders een bruidschat moeten geven van ongeveer 500dollar (…) Ze hebben dit gedaan uit eer voor de zusters want vele zusters vragen niets terwijl haar mahr haar recht is vele zusters begrijpen dan ook de status van de mahr niet (…).

Uit onze gesprekken met de muhajirat kwam naar voren dat IS vooral een minimum bedrag aan bruidsschat ging voorschrijven om de uitreizigsters te beschermen tegen mannen die alleen maar met hen wilden trouwen omdat ze zo weinig vroegen in vergelijking met Syrische vrouwen, en om ervoor te zorgen dat het huwelijk serieus genomen zou worden en niet snel weer in een scheiding zou eindigen. Inmiddels zijn deze pogingen van IS tot regulering alweer achterhaald doordat IS langzaam maar zeker steeds meer de controle over het grondgebied heeft verloren.

​​​​​​​

Verweduwing en hertrouwen​​​​​​​​​​​​​​

Binnen een tot twee jaar hadden veel uitreizigsters hun man verloren. In juli 2015 gold dat al voor de helft van onze gesprekspartners. Of vrouwen snel hertrouwden hing vaak samen met de veiligheidssituatie. Veel vrouwen lijken een huwelijk als een vorm van bescherming te ervaren: alleen zijn, vaak met kinderen, in een oorlogssituatie is toch angstiger. Umm Talha legde ons kort geleden uit dat het wel voorkomt dat vrouwen niet snel hertrouwen: (…) ik ken ook weduwes die al best lang alleen zijn en er niet echt een probleem van makrn Ze worden dan geholpen maar zijn zelf ook zelfstandig Vooral in stede is dat makkelijk (….). Maar ze vertelde ook dat een gescheiden vrouw een half jaar later toch weer met haar ex-man was hertrouwd, zodat ze er bij de bombardementen niet alleen voor staat.

Vanaf het voorjaar van 2015, en met name na austustus 2015, begon het gebied waar IS controle over heeft snel af te brokkelen. De uitreizigers die in Raqqa woonden, zoals Umm Hamza, waar zij een bevoorrechte positie hadden, hebben deze stad inmiddels moeten verlaten. Op onze opmerking dat we in Nederland vooral horen dat vrouwen terug willen, zegt ze: Ja klopt ook Ni allemaal natuurlijk maar vewl kunnen ni aan. (…) Het enige wat ze doen is ons plat bombarderen. Kijken wie standvastig blijft en wie niet.

Umm Hamza had ons al eerder verteld dat haar eerste man gedood was bij een bombardement. Nu bleek dat ze ook haar tweede echtgenoot had verloren. Ja me man s weer shaheed [martelaar] gegaan. Van zijn andere vrouwen was er een vertrokken en de andere had ze uit het oog verloren. Hoe het met andere uitreizigsters uit haar netwerk ging, wist ze niet. Wel was duidelijk dat er velen gedood zijn. Ken je Abu Z Zijn vrouw is nu ook shaheed subhana Allaah. Op onze vraag of ze al denkt aan opnieuw trouwen of dat het daar nu de tijd niet voor is, antwoordde ze Soms Walakien [maar] wil ff ni (…). Ze miste haar eerste echtgenoot nog steeds.

​​​​​​​

Geen jihadbruiden maar ook geen militante strijdsters​​​​​​​

Uit het bovenstaande blijkt dat de term ‘jihadbruiden’ geen recht doet aan de ervaringen van de uitreizigsters met wie wij spraken. Velen zijn zelf afgereisd en deden dat vooral om onder islamitisch gezag, in een islamitische staat, te leven. De situatie is heel anders voor vrouwen die tegen hun wil worden vastgehouden door IS. Nadat IS-strijders in augustus 2014 de berg Sinjar hadden veroverd, hebben ze duizenden Yazidi-meisjes en -vrouwen gevangengenomen. IS heeft niet alleen aangegeven dat het vrouwelijke krijgsgevangenen als oorlogsbuit en daarmee als slavinnen-concubines (sabaya) beschouwt, maar heeft ook een infrastructuur opgezet voor de verhandeling van deze vrouwen.[9] Een uitreizigster met wie we later gesproken hebben, vertelde ons dat foto’s van Yazidi-vrouwen in IS-gebied, die ze op de telefoon van haar man zag, reden waren om niets meer met IS te maken te willen hebben. Ze gaf aan dat enkele uitreizigsters met wie ze daarover praatte dit ook verafschuwden maar het verdrongen, omdat ze voor zichzelf geen uitweg uit hun situatie zagen.

