8
min leestijd
A- A+

Op zoek zonder verloren te zijn

Op zoek zonder verloren te zijn

Hoe belangrijk is de Berberidentiteit en, hoe draag je die over? ZemZem zette drie Nederlandse Berbers aan tafel om daar over te praten: schrijver, columnist en bedenker van de Berberbibliotheek Asis Aynan, arabist en berberoloog Mohamed Saadouni, en Abdellah Tallal, voorzitter van Stichting Aknarij. Een gesprek over de Berberrenaissance, de kracht van literatuur en overdracht. Aynan: 'Berber zijn betekent dat ik leef.'

Asis

'Het is geen wedstrijd. Mijn Berberidentiteit krijgt niet de bronzen medaille.' Asis Aynan (1980) schiet in de lach. De vraag was waarom hij zich op de achterflap van zijn debuut uit 2007, de verhalenbundel Veldslag en andere herinneringen, zich een katholieke, islamitische Berber noemde. In die volgorde. Aynan, geboren en getogen in Haarlem: 'Het zaait misschien verwarring. Maar het is heel simpel. Ik heb op een katholieke basisschool gezeten en ik ben gevoelig voor tradities. Dat is de katholiek in mij. Tegelijkertijd heb ik eens in het Frans Hals Museum werken van Raphaël gezien. Beangstigend, de toorn van God.' U kent de toorn van God toch uit de islam? 'In het katholicisme is die toorn echt gewelddadig. Mensen worden gespiest, vrouwen worden letterlijk en figuurlijk verstoten. Dat is in mijn islamitische opvoeding niet aanwezig geweest. Wel het dreigen met de hel, maar beeldloos. Als kind was ik mijn eigen Raphaël.' 'Mijn Berberidentiteit heb ik als laatste ontwikkeld. Bij ons thuis is er nooit over gesproken. Dat geldt trouwens niet alleen voor mij, daarom zitten we nu met de gebakken peren.' Met de gebakken peren? 'Ja. Het leven kenmerkt zich door onzekerheden. Het is daarom belangrijk dat je weet wie je bent, waar je vandaan komt. Warom er bijvoorbeeld bepaalde feestdagen zijn. Veel Berbers in de diaspora kampen met een identiteitsprobleem. Ze hebben geen flauw benul wat het Berbernieuwjaar inhoudt. Sterker nog, als ik er over begin, word ik regelmatig uitgelachen, weggehoond.' Abdellah Tallal: 'Het is aan ons zelf te danken dat de Berbercultuur in de vergetelheid is geraakt. Toen ik aan de universiteit van Marrakech studeerde werd er zodra ik over de Amazighcultuur begon gezegd dat die onbelangrijk was. Centraal stond het omverwerpen van het regime. Pas eind jaren tachtig, toen ik in Nederland kwam, ben ik me gaan verdiepen in de Imazighcultuur.' Ik stelde mezelf onder andere de vraag: waarom heet ik Abdellah? Toen was ik al drieentwintig.' Asis Aynan noemt zich een kaholieke, islamitische Berber. Hoe zou u zich omschrijven Tallal: 'Progressief en atheïst. Mjn familie, vooral mijn vader, heeft een groot stempel gedrukt op mijn identiteit. Religie was thuis een bijzaak, ook al gingen mijn ouders naar de moskee. Ik ben opgegroeid in een rood nest, mijn vader was vakbondsleider.' Aynan veert op: 'Ik zou mezelf niet snel atheïst noemen, om de eenvoudige reden dat ik mezelf dan in een discussie begeef die ik oninteressant vind. Een Ajax-Feijenoorddenken. Maar de islam die ik van huis uit heb meegekregen heeft mij wel met een enorm schuldgevoel opgezadeld. Ik heb mij vaak schuldig gevoeld.' Geef eens een voorbeeld. 'Als kind ging ik op school om met kinderen met een andere of geen religie. Maar ik voelde feilloos aan bij welk kamp ik hoorde. Een kind mag dat niet voelen. Een kind mag niet al in zijn hoofd hebben: jij gaat naar de hel en wij gaan naar de hemel. Het hebben van een vriendinnetje, dat mocht ook niet. 'Of dat ik seks had gehad met mijn vriendin en alleen naar huis fietste omdat ik haar niet mee mocht nemen van mijn ouders, en dacht: ''Jezus man, hoe kan dit? Mijn avond was zo mooi begonnen...''' Saadouni grinnikt en zegt: 'En dat je niet mag masturberen.'

