10
min leestijd
A- A+

De ideologische onderbouwing van de Islamitische Staat

De ideologische onderbouwing van de Islamitische Staat

In de afgelopen decennia heeft de wereld behoorlijk wat gewelddadigheden gezien van radicaal-islamitische organisaties, variërend van de moordaanslag op de Egyptische president Anwar al-Sadat in 1981 tot 9 / 11 in 2001. Toch wekken de daden van de Islamitische Staat (IS) internationaal meer afschuw dan die van eerdere andere radicale groepen, zowel onder moslims als onder niet-moslims. Dit, tezamen met het feit dat zelfs veel aan al-Qaida gelieerde ideologen afstand nemen van IS, roept de vraag op: waarop baseert de Islamitische Staat zijn organisatie en beleid?

'' ''

De assertiviteit waarmee IS zich presenteert als een groeiende streng-islamitische staat; het uitroepen van een kalifaat eind juni 2014; de verdrijving van christenen en yezidi’s in Irak; en de onthoofdingen van westerse gijzelaars: het zijn zaken die wereldwijd verbazing en afschuw hebben gewekt bij politici en burgers, bij moslims en niet-moslims. Hoe verantwoordt IS dit soort daden? In dit artikel ga ik allereerst kort in op de geschiedenis van IS en daarna beschrijf ik voor wat betreft zijn organisatie hoe deze groep zijn claims als staat en kalifaat onderbouwt. Met betrekking tot het beleid van IS analyseer ik hoe het het gebruik van seksslaven en de toepassing van onthoofdingen op westerse gijzelaars verklaart.

Voor iedereen die het nieuws over IS heeft gevolgd, is duidelijk dat de geschiedenis van deze groep een alfabetsoep aan afkortingen is: AQI, ISI, ISIS, ISIL en IS. Het begon allemaal in 1999, toen de Jordaanse radicale islamist Abu Musab al-Zarqawi (1966-2006) vrij kwam uit de gevangenis. Hij vertrok naar Irak en stichtte daar de militante organisatie Jamaat al-Tawhid wa-l-Jihad (de Groep van de Eenheid van God en Jihad). Hoewel al-Zarqawi aanvankelijk weinig bekendheid genoot, veranderde dit na de Amerikaanse inval in Irak in 2003. Vanaf dat jaar eisten al-Zarqawi en zijn organisatie namelijk een belangrijke rol op in het gewapende verzet tegen de Amerikanen en waren zij bovendien deels verantwoordelijk voor de vele aanslagen op sjiitische moslims in diverse delen van Irak.[1] In 2004 hernoemde al-Zarqawi zijn organisatie tot ‘al-Qaida in Mesopotamië’, beter bekend als ‘al-Qaida in Irak’ (AQI), een naam die het zou houden tot 2006, het jaar dat al-Zarqawi werd gedood door het Amerikaanse leger. In datzelfde jaar werd de organisatie door zijn nieuwe leider, Abu Hamza al-Muhajir, deel van een nieuwe groep gemaakt: de Islamitische Staat in Irak (ISI). Vanaf 2006 had Irak dus te maken met een alternatieve staat binnen de eigen landsgrenzen. ISI had voornamelijk invloed in gebieden en steden die vooral werden bevolkt door soennieten, die na de val van Saddam Hussein in 2003 vanwege hun relatief kleine aantal en hun verhoudingsgewijs nauwe relaties met de voormalige dictator vaak politiek buitengesloten werden. De frustratie die hierover ontstond was een vruchtbare voedingsbodem voor ISI, maar door het tegemoetkomen aan soennitische eisen enerzijds en het bestrijden van de organisatie door Amerika en Irak anderzijds werd deze na 2007 toch teruggedrongen. Pas in 2011, toen de organisatie inmiddels onder leiding stond van Abu Bakr al-Baghdadi en in Syrië de opstand tegen het Assad-regime uitbrak, kreeg ISI in het buurland een nieuwe uitvalsbasis, wat tot de naam ISIS heeft geleid: de Islamitische Staat in Irak en Sham (de Levant (Groot Syrië), vandaar dat ook de afkorting ISIL in gebruik was). Ten slotte werd eind juni 2014 het kalifaat uitgeroepen door leider Abu Bakr al-Baghdadi en verwijderde ISIS de geografische beperkingen uit zijn naam door zich gewoon ‘Islamitische Staat’ te noemen.[2]

