7
min leestijd
A- A+

Het favoriete boek van Djûke Poppinga

Het favoriete boek van Djûke Poppinga

In eerste instantie had Djûke Poppinga een ander boek gekozen voor deze rubriek, Tawq al-Hamam (De ketting van de duif), door Raja Alem. Toch koos ze uiteindelijk voor Khaled Khalifa’s La Sakakin fi Matabikh hadhihi al-Madina (Geen messen in de keukens van deze stad). Dit boek was genomineerd voor de International Prize for Arabic Fiction (IPAF) 2014, waarover in ZemZem 1 / 2014 het stuk ‘Nadwa!’ verscheen.

'' ''

In dit artikel werd uitgebreid verslag gedaan van de nadwa, de discussiebijeenkomst, waar de genomineerde romans werden besproken. Dat artikel was voor Poppinga de aanleiding om haar keuze te veranderen, want, mailde ze, ‘ik ben het namelijk helemaal niet eens met de interpretatie die ik in ZemZem las.’ Wanneer Djûke Poppinga een dergelijke uitspraak doet, kun je die beter serieus nemen. Als een van de meest vooraanstaande vertalers van Arabische literatuur naar het Nederlands, is ze een autoriteit op het gebied van de Arabische roman. Ze vertaalde werken van auteurs als Naguib Mahfouz, Hanaan al-Shaykh, en Nawal al-Saadawi, om slechts enkele voorbeelden te noemen. Arabische romans naar het Nederlands vertalen is vaak niet eenvoudig. Het begint al bij de vraag welke boeken daarvoor in aanmerking komen. Poppinga: ‘Boeken die geschikt zijn om te vertalen vallen eigenlijk in twee categorieën. De eerste categorie is die van makkelijk leesbare boeken die zijn geschreven op een manier die herkenbaar en vertrouwd is voor een westers publiek. Maar dat zijn eigenlijk niet echt Arabische boeken. De tweede categorie bestaat uit romans die meer volgens de Arabische traditie geschreven zijn. De op westerse leest geschoeide romans hebben een sterke plot, en bij meer traditionele Arabische boeken zie je dat aanzienlijk minder. Een goed voorbeeld is het werk van Naguib Mahfouz. Hij is een fantastische schrijver, dus je hebt er helemaal geen last van, maar de plot is vaak minder uitgesproken dan westerse lezers gewend zijn. Als vertaler probeer ik een middenweg te vinden: aan de ene kant wil ik niet alleen maar de westers-geïnspireerde romans van bijvoorbeeld Alaa Al Aswani vertalen, maar aan de andere kant ook weer geen volstrekt onbegrijpelijke boeken, want ik wil wel dat mensen ze gaan lezen.’ Maar als de plot vaak zo mager is, wat bieden de Arabische romans dan wel? ‘Dat kun je goed zien in Zuqaq al-Midaq (De Midaksteeg) van Naguib Mahfouz. In dat boek worden een heleboel personages uit een bepaalde buurt beschreven. Er zitten wel een soort onderplots in — het loopt verkeerd af met het ene personage, en weer goed met een ander — maar als geheel werkt het boek niet in de laatste tien bladzijden naar een apotheose toe.’ Een ander voorbeeld dat ze noemt is een novelle van Yusuf Idris, Gumhuriyyat Farahat (De republiek van Farahat), die Poppinga eveneens vertaalde. ‘Mijn zus leest altijd mee. Ze beheerst geen Arabisch, maar ze leest mijn vertalingen voor mij. Ze zei: “Ik vind het heel mooi, maar waar is de rest?” Maar het verhaal was dus al afgelopen, er zit helemaal geen einde aan.’ Poppinga meent dat het hierdoor soms lastig is voor Nederlandse lezers om Arabische literatuur te waarderen. Simpelweg omdat die een andere verwachtingshorizon hebben, zoals dat in de literatuurwetenschap heet. De verwachte apotheose blijft vaak uit. Een duidelijke verklaring voor het verschil tussen de westerse en Arabische romantraditie heeft ze niet. Die ligt niet in de klassieke Arabische literatuur. ‘Maar’, zegt ze, ‘misschien heeft het te maken met de sterke poëtische traditie, dat die zich anders weerspiegelt in de romanliteratuur.’