Typisch Berbers

Wat maakt de drie heren nu eigenlijk tot Berbers? Direct zegt Saadouni: de taal. Niet vreemd voor een arabist en berberoloog. Het noemen van een karaktereigenschap vindt hij lastig. Er valt een stilte. Saadouni: 'De drang naar autonomie en zelfstandigheid. Individuele vrijheid, ten koste van alles.' Dat is toch niet typisch Berbers. Saadouni denkt even na en komt dan met een uitspraak van de Algerijnse schrijver Kateb Yacine, wiesn houding hem altijd zeer heeft aangesproken. Saadouni: 'Yacine sprak geen Berbers en was erg tegendraads. Hij zei ooit: ''Als ik een Arabier ben, waarom moet ik dan gearabiseerd worden? En als ik geen Arabier ben, waarom arabiseer je me dan?'' De drie heren barsten in lachen uit. Tallal illustreert de Berberidentiteit graag aan de hand van een verhaal over een bekende stam in Marokko, de Ait Haddidou. Tallal: 'Ait Haddidou was de laatste enclave die de Fransen hebben gepacificeerd. Ze hebben er gigantische klappen gekregen. Het gebied heeft hoge bergpassen. Volgens een vertelling trok een groep Franse militairen eens door een kloof en zaten Berberstrijders aan twee kanten boven in de bergen. Elke Fransman die passeerde schoten ze dood. Opeens zei de leider van de Berbers: ''We moeten hier weg, we moeten ze minimaal de kans geven om zich te kunnen verdedigen.''' Aynan: 'De Berber in mij is trots, eigenwijs, op zoek zonder verloren te zijn. De schrijver Mohamed Choukri heeft mij geleerd wat psychoanalyse is: dat je jezelf nooit, maar dan ook echt nooit, volledig zult kennen. En dat je niet verantwoordelijk bent voor je driften en neigingen, want ze overkomen je, zitten in je. Heel vaak zeggen mensen: ''Wij zijn Berbers'', maar Choukri zei: ''Ik ben een Berber.'' Het gaat mij niet om het taalkundige verschil. Dat is niet belangrijk. Het gaat mij om de poëzie die er achter schuilgaat. Tegelijkertijd hoefde Choukri niet te benadrukken dat hij een Berber was. Het bleek uit het leven dat hij leidde, uit zijn romans, uit zijn stelligheid jegens het leven.' 'Een romantische definitie van een Berber luidt: tegen beter weten in. Maar het definiëren van een cultuur is het gekste dat je kunt doen. Zoek naar het woord cultuur in de sociologie, het is ondefinieerbaar. Gevoelsmatig is het echter glashelder voor mij. Berber zijn betekent dat ik leef. De Berbercultuur zit in mijn genen, in mijn bloed. Dat zorgt ervoor dat ik weet waar ik vandaan kom.' Mohamed Saadouni, u bent berberologie gaan studeren. 'Ik ben begonnen met het Arabisch.' U begon op het verkeerde spoor? 'Nee, maar ik werd me pas op mijn achttiende ervan bewust dat ik een Berber was. Mijn familie komt uit Ighourem. Dat is een heilige plek bij ons in de regio. Mijn grootvaders waren imam en werden als heiligen gezien. Omdat mijn grootouders lokale geleerden waren, hadden we veel Arabische boeken thuis. Op een dag nam een van van mijn opa's me mee naar een kennis van hem. We zaten er in de woonkamer met nog twee mannen en op een gegeven moment, toen iedereen had gegeten en gedronken, begon een van die mannen in het Berbers religieuze lofliederen te zingen. Toen zei de man naast me: ''Jij zit op school, je moet de tekst opschrijven.'' Ik zei: ''In het Arabisch?'' ''Nee, antwoordde hij, ''de woorden die hij zingt.'' Ik kende alleen het Arabisch schrift en heb toen de tekst in het Arabische fonetisch opgeschreven.' 