De meeste uitreizigsters die wij spraken zeiden dat ze vooral naar Syrië waren afgereisd omdat ze in een islamitische staat wilden leven, onder een islamitisch rechtssysteem. Ze zagen het zorgen voor man en kinderen als hun taak, en het vervullen van huishoudelijke en zorgtaken was onder de omstandigheden al zwaar genoeg. Alleen Umm Fulaan omschreef zichzelf als actief betrokken bij het proces van staatsvorming van IS. Toen we haar vroegen of het klopte dat zij wel actief was en de andere uitreizigsters veel minder of helemaal niet, bevestigde ze dat en legde ze een verband met het moment van uitreizen. Je hebt gelijk mijn zus. Kben heel erg betrokken hierbij sinds dag 1 eigenlijk. Ik was actief in [lokale groep voor vertrek naar Syie] En nu zeker hier actief (…) Maar sowiso k behoor tot de 1ste muhajjraat ben ni hier 2jaar en 3 maandjes ik merk een verschil bij de nieuwe zusters Vb ik ben hier vr jihaad en werken de nieuwe zijn hier om te leven onder de shariah. In haar ogen was er een duidelijk verschil tussen degenen die vóór en na het uitroepen van het kalifaat waren gekomen. Eind juni 2015, toen we voor het laatst contact hadden met Umm Fulaan, vertelde ze dat de vrouwelijke hisba (‘zedenpolitie’) inmiddels ontbonden was, omdat dat met de coalitieaanvallen te gevaarlijk was geworden. Intussen is in Nederland niet alleen de beeldvorming over uitreizigsters maar ook het beleid substantieel gewijzigd. Vrouwen die afreizen naar IS gebied zijn in het AIVD-rapport van 2016 deelnemers aan een terroristische organisatie geworden: ‘In de praktijk betekent dit dat zowel mannelijke als vrouwelijke uitreizigers, gewapenderhand of anderszins, deelnemen aan de strijd van ISIS.’[10]

De rechtbank is in de zaak van Laura H., de eerste vrouwelijke terugkeerder die vervolgd is, niet meegegaan met het idee dat uitreizen naar IS-gebied gelijk staat aan deelname aan een terroristische organisatie, maar ziet vestiging in dat gebied wel als ‘burgerschap’ van IS.[11] Uit de verhalen van veel uitreizigsters komt naar voren dat zij geen actief burgerschap, in de zin van zich actief inzetten om het IS-gezag te institutionaliseren, ambiëren. Het verrichten van huishoudelijke en zorgtaken kan wel bijdragen aan de reproductie van een systeem (in dit geval IS), maar dat is niet iets wat de muhajirat zelf benadrukken. Zij vinden dat ze vooral geprobeerd hebben een zo ‘normaal’ mogelijk leven onder IS te leiden.

Aysha Navest is stagiair/junior onderzoeker, Martijn de Koning is post-doc (en tevens UD Islamstudies aan de Radbouduniversiteit Nijmegen) en Annelies Moors is hoogleraar Hedendaagse Moslimsamenlevingen aan de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoek voor deze bijdrage is onderdeel van de ERC Advanced Grant ‘Problematizing Muslim Marriages: Ambiguities and Contradictions’, ondergebracht bij de afdeling Antropologie van de Universiteit van Amsterdam.

​​​​​​​

Noten​​​​​​​

[1] Dit is een bewerkte en geüpdatete versie van het artikel ‘Chatten about marriage with migrants to Syria’, Anthropology Today 32 (2016), 2. Daarin zijn ook verwijzingen naar de literatuur te vinden. Hetgaat om een verkennend onderzoek. We claimen niet dat onze gesprekspartners representatief zijn voor de hele categorie uitreizigsters. We gebruiken termen zoals hidjra, sjahid, jihad, en islamitische staat zoals onze gesprekspartners die zelf gebruiken. Veel moslims kunnen zich absoluut niet vinden in de manier waarop deze uitreizigsters die termen gebruiken.
[2] Zoals in “Neem jihadbruiden hun paspoorten af”, Algemeen Dagblad, 4 maart 2014.
[3] NCTb, Informele islamitische huwelijken. Het verschijnsel en de (veiligheids)risico’s, Den Haag: NCTb, 2006, p. 22.
[4] Zoals in ‘Terugkeer jihadbruid (23) mogelijk stap dichterbij’, De Telegraaf 10 april 2018
[5] Zie bijv. Annelies Moors, 2013, ‘Unregistered Islamic marriages: Anxieties about sexuality and Islam in the Netherlands’, in M. Berger (ed.) Applying Shari‘a in the West: Facts, Fears and the Future of Islamic Rules on Family Relations in the West, 141-164. Leiden University Press.
[6] Ter bescherming van privacy en de veiligheid van onze respondenten gebruiken we pseudoniemen om hen aan te duiden. Dit is gebruikelijk bij antropologisch onderzoek. In dit geval is het ook een contractuele verplichting van de UvA en de ERC.
[7] ‘Hidjra doen’ verwijst in dit geval naar het emigreren van het land der ongelovigen naar de nieuw uitgeroepen Islamitische Staat.
[8] De meeste gesprekspartners zijn eerst islamitisch getrouwd en sommigen sloten daarna een burgerlijk huwelijk.
[9] Al op 29 september 2014 hebben honderden zeer vooraanstaande islamitische geleerden en leiders zich in een open brief aan Al-Baghdadi uitgesproken tegen de herintroductie van slavernij en concubinage, http://www.lettertobaghdadi.com/.
[10] AIVD, Leven bij ISIS, de mythe ontrafeld. Den Haag: AIVD, p. 15. Onlangs heeft de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten in haar Toezichtsrapport De gegevensverstrekking door de AIVD binnen Nederland over (vermeende) jihadisten deze conclusie als onzorgvuldig gekwalificeerd (CTIVD, 13 maart 2018, p. 33).
[11] Rechtbank Rotterdam, 13-11-2017. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:8858.