Taboe

Ook de roman van Khalid Khalifa heeft geen sterk plot. In een breed uitgesponnen verhaal beschrijft hij de geschiedenis van een Syrische familie, van eind jaren zestig — ten tijde van de opkomst van de Baath-partij — tot het overlijden van Hafez al-Asad, de vader van de huidige president Bashar, in 2000. De geschiedenis van deze familie weerspiegelt de Syrische maatschappij. ‘Er komt een aantal hete hangijzers en taboes terug in de personages, zoals ook op de nadwa ter sprake is gekomen. Het is echter ook een complex boek, dat moeilijk te duiden is. Ik denk dan ook dat niet alle aspecten van dit boek tijdens de nadwa voldoende naar voren zijn gekomen, waardoor er een verkeerd beeld is ontstaan.’ Hoewel Khalifa’s roman tijdens de nadwa werd geprezen om zijn literaire kwaliteiten, was er ook kritiek. De auteur zou een aantal taboes versterken in plaats van deze te doorbreken. Een deel van het panel meende dat Khalifa met zijn roman verkondigt dat door homoseksualiteit en de rol van vrouwen de maatschappij verloedert. Poppinga is het volkomen oneens met deze interpretatie: ‘Ik denk dat zij een dimensie hebben gemist. Inderdaad, de homoseksuele Nizar glijdt steeds verder af, evenals de moeder die — verlaten door haar man — volkomen verslonst, ook met de dochter gaat het mis. Eerst is ze een gewoon, intelligent meisje, vervolgens wordt ze paratroeper, om uiteindelijk tot inkeer te komen en heel vroom te worden. Als paratroeper heeft ze een liederlijk leven geleid, en dat wil ze ongedaan maken, onder andere door haar maagdenvlies te laten herstellen. Eigenlijk gaat iedereen de mist in. Maar als je daar de interpretatie aan hangt dat Khalifa meent dat homoseksualiteit en vrouwenemancipatie de maatschappij doen verloederen, wat heb je dan voor boek? Dan staat er eigenlijk helemaal niets in.’ Ze pleit dan ook voor een andere interpretatie. ‘Khalifa vertelt het verhaal van de Syrische maatschappij. Het is een onderdrukte samenleving, en die onderdrukking komt minstens van drie kanten. Allereerst is er natuurlijk de Baath-partij. Er wordt in het boek voortdurend melding gemaakt van angst voor de veiligheidsdiensten, van mensen die worden opgepakt. Met name Sausan, de dochter die bij de paratroepers zit, heeft hier last van. De tweede bron van terreur en onderdrukking is de Moslimbroederschap. Dat zie je ook weer bij Sausan, maar bijvoorbeeld ook bij haar jongste broertje, die zich aansluit bij de Moslimbroeders en besluit in Irak te gaan strijden. Ten derde is er de terreur van de tradities, de sociale druk. Alles wat afwijkend is, accepteert de maatschappij niet. Dit is bijvoorbeeld bij Nizar het geval, die van jongs af aan van vrouwenkleren houdt. Dat wordt niet geaccepteerd, het wordt genegeerd. Ook het oudste zusje lijdt onder de sociale druk . Zij is zwakzinnig ter wereld gekomen en wordt door de moeder gezien als iemand die niet in het plaatje past. Ze hoort eigenlijk niet bij het gezin en haar moeder is gewoon blij als ze dood gaat, omdat ze haar beschouwt als een ‘schande’. De onderdrukking leidt bij alle personages tot een gevoel van schaamte. Iedereen schaamt zich voor zichzelf of zijn omgeving. Schaamte is een centraal thema in het boek. Mijn conclusie is dus dat Khalifa laat zien dat de maatschappij zodanig onderdrukt wordt dat de enige oplossing voor mensen is dat ze extreem worden. Extremisme als vlucht. Het boek is niet antihomo of antivrouw, maar tegen onderdrukking. Ik deel wel de kritiek dat het niet allemaal zo expliciet opgeschreven had hoeven worden, en ik vind het ook jammer dat er weinig humor in zit, er zit weinig lucht in.’