Het terugkerend gebruik van het woord ‘staat’ in de namen van IS doet vermoeden dat dit een belangrijk aspect van de ideologie van deze organisatie vormt. Dat is ook zo. IS kan de claim een staat te zijn ook ten minste gedeeltelijk waarmaken: het heeft een eigen territorium (hoewel dat niet vast ligt), heft belastingen, heeft eigen rechtbanken en handhaaft ook de wet in de gebieden die onder zijn controle staan. Hoewel internationale erkenning van IS — een belangrijk kenmerk van legitimiteit voor een staat — is uitgebleven, is voor inwoners van gebieden die IS beheerst, zoals de Syrische plaatsen Dayr al-Zur en al-Raqqa, de Islamitische Staat in de praktijk feitelijk hun staat. Ideologen die achter IS staan benadrukken dit ook in hun geschriften door erop te wijzen dat IS niet gewoon een ‘organisatie’ of ‘groep’ is, maar een staat.[3] Dit onderscheid baseren zij voornamelijk op het feit dat IS, anders dan andere radicaal-islamitische groepen, zich richt op vestiging (tamkin) van zijn macht in de gebieden waarover het heerst. Dat dit gebied niet zo groot is en geen complete landen omvat doet er niet toe volgens pro-IS-ideologen als de Bahreinse Abu Humam al-Athari en de Mauritaanse Abu l-Mundhir al-Shinqiti. Het feit dat IS zich ten minste ergens gevestigd heeft en de intentie heeft om die vestiging uit te breiden is voldoende legitimering om van een staat te kunnen spreken. Bovendien, zo stellen zij, omvatte de staat van de Profeet Mohammed ook niet het volledige Arabisch Schiereiland.[4] Dit ‘staat-zijn’ verklaart ook hoe IS sommige van zijn controversiële maatregelen legitimeert: omdat het geen ‘normale’ radicaal-islamitische organisatie of beweging is maar een staat meent te zijn, heeft het in de ogen van zijn aanhangers ook daadwerkelijk het recht de wet voor te schrijven, te handhaven en af te dwingen. Dit is volgens IS tevens het geval waar het het afhakken van handen bij dieven of het opleggen van speciale belasting voor christenen (jizya) betreft.5 Waar andere organisaties dat niet mogen, zijn zulke maatregelen voor IS in de ogen van zijn ideologen een plicht, juist omdat IS een islamitische staat zou zijn. Dit idee blijkt ook uit de houding van IS ten aanzien van de pogingen tot bemiddeling tussen henzelf en andere Syrische islamistische milities, met wie IS al geruime tijd in een strijd verwikkeld is. Waar deze milities om onafhankelijke arbitrage tussen de conflicterende partijen vroegen, wees IS dit af omdat het geloofde dat het zich — als ‘staat’ — niet hoefde te onderwerpen aan de autoriteit van een individu of groep.[6]

