4
min leestijd
A- A+

Ibrahim Selman over Geen cent spijt van Arnold Karskens

Ibrahim Selman over Geen cent spijt van Arnold Karskens

Het stortregent wanneer ik schrijver, dichter, film- en theatermaker Ibrahim Selman (1952) ontmoet in Café de Pont in Amsterdam-Noord. Op tafel ligt het boek Geen cent spijt (2006) van oorlogscorrespondent Arnold Karskens, zijn collega-auteur bij uitgeverij Meulenhoff. Het boek is een journalistiek onderzoek naar het leven van de Nederlandse zakenman Frans van Anraat (1942), die jarenlang grondstoffen leverde voor de chemische wapens die Saddam Hussein inzette tijdens de Irak-Iranoorlog (1980-1988). Mede door de inspanningen van Karskens veroordeelde het gerechtshof in Den Haag Van Anraat in 2007 in hoger beroep tot zeventien jaar gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden.

'' ''

Het boek is nagenoeg een decennium oud, maar een gesprek daarover is al snel verbonden met de huidige situatie in Irak en de strijd tussen Koerden en IS. Deze morgen nog belde Selman met een bevriende Peshmerga-commandant in Irak. Selman: ‘Hij vertelde me dat de Koerdische Peshmerga’s de stad Sinjar in Noord-Irak, waar eerder duizenden yezidi-vrouwen als slavinnen door IS zijn verkocht en verkracht, binnen 24 uur op IS kunnen veroveren.’ De dag na het interview is de inname van Sinjar door de Peshmerga’s wereldnieuws, hoewel snel overschaduwd door de aanslagen van IS in Parijs. Op zijn blog vergelijkt Selman de Koerdische verovering met D-day. Ondanks zijn vrees voor een groot aantal slachtoffers onder de strijders, hoopt hij dat de ‘extremistische moordenaars’ van IS uit de Koerdische gebieden verjaagd worden: ‘Want de Koerden hebben recht op een vrij leven in eigen huis, stad, land.’

Ibrahim Selman verliet in 1961 met zijn familie zijn geboortedorp Zawite in Iraaks Koerdistan na het begin van de Koerdische opstand en Iraakse bombardementen op het dorp. In de jaren daarvoor waren de spanningen tussen de Koerdische Democratische Partij (DKP) en de Iraakse overheid steeds hoger opgelopen. Het Iraakse leger trachtte in 1961 het Koerdische verzet met harde hand neer te slaan, wat onder meer resulteerde in bombardementen op Zawite.

Eenmaal aangekomen in Bagdad, studeerde Selman Drama en werkte achtereenvolgens als regisseur en tekstschrijver bij de staatsomroep. Op de vlucht voor het regime van Saddam Hussein kwam hij in 1981 naar Nederland. Hij schreef toneelstukken en filmscenario’s, werkte als acteur, en publiceerde romans, dichtbundels en essays in onder meer NRC Handelsblad, Vrij Nederland en Trouw. Hij werkt momenteel als regisseur aan korte filmische portretten van Nederlandse reservisten. Zijn schrijven beperkt zich recentelijk vooral tot zijn persoonlijke weblog. Na de publicatie van Laatste vlam (2010), een verhaal over liefde op oudere leeftijd, begon hij met een nieuwe roman waarin cabaretier Rob van Liempt centraal staat. Maar na honderd pagina’s stopte hij met schrijven, inmiddels alweer een jaar geleden. ‘In mijn hoofd is het nog niet rijp,’ zegt hij daarover.

Zijn keuze voor het boek van Karskens heeft meer te maken met het perspectief van ZemZem dan met zijn eigen literaire interesses. ‘Ik heb nauwelijks boeken over het Midden-Oosten en ik hou er ook niet van. Ik ben niet meer geïnteresseerd.’ Toen hij in de jaren zeventig in Bagdad studeerde verslond hij Arabische romans uit talloze genres, alsook Europese en Russische literatuur. De werken van Dostojevski, die hij in Arabische vertaling las, maakten diepe indruk. Eenmaal in Nederland besloot hij geen literatuur meer te lezen in andere talen dan het Nederlands, de taal die hij wilde leren. Zijn boekenkast staat vol literatuur en poëzie uit de Lage Landen, maar weinig non-fictie.