Aanklacht

Op mijn vraag of het een aangenaam boek is om te vertalen, blijft het even stil. ‘Ja en nee,’ zegt Poppinga uiteindelijk. ‘Af en toe deprimeert de inhoud me. Daarnaast is de stijl van het boek totaal anarchistisch. Grammaticaal zit het heel raar in elkaar, af en toe denk je, dit is helemaal geen Arabisch. Het ligt dan voor de hand om te denken dat deze schrijver het niet zo nauw neemt met de taal. Maar hij heeft eerder boeken geschreven waarin werkelijk niets op het taalgebruik valt aan te merken. Ik denk dat hij ook in zijn taalgebruik juist een tegenkracht heeft willen geven. Het is een aanklacht tegen terreur en absolutisme, en zijn antwoord daarop is een volkomen anarchistisch taalgebruik. Dat is ontzettend moeilijk om te vertalen.’ Het valt dus niet mee om het voor de Nederlandse lezer begrijpelijk te houden. Bovendien is er nog geen andere vertaling uit, geen Engelse of Franse om vertaalstrategieën op te doen. ‘Ik sta er dus eigenlijk helemaal alleen voor.’ Poppinga hecht meer belang aan de literaire waarde van een roman, dan aan de politieke of sociale boodschap. ‘Ik ben niet dol op boeken met alleen een maatschappelijke boodschap. Ik zou graag willen dat Nederlandse lezers Arabische literatuur lezen omdat het mooi is, en niet omdat je alles wil weten over de vrouwen in Syrië. Of zoals je vaak op de achterflap van boeken leest: de onderdrukte vrouw, die zich bevrijdt uit een benarde positie. Ik heb daar wel eens een stukje over geschreven, kunnen we nou niet een keer over iets anders schrijven? Men denkt nog steeds dat dat is wat lezers gaat trekken, maar dat is natuurlijk niet zo. Je moet gewoon zorgen dat je de goede boeken kiest en vertaalt.’ Khalifa’s ‘Geen messen’ heeft zeker een authentiek Arabisch karakter als je naar de vele personages en het meanderende plot kijkt, maar de roman is wel degelijk politiek. Vindt ze dat geen bezwaar? ‘Khalifa’s roman is zeker politiek, maar niet in de zin dat het alleen een sociaalpolitieke roman is. Het is meer een boze roman, een woedende roman zelfs. Het voelt bijna alsof het in een vlaag van razernij is geschreven, maar dat is helemaal niet zo. Hij is er in 2007 mee begonnen, ruim voor de revolutie, en heeft het in 2013 afgerond. Hij heeft eigenlijk de hele revolutie meegemaakt terwijl hij het boek schreef. En hoewel het boek niet over deze periode gaat, voel je aan alles dat die revolutie wel een enorme invloed op het boek heeft gehad. Dat merk je aan de woede, de frustratie, de uitzichtloosheid die uit het boek spreken.’ Poppinga geeft eerlijk toe dat het boek niet op haar nachtkastje ligt. Het is toch te heftig om te lezen voor het slapengaan. ‘Het is af en toe echt heel gruwelijk. Wat Rehab Chaker, een van de panelleden, tijdens de nadwa zei, dat het af en toe helemaal niet prettig is om te lezen, dat ben ik wel met haar eens. Maar ik denk dat je wel moet weten waarom het zo geschreven is, en daar verschillen wij dan van mening over. Het is niet prettig, en je wordt met je neus op de feiten gedrukt, maar het voegt wel wat toe. En dat is uiteindelijk wat je wil: je wilt dat het iets toevoegt, en niet iets bevestigt.’ Het belang van ‘Geen messen’ voor de Arabische wereld moet volgens Poppinga ook niet onderschat worden. ‘Uiteindelijk gaat het over dictatuur, in verschillende facetten. Dat is ook belangrijker dan het taboedoorbrekende aspect waar al veel over geschreven is. Het gaat niet alleen over de dictatuur van het Baath-regime, maar ook over die van de Moslimbroederschap en de maatschappij. Wat het boek belangrijk maakt, is dat Khalifa aangeeft dat zolang die dictatuur er is, mensen nooit op een normale manier zichzelf kunnen zijn. In ‘Geen messen’ zien we dat bijvoorbeeld op seksueel vlak, maar ook een jong meisje dat bij de paratroepers gaat is extreem, een jongen die bij de jihadisten gaat is extreem. Het belang van dit boek is dat het laat zien dat dit extremisme een consequentie is van een dictatuur die elk individualisme uitschakelt. Dat is de essentie van het boek. De roman is een enorme aanklacht. Je zou het misschien zelfs door kunnen trekken: wat er nu in Syrië gaande is met de jihadistische groeperingen daar. Ook dat is natuurlijk een extreme, extremistische uiting, een reactie op wat er de afgelopen veertig jaar is gebeurd. En daarom wordt het denk ik een zeer belangrijk boek. Maar mensen moeten wel door de gruwelijkheden heen kijken en dat is niet makkelijk.’

Josephine van den Bent is redacteur van ZemZem. Djûke Poppinga’s vertaling van Khaled Khalifa’s roman komt dit jaar uit bij De Geus.