Kalifaat

Hoe belangrijk het ‘staat-zijn’ voor IS ook is, daar zou het niet bij blijven. Op 29 juni 2014 werd de leider van IS, Abu Bakr al-Baghdadi, tot kalief uitgeroepen en de naam van zijn organisatie veranderd van ISIS naar IS, waarmee het zijn ambities buiten de grenzen van Irak en Syrië onderstreepte. Met het uitroepen van het kalifaat deed IS niet alleen de gedachten teruggaan naar 1924, toen de eerste Turkse president Mustafa Kemal Atatürk het kalifaat officieel afschafte, maar ging het ook duidelijk een stap verder dan andere islamistische groepen. Waar een islamitische staat of emiraat wel vaker uit was geroepen in de afgelopen jaren — bijvoorbeeld in de Noordelijke Kaukasus of in Afghanistan onder de Taliban — vormde het kalifaat de oorspronkelijke staatsvorm die direct na de dood van de Profeet Mohammed gestalte kreeg. Dit kalifaat was in de ogen van velen — althans in theorie — een unieke staatsvorm waardoor alle moslims met elkaar verbonden zouden zijn. De woordvoerder van IS, Abu Muhammad al-Adnani, riep moslims dan ook op om zich bij al-Baghdadi (‘kalief Ibrahim’) te voegen.[7] Andere ideologen zetten zich in om te ontkennen dat de Taliban en hun staat in Afghanistan al een kalifaat vormden en dat diens leider, Mullah Muhammad Umar, een eerdere en alternatieve kalief was.[8] De vermeend unieke positie van het kalifaat van IS moest echter wel gelegitimeerd worden. Anticiperend of reagerend op kritiek van de tegenstanders van IS uit de hoek van al-Qaida, dat met lede ogen aan moet zien hoe de eigen organisatie wordt overschaduwd door al-Baghdadi’s groep, stellen pro-IS-ideologen dat dit kalifaat legitiem is en het resultaat vormt van een lang gekoesterde wens onder radicale islamisten. De eerder genoemde geleerde al-Shinqiti windt zich daarom nogal op. Hij vraagt zich boos af waarom deze islamitische staat, waarnaar zoveel radicale moslims al jarenlang zeggen te streven, door sommige van hen geweigerd wordt nu het eindelijk een realiteit is geworden.[9] Dezelfde ideoloog stelt elders dat het juist een plicht is om een kalifaat op te richten en een eed van trouw (baya) af te leggen aan de leider hiervan.[10] Veel van de daarop volgende discussie concentreert zich op de legitimiteit van de zogenaamde kalief, Abu Bakr al-Baghdadi. In de ogen van zijn aanhangers voldoet hij aan alle mogelijke eisen die door geleerden worden gesteld aan het islamitische leiderschap: hij is een man, vrij, volwassen, goed bij zijn verstand, moslim, rechtvaardig, moedig, afkomstig van de Quraysh-stam waartoe ook de Profeet Mohammed behoorde, een geleerde en bovendien geschikt om de wereldwijde moslimgemeenschap te leiden en diens belangen te behartigen.[11] De eed van trouw aan al-Baghdadi is daarmee verplicht, aldus de geleerden die achter hem staan, en alle bezwaren die daartegen kunnen bestaan — zoals dat veel mensen al-Baghdadi niet kennen of dat hij niet door een brede raad van geleerden is aangesteld — worden weerlegd als zijnde niet essentieel voor de benoeming van een kalief.[12]

Seksslaven

Hoewel de kwesties rond het ‘staat-zijn’ en het kalifaat van IS onder radicale islamisten veel stof hebben doen opwaaien, zullen ze veel buitenstaanders weinig interesseren. De afschuw over IS onder hen wordt veeleer veroorzaakt door zijn beleid, waaronder de behandeling van de yezidi’s in Irak, een kleine minderheid van enkele honderdduizenden mensen die door IS als een dwalende en ongelovige sekte wordt beschouwd. Niet alleen heeft IS in 2014 tienduizenden yezidi’s uit hun huizen verdreven en duizenden van hen vermoord, maar het is inmiddels ook duidelijk dat veel vrouwen onder hen worden gebruikt als seksslaven door IS-strijders zelf of door hen worden verkocht aan anderen.[13] In het vierde nummer van IS’ Engelstalige tijdschrift Dabiq legt de organisatie uit dat de aanwezigheid van de ‘polytheïstische’ yezidi’s ontoelaatbaar is in de Islamitische Staat en dat dit hun handelen ten aanzien van deze groep verklaart. Waar het de seksslavernij betreft, volgt IS naar eigen zeggen slechts de regels van de sharia (het islamitisch recht) door een vijfde (khums) van de gevangengenomen vrouwen en kinderen aan de autoriteit van de Islamitische Staat over te dragen en de rest te verdelen onder de strijders. Deze handeling is bijna de eerste keer, zo stelt Dabiq niet zonder trots, dat slavernij weer toegepast wordt door moslims sinds de afschaffing hiervan in moslimlanden, wat sowieso niet had mogen gebeuren. Het zijn de moderne weerzin onder moslims tegen slavernij en hun onwil om deze praktijk serieus te nemen geweest die tot de afschaffing ervan hebben geleid, aldus Dabiq. Door regels over vrouwen als oorlogsbuit en vroeg-islamitische voorbeelden hiervan te gebruiken, stelt IS dat het in feite een lang genegeerde maar alleszins islamitische regel opnieuw heeft ingevoerd die zelfs kan bijdragen aan het tegengaan van zaken als overspel.[14]