Vals en schuldbewust

Het boek van Karskens omschrijft hij als een spannend verhaal dat kan doorgaan voor een roman. ‘Het is een goed geschreven verslag, een soort misdaadjournalistiek zoals de programma’s van Peter R. de Vries.’ Het boek opent met de toevallige ontmoeting van oorlogscorrespondent Arnold Karskens met Van Anraat in een hotellobby in Bagdad in 1991. Karskens’ nieuwsgierigheid werd gewekt door de verboden radio met korte zendgolf die Van Arnaat bij zich had, toentertijd enkel in het bezit van de naasten van Saddam Hussein. Op Karskens’ vraag waar Van Anraat vandaan kwam, stelde deze zich voor als de Duitser ‘Franz’. De ontmoeting vormt het begin van een onderzoek naar de handel en wandel van Van Anraat dat veertien jaar zal duren, tot zijn arrestatie in Amsterdam in 2004. In zijn poging om de persoon Van Anraat te doorgronden sprak Karskens zowel zijn contacten in Irak als familieleden en kennissen in Nederland. Geen cent spijt beslaat zijn hele leven: van zijn jeugd in Den Helder tot zijn jarenlange handel in chemicaliën en diensten voor het regime van Hussein. De titel van het boek is ontleend aan het laatste gesprek dat Karskens voerde met Van Anraat, in Den Haag in 2003, en is het antwoord op zijn vraag of hij berouw had van zijn daden.

‘Het personage van Frans is vals en tegelijk zo schuldbewust’, denkt Selman. ‘Hij loog tegen iedereen, zelfs tegen zijn naasten. Toen hij in 1988 op televisie de beelden zag van gedode Koerdische kinderen tijdens de gifgasaanvallen zei hij tegen zijn vrouw dat zijn maag hiervan omdraaide. Maar vier weken later wilde hij alweer een zending doen van chemische stoffen naar Irak. Hij was vooral geïnteresseerd in zijn geld en of de gifstoffen wel goed aankwamen.’ Toch heeft Karskens zijn personage niet simpelweg als een vals persoon willen afschilderen, denkt Selman, maar legt hij na diepgravend onderzoek de feiten op tafel. Selman: ‘Hij schrijft heel direct over zijn belevenissen als journalist. Het komt recht uit zijn hart. Je voelt hoe betrokken de auteur is, zijn gevoel dat Frans schuldig is laat hem niet los. Hij heeft zijn personage heel serieus genomen en zich verdiept in zijn geschiedenis en kinderjaren. Karskens heeft Van Anraat tot een soort romanfiguur gemaakt.’

Hoewel hij het boek omschrijft als een spannend verhaal, roept de inhoud bijna drie decennia na de massamoord op de Koerden door Hussein opnieuw veel woede bij hem op. Selman: ‘Het boek vormde enkel een bevestiging van wat ik toen, in 1988, al zag: dat men niet opkomt voor mensen die onrecht wordt aangedaan. Saddam was indertijd de vriend van de hele wereld, inclusief Nederland. Hans van den Broek, de toenmalige CDA-minister van Buitenlandse Zaken, zei: “We weten dat er chemische wapens gebruikt zijn, maar niet door wie.” De hele wereld heeft geprobeerd de aandacht af te leiden van het gebruik van chemische wapens, terwijl er duizenden slachtoffers waren gevallen. Van Anraat heeft grondstoffen geleverd, maar het zwijgen van de wereld is ook een misdaad.’

Oogkleppen

Selman kan niet anders dan constateren dat er weinig is veranderd: ‘Op dit moment is IS heel sterk. Iedereen zegt tegen IS te zijn. Maar hoe overleeft IS? Hoe komen zij aan geld? Illegale olieverkoop! En wie koopt die illegale olie? Dat zijn wij toch, het Europa? En Turkije zegt tegen IS te zijn, maar bombardeert vervolgens de Koerden en helpt IS aan bases in Turkije. We hebben oogkleppen op, net als toen met Saddam Hussein. We huilen krokodillentranen. Niet Obama, maar de wapen- en oliehandelaren zijn de machtigste mensen. Dit boek gaat over een klein figuur in dat wereldje. Van Anraat is een symbool voor de keiharde zakenwereld.’

Hoewel de meeste piloten van de gifgasaanvallen nog steeds op vrije voet zijn, net als vele andere misdadigers van Husseins regime, zit Van Anraat door toedoen van Karskens inmiddels achter slot en grendel. Selman vergelijkt het speurwerk van Karskens met de Oostenrijkse nazi-jager Simon Wiesenthal, de man die nadat hij Auschwitz overleefde tot aan zijn dood in 2003 oorlogsmisdadigers opspoorde en voor het gerecht bracht. Selman koestert grote bewondering voor hem. In 2009 schreef Selman hierover een artikel in Trouw, ‘Wachten op Simon Wiesenthal,’ waarin hij zijn hoop uitte dat een ‘Koerdische Simon Wiesenthal’ zou opstaan en de oorlogsmisdadigers van het regime van Hussein voor het gerecht zou brengen. Maar net als toen, in 2009, is hij weinig hoopvol dat dit zal gebeuren. Hij besluit: ‘De Koerden moeten Karskens heel erg dankbaar zijn dat hij dit boek heeft geschreven, maar eigenlijk had een Koerd dit moeten doen.’

Lucia Admiraal is redacteur van ZemZem.