'In Nederland heb ik een grote liefde ontwikkeld voor handschriften. Berberhandschriften uit de tiende, elfde, twaalfde eeuw. Ik wist niet dat ze bestonden, want iedereen sprak altijd over een exclusief orale cultuur. Terwijl er wel een geschreven traditie is, maar omdat die teksten in het Arabisch schrift zijn opgeschreven, worden ze altijd als Arabisch gecatalogiseerd. Zelfs in de grote collecties in Marokko bijvoorbeeld.' Uw ouders pendelen heen en weer tussen Nederland en Marokko. Delen ze uw interesse voor de geschiedenis van de Berbers? 'In het begin vonden ze het leuk om over hun geschiedenis te praten, maar het Arabisch vinden ze belangrijker dan het Berbers. Een goede moslim beheerst het Arabisch. Arabisch is de heilige taal. Ondertussen is de helft van mijn familie Arabischtalig. Ze zijn in de in de jaren zestig en zeventig naar Rabat verhuisd en noemen zich Arabier. De nieuwe generatie spreekt uitsluitend Arabisch. Er is natuurlijk ook het materiële belang. Veel Marokkanen zeggen: ''Wat heb ik eraan Berbers te spreken, daar verdien ik geen brood mee.''' Asis Aynan, ziet uw moeder zich als een Berbervrouw? 'Jazeker. Mijn moeder heeft zich altijd een Berber gevoeld. Ik heb de taal van haar geleerd. Alleen, mijn moeder was tot voor kort een gevangen vrouw. Ze kwam nooit buiten. Dat mocht niet van mijn vader. Mijn moeder heeft stilgestaan in de tijd. Dat is dramatisch en traumatisch voor haar geweest. Daardoor heeft ze in Nederland nooit zichzelf kunnen zijn. Het doet me veel pijn om het te zeggen, maar mijn moeder is vrijgekomen toen mijn vader overleed. De schrijver Said El Haji zei onlangs in het radioprogramma Kunststof iets geniaals: ''De vader is de baas en de moeder is de heilige. Maar de heilige, die komt niet tot ontplooiing zolang de baas er is.'' Abdellah Tallal, ik zag net dat u herkende wat Mohamed Saadouni zei over zijn ouders 'Mijn vader is tien jaar geleden overleden. Hij heeft zich nooit de vraag gesteld: ben ik een Berber? Je behoorde tot een clan, tot een dorp, en tot een regio. Vergeet daarnaast niet de propaganda die het regime en bijvoorbeeld de Golfstaten hebben gevoerd: alles wat niet Arabisch is, is inferieur. Al-’asr al-jahil, van vóór de islam, dus achterlijk.' Aynan: 'Die propaganda wordt nog altijd gevoerd. In iedere kleine gemeenschap in Marokko staat een buurthuis: een moskee. Alleen de Aabisch-islamitische identiteit telt er. Vergeet ook niet dat de avant-garde van de Berbers in het Marokko van de vorige eeuw een gigantische klap is toegebracht. Kapot gemaakt na het ontstaan van de Rifrepubliek, door Spanje en Frankrijk. En door het koningshuis. Schizofreen. Het koningshuis is namelijk Berbers. Maar koning Hassan II heeft echt oorlog tegen de Berbers gevoerd. Tijdens televisietoespraken zei hij tegen zijn eigen volk dat ze uit wilde beesten bestaan, en uit kinderverkrachters. Hij zou ze persoonlijk op komen zoeken en vermoorden, en dat heeft hij gedaan. We kennen de verhalen over de moordpartijen, over de verdwijningen. Deze geschiedenis zorgt ervoor dat een Marokkaan altijd bang is voor de Berberidentiteit. Maar vooral ook omdat de Berberidentiteit zoveel ouder is dan de Arabische