Onthoofdingen

Het enige aspect aan IS’ beleid dat de gemoederen van de wereld wellicht nog hoger heeft doen oplopen dan de seksslavernij van yezidivrouwen is het onthoofden van Amerikaanse journalisten en Britse liefdadigheidswerkers. Niet alleen is deze praktijk zeer expliciet in beeld gebracht door de onthoofde lichamen van de slachtoffers te tonen, maar de beelden zijn ook zo veel te zien geweest dat het enige tijd moeilijk was om ze niet tegen te komen. Toch is deze praktijk niet nieuw. Zo werd de Amerikaanse journalist Daniel Pearl ook onthoofd door radicale islamisten in Pakistan in 2002, net als de Amerikaanse reparateur Nicholas Berg in Irak in 2004 — naar verluidt door Abu Musab al-Zarqawi, de hierboven genoemde leider van een voorloper van IS. De beelden van Bergs onthoofding zijn ook de hele wereld over gegaan. Voor zowel het onthoofden zelf als het tonen ervan via filmpjes staat IS dus in een langere traditie. Tien jaar geleden was er al veel kritiek op deze praktijk en dat is ook nu het geval. Desondanks meent IS hierin volledig in zijn recht te staan. Allereerst geeft IS Amerika de schuld van de onthoofding van de journalist James Foley in augustus 2014. De VS zou niet bereid zijn geweest op de voorwaarden voor zijn vrijlating in te gaan. Bovendien hield het niet op met de luchtaanvallen die het kort daarvoor was begonnen toen IS dat in ruil voor zijn leven had geëist.[15] Verder wijst Husayn ibn Mahmud, een pro-IS-ideoloog, erop dat de VS onder andere ‘anderhalf miljoen Irakezen [en nog] meer kinderen heeft gedood, Irak volledig heeft verwoest en de eer van soennitische Irakese vrouwen heeft geschonden’, waar een onthoofding zijns inziens bij in het niet valt. Ook islamitisch gezien is de onthoofding van journalisten geen probleem volgens IS. Ibn Mahmud stelt dat de geleerden het erover eens zijn dat je een oorlogvoerende ongelovige (kafir harbi), waar hij kennelijk ook journalisten toe rekent, mag doden.[16] Ibn Mahmud beroept zich ook op een consensus onder geleerden voor wat betreft de daad van het onthoofden zelf. Hij wijst op twee passages uit de koran (8:12 en 47:4)[17] waarin gelovigen worden opgeroepen om hun tegenstanders de hoofden af te hakken. Hij stelt verder dat de Profeet Mohammed deze praktijk ook niet afwees en het slechts in specifieke gevallen verbood.[18] Hoewel deze voorbeelden uitsluitend over situaties van strijd lijken te gaan — en dus niet over gevangengenomen niet-strijders als journalisten en liefdadigheidswerkers — zien IS-aanhangers ze toch als toepasbaar op James Foley en zijn lotgenoten. Sterker nog, Ibn Mahmud stelt dat deze onthoofdingen geen afschuw opwekken bij veel moslims omdat ze illegitiem zouden zijn, maar omdat deze moslims zijn beïnvloed door het Westen en ‘er een [moslim]generatie is opgegroeid die het strijden en het afhakken van hoofden niet [meer] kent’. Volgens Ibn Mahmud zijn het niet deze onthoofdingen die de islam bezoedelen, zoals veel moslims menen, maar juist de pogingen dit soort praktijken te verwijderen uit de islam. Als je de islam hiervan ontdoet, zo stelt Ibn Mahmud, ‘dan is dit niet meer de godsdienst van Mohammed […] maar dan is dit de verdraaide godsdienst van de christenen, die dat niet doen, en de godsdienst van Boeddha […]. De islam is de godsdienst van kracht, strijd, jihad, het afhakken van hoofden en bloedvergieten.’[19]

Continuïteit en vernieuwing

Het moge duidelijk zijn dat uitspraken zoals die van Ibn Mahmud weinig weerklank vinden onder moslims. Toch vertegenwoordigt IS zowel voor wat betreft zijn organisatie als zijn beleid enerzijds continuïteit en anderzijds vernieuwing. Organisatorisch gezien begon deze continuïteit in 1999 met de door al-Zarqawi geleide Jamaat al-Tawhid wa-l-Jihad in Irak, maar IS vernieuwde dit door zijn staatsclaim veel verder door te voeren en zelfs een kalifaat uit te roepen. Qua beleid grijpt IS terug op de koran, de soenna, de sharia en de eerdere ervaringen van al-Zarqawi, maar op een manier die zelfs veel radicale geleerden te ver gaat. Hoewel IS voor velen misschien slechts het zoveelste voorbeeld is van een terroristische organisatie, is het dus duidelijk dat we hier te maken hebben met een groep die weliswaar lange wortels in de regio en de radicaal-islamistische traditie heeft, maar daar ook duidelijk van afwijkt. IS bewijst daarmee dat zelfs radicale islamisten niet allemaal een pot nat zijn. Joas Wagemakers is universitair docent en post-doc Islamstudies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en redacteur van ZemZem.

Noten
  1. Voor meer over al-Zarqawi en zijn acties in Irak, zie bijvoorbeeld Loretta Napoleoni, Insurgent Iraq: Al Zarqawi and the New Generation, New York 2005.
  2. Meer informatie over de vroege geschiedenis van IS is te vinden in Aymenn Jawad al-Tamimi, ‘The Islamic State of Iraq and al-Sham’, Middle East Review of International Affairs 17, nr. 3, herfst 2013, pag. 19-44.
  3. Zie bijvoorbeeld Ani al-Ilm, Radd al-Shubhat an al-Dawla al-Islamiyya — Shariyyat al-Dawla wa-Sihhatuha, http: // wp.me / p2hUtu-9C (geraadpleegd op 21 oktober 2014), 1 juli 2013.
  4. Abu Humam Bakr b. Abd al-Aziz al-Athari, Madd al-Ayadi li-Bayat al-Baghdadi, www.tawhed.ws / r?i=05081301 (geraadpleegd op 20 augustus 2013), 2013, pag. 15-16; Abu Sufyan Turki b. Mubarak al-Binali, Al-Qiyafa fi adam Ishtirat al-Tamkin al-Kamil li-l-Khilafa, www.gulfup.com / ?Vh0uaJ (geraadpleegd op 28 juli 2014), 30 april 2014, pag. 6-17; Abu l-Mundhir al-Shinqiti, Raf al-Malam an Junud Dawlat al-Islam, www.gulfup.com / ?YiLPpd (geraadpleegd op 28 juli 2014), 2014, pag. 7-8. Abu Humam al-Athari is een pseudoniem voor Abu Sufyan al-Binali. Al-Shinqiti was aanvankelijk voor ISIS maar zou zich na de oprichting van het kalifaat in juni 2014 tegen IS richten omdat hij het niet eens was met het beleid van de groep.
  5. Awwal Aqd Dhimma fi l-Sham bayna l-Dawla al-Islamiyya wa-Nasara Wilayat al-Raqqa, http: // justpaste.it / ejur (geraadpleegd op 18 september 2014), z.j. Ik wil graag Jan Jaap de Ruiter bedanken voor het verschaffen van dit document.