taal, zoveel ouder dan de islam. Als de Berberidentiteit belangrijk voor je is, moet je je verhouden tot de Arabische en de islamitische cultuur. Je moet je ertegen uitspreken. Dat durven velen niet.' Saadouni: 'Maar we zien nu een geleidelijke erkennning van de Berbercultuur in Marokko. Mijn ouders kijken nu bijvoorbeeld steevast naar TV Tamazight 8. Ze zijn eigenlijk uit de kast gekomen.' Het nieuws op radio en tv is er nu in het Berbers, er is het Berberinstituut IRCAM.' Tallal: 'Dat zijn kleine veranderingen. 'Stel je voor dat de Friezen niet het recht zouden hebben om tv- en radioprogramma’s te maken in het Fries.' Aynan: 'Vergis je niet, in Nederland was het tot voor kort ook niet vanzelfsprekend. Denk aan het Kneppelfreed-oproer in Friesland begin jaren vijftig. In die tijd wilde een rechter geen Fries tegen een verdachte spreken. De Friezen dachten: er wordt recht over mij gesproken in een totaal andere taal!' Maar er wordt gesproken over een Berberrenaissance? Tallal: 'Inderdaad. Vooral de laatste jaren zijn er in Nederland veel bijeenkomsten over de Berberidentiteit. Daarnaast speelt internet een grote rol.' Aynan: 'Neem Ibrahim Afellay die de overwinning met Barcelona in de Champions League finale met een Berbervlag vierde, de bezegeling van het veroveren van Libië op Khaddhafi werd gevierd met een gigantische Berberhit. Ik kan een ander mooi voorbeeld geven: In de jaren tachtig waren in Nederland Berberverkenners zoals de dichter Chacha zeldzaam. Ik zou bijna willen zeggen dat de Berberidentiteit normaal begint te worden.' Tallal tegen Asis Aynan: 'Ik heb jou leren kennen bij het verschijnen van je bundel Veldslag en andere herinneringen. Ik las je boek en dacht: ''potverdomme, dat zijn verhalen die mijn kinderen moeten lezen. Mijn zoon van tweeëntwintig was toen zestien en zei op een dag: ''Pa, ik voel me niet lekker.'' ''Hoezo?'' vroeg ik? ''Bij die en die durf ik eigenlijk niet mijn boterham te eten tijdens de ramadan.’ Ik zei: ''Waarom niet? Wat is het probleem?'' ''Omdat ik als moslim wordt gezien.'' In de bundel van Asis kon hij zich herkennen.' U hebt twee kinderen, wat geeft u ze mee van de Berbercultuur? Tallal: 'Dat vind ik een belangrijke vraag. Ik heb niets van de islam overgedragen.' Mijn vraag was: wat geeft u ze mee van de Berbercultuur? 'Dat is een probleem. Ik heb ze helaas de taal niet mee kunnen geven. Ik ben getrouwd met een Nederlandse vrouw. We praten thuis Nederlands. Voor mijn kinderen is de Berbercultuur Zuid-Marokko, de bergen, een klein riviertje in de oase, oma, gezellig met dertig mensen in de woonkamer lekker eten.' Dat is dus vaag. 'Heel vaag, ja. Maar het is genoeg voor mij om trots op te zijn. Ik ben nu eenmaal meer Amsterdammer dan Berber.' Eigenlijk zegt u dat het moeilijk is om de Berbercultuur over te brengen. 'Ze zijn hier opgegroeid.' U organiseert veel bijeenkomsten over de Berbercultuur, maar uw kinderen heb ik er nog nooit gezien. 'Ja, hoor eens, het zijn jongens die naar de disco gaan. Ze zijn te jong voor een serieuze discussie, ze willen feesten.' Aynan: 'Als ik kinderen krijg, zal ik ze een Berbertaal leren. Juist omdat ik een Amsterdammer ben. Want Nederland is het land waar dat mogelijk is.'

Jurgen Maas is hoofdredacteur van ZemZem en is uitgever.