  6. Abu Humam Bakr b. Abd al-Aziz al-Athari, Khatt al-Midad fi l-Radd ‘ala l-Duktur Iyad, http: // thabat111.wordpress.com / 2013 / 12 / 24 / 934 (geraadpleegd op 28 januari 2014), 24 december 2014, pag. 6-10; Abu Umar al-Hanbali, Al-Radd ala Bayan #al-Maqdisi al-Akhir li-l-Shaykh Abi Umar al-Hanbali, http: // justpaste.it / g75i (geraadpleegd op 30 juli 2014), z.j.
  7. Abu Muhammad al-Adnani, Hadha Wad Allah, www.gulfup.com / ?3D7MKR (geraadpleegd op 28 juli 2014), z.j.
  8. Abu Abd al-Rahman Ubayd al-Athbaji, Waqfat Muhadhdhir min Kalam Abi l-Mundhir, www.gulfup.com / ?ttP7JP (geraadpleegd op 28 juli 2014), z.j.; Abu Umar al-Kuwayti, Tanbih al-Mujahid al-Mustanfir min Takhlit al-Shinqiti Abi l-Mundhir, http: // justpaste.it / gahe (geraadpleegd op 28 juli 2014); Abu Maysara al-Shami, Khilafa ala Minhaj al-Nubuwwa am ‘Khilafa’ Qutriyya…, http: // platformmedia.com / vb / showthread.php?p=297363 (geraadpleegd op 28 juli 2014), z.j.; id., Radd ala l-Fattan al-Maftun wara al-Kuwalis, http: // wp.me / p2hUtu-m3 (geraadpleegd op 28 juli 2014), z.j.
  9. Abu l-Mundhir al-Shinqiti, Fatawa bila Tayyar…!, www.hanein.info / vb / showthread.php?t=345664 (geraadpleegd op 12 februari 2014), 8 januari 2014, pag. 1-2.
  10. Id., Fusul fi l-Imama wa-l-Baya, www.tawhed.ws / dl?i=28121305 (geraadpleegd op 2 januari 2014), 10 december 2013.
  11. Al-Athari, Madd, pag. 11.
  12. Ibid., pag. 11-17; Abu Muhammad al-Azdi, Ahwal al-Muaridin li-Dawla al-Muslimin, www.facebook.com / 1algharibi / post / 624591034258357 (geraadpleegd op 26 maart 2014), z.j.; Abu l-Hasan al-Azdi, Mujibat al-Indimam li-l-Dawla al-Islamiyya fi l-Iraq wa-l-Sham, www.muslm.org / vb / showthread.php?519239 (geraadpleegd op 26 maart 2014), 2013; al-Shinqiti, Raf, pag. 6-7, 23-24.
  13. Richard Spencer, ‘Isil carried out massacres and mass sexual enslavement of Yazidis, UN confirms’, www.telegraph.co.uk / news / worldnews / islamic-state / 11160906 / Isil-carried-out-massacres-and-mass-sexual-enslavement-of-Yazidis-UN-confirms.html (geraadpleegd op 21 oktober 2014), 14 oktober 2014.
  14. Dabiq nr. 4, Dhu l-Hijja 1435 [augustus / september 2014], pag. 14-17.
  15. Dabiq nr. 3, Shawwal 1435 [juli / augustus 2014], pag. 3-4.
  16. Husayn b. Mahmud, Husayn b. Mahmud… Yaktabu an Masalat Qat al-Ruus, http: // islamion.com / news / 16487 / (geraadpleegd op 22 oktober 2014), 20 augustus 2013.
  17. Hierin staat respectievelijk te lezen ‘[…] Houwt dan in op de nekken (fa-dribu fawqa l-anaq) […]’ en ‘En wanneer jullie hen die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, slaat hen dan dood (fa-darba l-riqab) […]’. De gebruikte vertaling is die van Fred Leemhuis.
  18. Ibn Mahmud, Husayn.
  19. Ibid.